INTENSIVE CARE
...

INTENSIVE CARE EMI Kent iemand nog Louise, een niet onaardig, maar al bij al vrij onopvallend liedje van The Human League, uit 1984? Het gaat over een man die zijn ex aan de bushalte ziet staan, en beseft dat hij nog sterke gevoelens voor haar heeft. Wel, Louise staat symbool voor het nieuwe album van Robbie Williams. Meerdere liedjes gaan over het thema van de verloren liefde waar je toch nog naar verlangt. 'Er wordt op Intensive Care wat afgesmacht', gaf Robbie zelf toe. Bovendien is Louise een van zijn favoriete nummers aller tijden, en wil hij met dit album expliciet nostalgisch terugblikken naar de eighties, het decennium waarin hij opgroeide, en muziek ontdekte. De referenties naar artiesten en liedjes van die periode zijn eindeloos. 'Ik wil nu nummers maken die iedereen over 15 jaar heel nostalgisch zal maken. Net zoals de liedjes uit mijn jeugd mij nu toucheren.' Ghosts, de opener van Intensive Care, is eigenlijk het antwoord van Louise, het meisje aan de bushalte, en klinkt als een kruising tussen Starsailor en Elton John. Van Elton John geraak je over het hele parcours niet verlost: Your Gay Friend is een opgefokte, wat oubollige, plastieken eightiesrocker, type I'm Still Standing. 'I'll be your gay friend, cos your marriage never ends, so we fuck and fight again.'Het Candle in the Wind-moment - zoals hij het zelf glimlachend noemt - heet Advertising Space, een atmosferische trage waarin Robbie het gevoel heeft contact te hebben met Elvis Presley. Alle nummers op Intensive Care, en dit bij uitstek, zijn het resultaat van zijn samenwerking met Stephen Duffy, zelf een kleine pief gebleven als artiest, maar een smetteloos producer en een wonderlijke arrangeur. Het duo toont zijn brio in het tedere Please Don't Lie, over een familielid van Robbie dat vorig jaar aan kanker overleed. Veel franje, geen pathos, en culminerend in een ontroerend, majestueus crescendo. Wél pathos, maar het mág, in de klassieke rockballade Make Me Pure, met gospelkoor en al, maar zonder refrein: Robbie Williams geconfronteerd met zichzelf, de 30 overschreden, en wat nu? Mijmerend sluit hij ook af, met King of Bloke and Bird. Williams: 'Ik probeer Neil Young te imiteren, maar ik kom uit bij Kermit de Kikker.' Precies, King of Bloke and Bird is een millennium verwijderd van Neil Young, maar is wel stijlvol en sober, eindigend in een filmische soundscape. Nostalgica, alweer. Denk nu niet dat Intensive Care een plaat vol natte zakdoeken is - verre van. A Place to Crash is Stones stadionrock, met dixit Williams 'de enige Stones-riff die Keith Richards nog moet uitvinden'. Hij vergist zich: de riff is gewoon die van Brown Sugar, maar gemanipuleerd door de pitch. Random Acts gaat over magie, maar het is net dát wat het mist. Logge FM-rock, die je meteen vergeet bij The Trouble With Me, het Eurovisiesongfestivalmoment op Intensive Care, maar dan moet hij wel de zinsnede 'I've got a head full of fuck' schrappen. In Spread Your Wings hoor je hem in vertelstijl, terugblikkend op zijn jeugd in Stoke-On-Trent, en op zijn eerste lief. Aanstekelijke gitaarpop met een joekel van een refrein. Sin Sin Sin is pure Pet Shop Boys met Robbie in de rol van crooner, en in de single Tripping - 'een mini-gangsteropera' - zingt hij James Dean Bradfield van Manic Street Preachers achterna, en deelt hij lichte reggaeprikjes uit. Intensive Care zit doelbewust tjokvol knipogen naar de populaire Britpop van de eighties. Soms helt die qua sound akelig over naar lichtgewichten als Johny Hates Jazz, Black en China Crisis, maar Robbie Williams heeft duizend keer meer fond en charisma en bestrijkt een breder muzikaal spectrum. Hij heeft weer ongeveer 8,5 geweldige liedjes afgeleverd, gehuld in fantastische arrangementen. Een topproductie heet dat. Eddy Hendrix