Mark E. Smith, Penguin, 246 blz.
...

Mark E. Smith, Penguin, 246 blz. Geen idee over wie Paul Van Ostaijen het in Marc groet 's morgens de dingen wél had, maar Mark E. Smith is het in elk geval niét. De oneigenlijke punker en frontman van The Fall staat al dertig jaar bekend als een pathologische zwartkijker, een onverbeterlijke dronkaard en een onuitstaanbare klootzak. Een beeld dat de inmiddels 51-jarige Mancunian in Renegade probeert te ontkrachten, maar dat hij met zijn cynische, politiek incorrecte en scalpelscherpe argumenten à décharge eigenlijk alleen maar bevestigt. Precies die ironische paradox maakt van zijn autobiografie een bijzonder fascinerend en bijwijlen hilarisch grappig document. Renegade, The Lives and Tales of Mark E. Smith is tegelijk een reactie op de al bestaande en volgens Smith uiteraard hoogst onbetrouwbare biografieën, een treffend essay over de condition humaine en een genadeloze afrekening met ongeveer al wie ooit zijn pad heeft gekruist. In het eerste hoofdstuk moeten al meteen enkele van zijn ex-bandleden het ontgelden. Smith versleet de voorbije dertig jaar zo'n vijftig muzikanten - of 'employees', zoals hij ze noemt - maar richt zijn toorn vooral op 'that piece of shit' Ben Pritchard en 'that other daft cunt' Steve Trafford, die er twee jaar geleden halverwege een tournee zomaar onderuit trokken. Een paar hoofdstukken later meldt hij dan weer doodleuk dat hij gitarist Mark Reily op diens trouwdag zélf de laan uitstuurde met een droog 'Congratulations, mate, and by the way you're sacked'. Maar meer nog dan een carrièreoverzicht is Renegade het persoonlijke ergernissenparcours van een grumpy old man die zowat overal lak aan heeft. Televisie. Films. Hippies. Punkers. Journalisten. Mensen die The Fall bekritiseren. Mensen die The Fall bewonderen. En zelfs wijlen John Peel, zijn bekendste en wellicht ook zijn trouwste fan. Voorts leren we uit Smiths autobiografie dat hij als tiener voor grof geld foto's uit Playboy aan zijn vrienden verkocht, op zijn 15e met LSD begon te experimenteren, seks hem nauwlijks interesseert en kinderen zo mogelijk nog minder. 'I'm the sort who'd forget about the child', schrijft hij daarover. 'I'd be at the pub engrossed in a conversation when I should be home because the baby's in front of the fire getting slowly roasted. I'm that type of fellow.' Dát, en een onuitstaanbare klootzak natuurlijk. Al vinden we hem in geschrifte toch vooral een on weerstaanbare klootzak. Vincent Byloo