Het kan verkeren. Vijfenveertig jaar geleden maakten Neil Young en Rick James nog deel uit van één en dezelfde groep: vandaag is Neil Young een mondiaal gerespecteerde singer-songwriter, Rick James een half vergeten one hit wonder. Een dode bovendien, al bijna acht jaar. Al was hij beter vijftien jaar eerder komen te gaan: dan was het in de overlijdensberichten tenminste nog over Super Freak of zijn hoogdagen bij Motown gegaan, en niet over crackpijpen, aanrandingen en celstraffen.
...

Het kan verkeren. Vijfenveertig jaar geleden maakten Neil Young en Rick James nog deel uit van één en dezelfde groep: vandaag is Neil Young een mondiaal gerespecteerde singer-songwriter, Rick James een half vergeten one hit wonder. Een dode bovendien, al bijna acht jaar. Al was hij beter vijftien jaar eerder komen te gaan: dan was het in de overlijdensberichten tenminste nog over Super Freak of zijn hoogdagen bij Motown gegaan, en niet over crackpijpen, aanrandingen en celstraffen. Het was nochtans zo goed begonnen voor Rick James. Na een valse start in New York - schoolverzuim, straatcriminaliteit, jeugdgevangenis - kwam hij in de zomer van 1964 in Toronto terecht. Hij was gaan lopen bij de Navy Reserve, maar het Amerikaanse leger lacht niet met deserteurs en dus nam James de benen naar Canada. Daar richtte hij zijn eerste groepje op, The Sailer Boys, want Rick James wilde beroemd worden. Een zwarte Mick Jagger: zoiets. De jaren verstreken, The Sailer Boys werden The Mynah Birds, en bij het groepje voegde zich ook een jonge Canadees met lang zwart haar. Neil Young. Ze kregen een contract bij Motown en een riant voorschot op hun debuutplaat. Maar die is er nooit gekomen. Hun manager ging aan de haal met het voorschot, werd ontslagen en revancheerde zich vervolgens door James als deserteur bij de FBI aan te geven. Jail time voor James. En daar stopte de beproeving niet. Na een jaar in het cachot verdween de ambitieuze zanger voor meer dan tien jaar achter de schermen als ghostwriter voor onder meer The Spinners en Smokey Robinson. Het duurde tot 1978 eer James zich kon manifesteren als soloartiest. En dan, in 1980, was er Super Freak: één funky gitaarriedel maakte hem op slag wereldberoemd. Zo spectaculair steeg zijn populariteit dat hij de jonge Prince als voorprogramma kon boeken én weer ontslaan - naar verluidt omdat de Purperen Dwerg al zijn podiumroutines pikte. Maar het succes steeg hem naar het hoofd en Rick James kreeg de kolder in de kop: hij gaf elke week tot zevenduizend dollar uit aan marihuana, coke en crack, ging een belachelijk steile haarcoupe dragen en stilde zijn seksuele appetijt met zowat elke vrouw binnen grijpafstand. Pas echt fout begon het te lopen in de nineties - ironisch genoeg net nadat MC Hammer zijn pensioenkas had gespekt met U Can't Touch This, een flauw doorslagje van Super Freak. Samen met zijn vriendin ontvoerde hij in 1991 een zeventienjarig meisje dat ze vervolgens een week lang naakt op een stoel bonden, aanrandden en folterden met een brandende crackpijp. Platenbons Mary Sauger trakteerden ze een jaar later in een hotelkamer in L.A. op een gelijkaardig arrangement. Maar hun excentrieke vrijetijdsbesteding werd door een Californische rechter iets minder geapprecieerd: hij bleef wel in het thema en gaf James een enkeltje richting Folsom Prison, twee jaar volpension. In 2004 werd Rick James - na het betalen van fikse schadevergoedingen volledig failliet - dood aangetroffen in zijn appartement. In zijn bloed zaten sporen van pijnstillers, twee soorten kalmeerpillen, twee soorten antidepressiva en cocaïne. De Super Freak was kennelijk geen Super Pharmacist. VINCENT BYLOO