'Kill all hippies', briesten de punks indertijd, en buschauffeur Mario Dockers is het daar volmondig mee eens. Niet dat de pas gepensioneerde sinjoor op zich van veel subversiviteit kan worden verdacht. Alleen moet Mario niks hebben van al die langharige, weed paffende doppers die hij met zijn keurig onderhouden bus naar een neohippiefestival in Kroatië vervoert. En geen grijs haar op zijn kop en in zijn imposante walvissnor die hem op andere, meer vredelievende gedachten kan brengen.
...

'Kill all hippies', briesten de punks indertijd, en buschauffeur Mario Dockers is het daar volmondig mee eens. Niet dat de pas gepensioneerde sinjoor op zich van veel subversiviteit kan worden verdacht. Alleen moet Mario niks hebben van al die langharige, weed paffende doppers die hij met zijn keurig onderhouden bus naar een neohippiefestival in Kroatië vervoert. En geen grijs haar op zijn kop en in zijn imposante walvissnor die hem op andere, meer vredelievende gedachten kan brengen. Dat is het vertrekpunt van deze roadmovie, het langspeelfilmdebuut van regisseur Raf Reyntjens, die eerder opgemerkte videoclips maakte voor onder meer Stromae. Ook het dramatische traject dat volgt, loopt langs de bekende genrepaden. Zo kun je er nog voor de bus zijn bestemming heeft bereikt al vloeibare xtc op innemen dat de permanente donderwolken in Mario's hoofd tussen de dansende, bonte bende hippies beetje bij beetje zullen opklaren. Helemaal zeker ben je wanneer hij, eens aangekomen in Kroatië, niet alleen zijn van hem vervreemde zoon Jim (Jeroen Perceval) - die hij niet meer heeft gezien sinds die in de gevangenis zat wegens drugsdelicten - tegen het getatoeëerde lijf loopt, hij ontmoet er voor het eerst ook zijn kleinzoontje Sunny, die van bompa's bestaan geeneens weet heeft. Paradijselijk origineel kun je Reyntjens' scenario niet noemen, en in de Vlaamse filmgeschiedenis werden er wel eens scherpere dialogen geschreven, maar toch loont de trip, desnoods zonder paddo's, best de moeite. Dat is te danken aan het vloeiende camerawerk, dat je in het midden van de meute dropt en zowel oog heeft voor couleur locale als voor emotionele momenten. En aan de bondige montage, die tussen de meeste coming-of-age- clichés manoeuvreert, en wegzapt voor er te veel Vlaamse kolder dreigt uit te breken. Maar als Paradise Trips al één verkoopargument heeft, dan is het Gene Bervoets als de verkrampte Mario, die gaandeweg beseft dat hij handiger is in het sturen van zijn bus dan van zijn emoties. Van de guitige, gladde spring-in-het-veld uit het voormalige Swingpaleis, Wolven - the horror, the horror - en Albert II, is dankzij een valse boksersneus en een kaalgeschoren kop alvast geen spoor te bekennen. En dus kan Bervoets eindelijk eens bewijzen dat hij, mits een rol om zijn gave tanden in te zetten, zelfs in een afgedragen marcelleke een film kan dragen. Al had al wie indertijd goed had opgelet bij Crazy Love (1987) of Spoorloos (1988) dat eigenlijk al kunnen vermoeden. Een nieuw begin voor Mario Dockers én voor Gene Bervoets dus. Oftewel twee valabele redenen om die werkschuwe, sufgeblowde en chronisch naar patchoeli geurende hippies tenminste toch voor één keer en voor negentig minuten te tolereren. Peace!PARADISE TRIPS *** Raf Reyntjens met Gene Bervoets, Jeroen Perceval, Noortje Herlaar DAVE MESTDACH