Akkoord, in de hiërarchie der kolderieke narcotica moeten de pijnstillers van Jeff Tweedy het afleggen tegen Keith Richards' favoriete snuifvoer (vaders as) en het geliefkoosde goedje van Keanezanger Tom Chaplin (porto, godbetert!), maar als songschrijver heeft Tweedy van niemand lessen te krijgen. Ook het nieuwe Sky Blue Sky is weer een regelrechte instant classic. Tweedy, bassist John Stirrat en drummer Glen Kotche zijn het er gauw over eens dat hun zesde plaat met voorsprong de leukste én de makkelijkste was om te maken. 'Een fluitje van een cent', klinkt het in koor.
...

Akkoord, in de hiërarchie der kolderieke narcotica moeten de pijnstillers van Jeff Tweedy het afleggen tegen Keith Richards' favoriete snuifvoer (vaders as) en het geliefkoosde goedje van Keanezanger Tom Chaplin (porto, godbetert!), maar als songschrijver heeft Tweedy van niemand lessen te krijgen. Ook het nieuwe Sky Blue Sky is weer een regelrechte instant classic. Tweedy, bassist John Stirrat en drummer Glen Kotche zijn het er gauw over eens dat hun zesde plaat met voorsprong de leukste én de makkelijkste was om te maken. 'Een fluitje van een cent', klinkt het in koor. Jeff Tweedy: We waren al lang blij dat er eens niét vanalles misliep in de studio. Dan ga je toch geen slechte voortekens zitten zoéken, zeker? De opnames waren van de eerste tot de laatste minuut een plezier om mee te maken en dat is ooit anders geweest. Met de vorige twee, drie platen was altijd een hoop drama gemoeid. John Stirrat: Eigenlijk zijn zowat alle opnames gebeurd op het paar vrije dagen dat we hadden tijdens onze laatste tournee. Op die snipperdagen trokken we ons terug in onze gezamenlijke loft in Chicago, we stelden er onze instrumenten op in een cirkel en speelden onze nieuwe nummers zo goed als live in. We hebben een plaat gemaakt zoals ze die veertig jaar geleden maakten: geen protools, geen technische trucjes en maar heel zelden een overdub links en rechts. Glen Kotche: Nu moet je ook niet denken dat we de nummers maar uit onze mouw te schudden hadden, het was nog altijd keihard werken. Maar voor het eerst hadden we geen extramuzikale zorgen aan ons hoofd. Ik denk dat de huidige line-up van zes man trouwens de beste bezetting is waarin Wilco ooit gespeeld heeft. En wat ook helpt: we zien elkaar allemaal doodgraag. Sky Blue Sky is misschien wel de eerste plaat in de rockgeschiedenis waarop ego's van geen tel zijn. (lacht) Stirrat: Daar had ik nog niet bij stilgestaan, maar inderdaad: dat kwam ons werkritme serieus ten goede. Ik en mijn longen zijn overigens bijzonder opgelucht dat Wilco eindelijk een rookvrije band is. (lacht) Jeff is in alle opzichten een pak gezonder dan drie jaar geleden. Dat roken was eigenlijk maar een van de verslavingen die hij de voorbije jaren van zijn goed gevulde lijstje heeft geschrapt. Kotche: Goh, eigenlijk niet. We zagen hem natuurlijk veel pillen slikken, maar we wisten ook dat hij die nam om zijn vreselijke migraine- en paniekaanvallen te bestrijden. Wij zijn natuurlijk geen dokters, dus wisten wij veel dat hij overdreef met die pillen en dat die medicijnen zijn paniekaanvallen nog erger maakten. Je kunt het ook niet vergelijken met een heroïneverslaving, hé. Ik bedoel: Jeff functioneerde nog heel goed. Hij liep niet aldoor ijlend of stoned door de studio. Hij zag er betrekkelijk normaal uit. Stirrat: Zelf heb ik hem die pillen nooit zien nemen. En inderdaad: hij zag er ook helemaal niet uit als een zombie of zo. Tweedy: Ik heb er lang over gedaan om te beseffen dat ik die pijnstillers niet alleen nam tegen de fysieke pijn. Ik moest mezelf elke dag letterlijk naar de studio slepen. Ik kikkerde pas op na een pil of twee. Ik bleef mezelf wijsmaken dat ik best wel zonder kon, terwijl ik de ene pil na de andere achteroverklokte. Tweedy: Ik vrees van niet. Of het nu heroïne, alcohol of pijnstillers zijn: je moet je eigen onafhankelijkheid terugwinnen en dat is sowieso a hell of a job. Ik ben er zoals elke verslaafde lang in geslaagd om die pillen bij mezelf te blijven rechtvaardigen, want ik had ze zogezegd nodig tegen mijn paniekaanvallen. Tot ik doorkreeg dat ze die alleen maar erger maakten. Tweedy: Er hoeft eigenlijk geen rechtstreekse aanleiding voor te zijn. Ik heb wat ze noemen panic disorder, een natuurlijke aandoening waarvan ik nimmer verlost zal raken. De jongste paar jaar heb ik die ziekte onder controle, maar daarvóór had ik zowat elke dag een aanval. Zelfs als ik gewoon over straat wandelde, kon ik me opeens inbeelden dat ik door een leeuw achternagezeten werd. Surreële waanideeën, maar ik kan je verzekeren dat ze honderd procent écht lijken. Het had dus vaak te maken met paranoia. En als je eenmaal in een neerwaartse spiraal bent terechtgekomen, krijg je zelfs paniek-aanvallen omdat je bang bent dat er weer een paniekaanval staat aan te komen. En dan ben je helemaal verloren. Maar goed, ik heb me herpakt. Mijn demonen zijn zo goed als uitgedreven. Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Tweedy: Daarmee bedoelde ik: de connectie - of beter: de disconnectie - tussen je ware zelf en je identiteit. Tweedy:(lacht) Oké, het klinkt arty-farty. Laat ik het anders uitleggen. Sla jij soms een praatje met jezelf? Tweedy: Wat ik bedoel is: je hoeft niet schizofreen te zijn om met jezelf te praten. Iedereen overlegt bepaalde zaken met zichzelf. Iedereen toetst zijn bewustzijn aan zijn onderbewustzijn. Dat bedoelde ik met interne communicatie. Stirrat: Volgens mij is oorlog de leidraad op deze plaat. De oorlog in Irak, maar evengoed het inwendige gevecht van de mens. Tweedy: Ik zou eerder het woord conflict gebruiken. Sky Blue Sky is een soort handleiding 'Conflict management for dummies'. Maar ik vind het heel moeilijk om de betekenis van mijn liedjes te verklaren, want ik doe er zelf járen over om ze te begrijpen. Echt waar! Het gebeurt dat ik naar een van mijn oudere songs zit te luisteren en dat plots mijn frank valt: 'Dus dáár gaat dat nummer over!' (lacht) Eigenlijk zijn mijn songs me altijd een paar jaar vóór. Ik zou nog net niet durven zeggen dat mijn liedjes toekomstvisioenen zijn. Laat ik het erop houden dat ze rijper zijn dan ikzelf. Kotche:Amazing, huh? Ik heb trouwens niks tegen downloaden. De mensen die onze nummers van het net plukken, zullen toch vroeg of laat naar een concert komen kijken. Tweedy: Ik geloof dat de échte muziekliefhebbers zichzelf beschouwen als patrons of the art, mecenassen. Ze zijn bereid iets terug te geven voor de kunst die ze krijgen, uit respect of gewoon uit dankbaarheid. Een groep die ze goed vinden, willen ze steunen. Daar ben ik echt van overtuigd. Wie zijn muziek bekijkt als een commercieel product, huivert bij het idee dat mensen zijn liedjes downloaden. Maar wij denken niet in die termen. Stirrat: Ja, hij is een 32-jarige grafisch ontwerper uit Seattle. (hilariteit) Nee, serieus. Ik stel me bij onze fan een dertiger voor, zelfbewust en geïnteresseerd in kunst en letteren. Hij leest trouwens boeken van Kurt Vonnegut. Tweedy:(krimpt ineen) Ik zit enorm verveeld met dat incident. Dus laat me even uitleggen wat er precies gebeurd is. We speelden in Springfield, Missouri en de organisatie liet een beetje te wensen over. Er was nauwelijks security en alles liep in het honderd. Tijdens het optreden liep de ene fan na de andere het podium op. Eén vrouw heeft zich zelfs doodgemoedereerd aan de piano gezet om een deuntje mee te spelen, ze was zo dronken dat ze amper nog kon lopen. En toen was er een jongen die zich optrok aan een rolstoel die op de rand van het podium stond. Je moet maar durven! Hij kwam een beetje onnozel doen op het podium en net toen ik dacht dat hij weer zou vertrekken, nam hij me van achter mijn rug bij de keel. Ik schrok me dood, draaide me om en... vloerde hem. (lachje) Ik kan er nu wel om lachen, maar op dat bewuste moment was ik toch even in shock. Normaal gezien staan er tientallen van die brede getatoe-eerde venten langs het podium om ons te beschermen. Maar aangezien dat die avond niet het geval was, wist ik dat ik er alleen voor stond. Ik moest dus even het heft in eigen handen nemen. Je voelt je daar tenslotte heel kwetsbaar. Ik heb die kerel bij zijn oor naar de coulissen gesleurd. Ik was echt kwaad. Tweedy: Mijn oudste zoon kwam onlangs onze muziek tegen op iTunes. 'Je moet naar Apple bellen,' zei hij, 'want op iTunes wordt Wilco gelabeld als een countrygroep en dat zijn jullie toch helemaal niet!' Als zelfs een knul van elf snapt dat wij géén country maken, moet dat voor muziekjournalisten toch ook lukken, niet? Ik kan echt niet begrijpen dat er muzikanten zijn die zich in een hokje laten duwen. Niemand wil toch een label opgekleefd krijgen? Tweedy:My god!Stirrat: Op het internet ben ik eens de term 'country & reggae' tegengekomen. Tweedy: Stop ermee, ik word er depressief van. Waarom noemen we het niet gewoon rock-'n-roll? Tweedy: Daarover zit ik vaak te dagdromen. Elke keer dat we een plaat af hebben, meer bepaald: dan vrees ik even dat het onze laatste is. 'Als niemand deze plaat koopt, wat zal ik dan eens gaan doen?', zit ik me dan af te vragen. Wellicht opnieuw in een platenwinkel gaan werken, zoals ik deed vóór Wilco. Maar ik heb me mijn muzikantschap nooit beklaagd. Regret is a wasted emotion. Voorlopig blijf ik nog een tijdje muziek maken. Ik denk echt dat ik momenteel op mijn creatieve hoogtepunt zit en dat Wilco nooit een betere band is geweest dan nu. Een song als You Are My Face hadden we drie jaar geleden nog niet kunnen maken. Dat is echt een sterk staaltje, euh, impressionistische rock. (lacht)Tweedy: Zeg, je bent al de tweede die me dat vraagt deze week. Weten jullie iets dat ik niet weet? Of zie ik er echt zó slecht uit? (lacht) Maar je hebt geluk: ik heb er intussen eens over zitten nadenken en ik zou een berichtje aan de bezoekers van mijn graf willen richten: 'What part of 'dead' don't you understand? Go away!'Door Vincent Byloo