Jacques Doillon met Vincent Lindon, Izïa Higelin, Séverine Caneele
...

Auguste Rodin was niet alleen steengoed in het houwen van beelden, hij bleek al even bevlogen in het kneden van vrouwenvlees. Dat van zijn dociele eega Rose Beuret, met wie hij zijn leven deelde. Dat van de freules die model voor hem stonden. Maar vooral: dat van Camille Claudel, zijn leerlinge die zelf een begenadigde kunstenares was. Geen wonder dat er over de temperamentvolle Fransman al eerder biopics werden gemaakt, waaronder Camille Claudel uit 1988, waarin Gerard Depardieu zijn imposante postuur aan hem leende. Precies honderd jaar na Rodins overlijden en terwijl er een monumentale retrospectieve over hem loopt in het Parijse Grand Palais levert ook veteraan Jacques Doillon zijn bijdrage. Die focust vooral op Rodins soms explosieve relaties met de twee grote liefdes uit zijn leven, maar toont ook hoe zijn energieke, innoverende sculpturen - denk aan De denker, De kus en zijn schandaalbeeld van Balzac - tot stand kwamen. In die zin trekt de film voorbij als een ambachtelijk vervaardigde en leerrijke les kunstgeschiedenis, met een overtuigende Vincent Lindon in de titelrol. Alleen mist het als psychologisch portret de nodige craquelures om de personages écht tot leven te wekken, en voor Doillons deftige maar brave academisme zou de rebelse Rodin allicht evenmin warmlopen. De beeldhouwwerken zijn beter dan de film.