Een huis wordt wat je bent. Ik denk dat ik al wel twintig huizen heb gehad - sinds mijn elfde heb ik in kostscholen en pleeggezinnen gezeten, en dat zwervende is een beetje gebleven. Het gekke is dat zodra je je ontworteld voelt, je weer naar een huis begint te snakken. Vandaar dit zelfportret: dit is mijn huis in Amsterdam, de boekenkast waarin mijn boeken staan, de koelkast waarin mijn eten zit en de tafel waaraan ik werk. Dit is het huis dat het meest als mijn huis aanvoelt, ook al heb ik het nog maar een jaar.
...

Een huis wordt wat je bent. Ik denk dat ik al wel twintig huizen heb gehad - sinds mijn elfde heb ik in kostscholen en pleeggezinnen gezeten, en dat zwervende is een beetje gebleven. Het gekke is dat zodra je je ontworteld voelt, je weer naar een huis begint te snakken. Vandaar dit zelfportret: dit is mijn huis in Amsterdam, de boekenkast waarin mijn boeken staan, de koelkast waarin mijn eten zit en de tafel waaraan ik werk. Dit is het huis dat het meest als mijn huis aanvoelt, ook al heb ik het nog maar een jaar. Ik heb meerdere huizen. Eén in Amsterdam en één in Brussel, maar ook de trein onderweg, de kleedkamer van de zaal waar ik speel of zelfs de gang naar die kleedkamer beschouw ik als mijn thuis. Pas de laatste tijd begin ik het prettig te vinden om een écht huis te hebben om naar terug te keren. Vandaar ook de koelkast. Als je zwerft, moet je elke keer weer van nul beginnen.En dat is niet zo makkelijk. Daarom leg ik soms iets in de koelkast, voor wanneer ik terugkom. Iets te eten of te drinken. Een cadeau dat je aan jezelf geeft. 'Dat is toch attent van hem', denk ik dan. Een kleine attentie om het leven aangenamer te maken. Om de glimlach op die tekening in stand te houden. Want al bij al ben ik een vrij blije mens. Ik voel me heel goed, ook al kom ik uit een zware periode en een echtscheiding - dat zijn die donkere schaduwen in mijn gezicht, zie je. Een en al symboliek, hoor, dit zelfportret. Ik ben geen huiselijk persoon. Als ik op de fiets door de stad rij, kijk ik altijd bij andere mensen naar binnen. En telkens ik een schemerlamp zie, denk ik: 'Oh, dat is fijn daar'. Maar zelf heb ik nooit een schemerlamp gehad, en ik zou er ook geen willen. Alsof ik heimwee heb naar iets wat ik nooit gehad heb. Want tegelijk weet ik, dat als ik binnen zou zijn, ik meteen weer weg wil. Laten we het er dus maar op houden dat ik een dubbel gevoel heb bij huiselijkheid. Daarom is mijn zelfportret een beetje verschoven. Je kunt er in zien wat je wil: telkens als ik daar ben, ben ik met mijn gedachten ergens anders. En als ik daar niet ben, hunker ik er alweer naar om thuis te zijn. Ik ben een half jaar geleden gestopt met mijn haar te kleuren - dat deed ik al sinds mijn 18e, toen ik van de kostschool kwam. Nu, op mijn 48e ben ik eindelijk weer donkerblond. Ik veronderstel dat daar een diepere betekenis achterzit, maar welke is me nog niet duidelijk. Binnen een paar jaar zal het me wel dagen wat dat allemaal precies betekende. Als het al iets betekende. De rock-'n-roll is nog niet verdwenen, hoor. Vorige maand hebben Jan Hautekiet en ik voor het eerst weer met band opgetreden, en dat voelde een beetje als thuiskomen. Toen ik daar opnieuw op dat podium van de ABClub of Paradiso stond, voelde ik een hartverwarmende onschuld en gretige blijheid. Rock-'n-roll is iets dat niet uit je kan verdwijnen, je kunt het alleen parkeren. GEERT ZAGERS