Karin Dreijer Andersson komt koel en gereserveerd over, en beantwoordt vragen met timide spaarzaamheid. Scandinavische nuchterheid misschien? Nochtans maken de blonde Zweedse en haar broer Olof al goed zes jaar furore als het macabere elektroduo The Knife, bedenken ze samen intense live-shows en parels van videoclips, én heeft ze als Fever Ray in haar eentje een raadselachtige plaat gemaakt die flink onder je huid kruipt. Als we haar echter vragen welke bijdrage Olof eigenlijk aan The Knife levert, ontdooit ze toch even. En jawel, ze lacht.
...

Karin Dreijer Andersson komt koel en gereserveerd over, en beantwoordt vragen met timide spaarzaamheid. Scandinavische nuchterheid misschien? Nochtans maken de blonde Zweedse en haar broer Olof al goed zes jaar furore als het macabere elektroduo The Knife, bedenken ze samen intense live-shows en parels van videoclips, én heeft ze als Fever Ray in haar eentje een raadselachtige plaat gemaakt die flink onder je huid kruipt. Als we haar echter vragen welke bijdrage Olof eigenlijk aan The Knife levert, ontdooit ze toch even. En jawel, ze lacht. Karin Dreijer Andersson: Olof heeft wel degelijk zijn inbreng. Zo veel zelfs dat de halve studio was verdwenen toen hij naar Berlijn verhuisde. (Schamper lachje) Ik ben helemaal van nul moeten herbeginnen, maar die frisse start heeft deugd gedaan. Na zeven jaar The Knife was het hoog tijd voor een break. Nu kon ik helemaal mijn eigen ding doen. Dreijer: Advocaat zoals mijn groot-vader, of architect zoals mijn pa. Dreijer: Neen, de teksten op de plaat zijn niet autobiografisch. Maar bossen spreken wel tot de verbeelding en ik speel graag met beelden en tekst die een sluimerende droomtoestand oproepen, los van alle realiteit en logica. Het is vergelijkbaar met de vluchtige momenten waarin creativi-teit bezit van je neemt, wat voor mij bijna magisch aanvoelt. Dat maakt muziek maken zo fascinerend, de rest van de tijd is het een kwestie van op de computer files te schikken. Dreijer: Oh, maar ik ben een grote fan van David Lynch, net als van Jim Jarmusch. Ken je diens zwart-witfilm Dead Man? Ik houd van het mystieke sfeertje en bevreemdend trage tempo van die prent. Met de clip van If I Had A Heart mikte ik op hetzelfde gevoel. Dreijer: Zangeres? Ben ik wel een zangeres? Dreijer: Tja, wat ben ik eigenlijk? Ik zie mezelf vooral als een performer. Lange tijd had ik geen idee over wat zich in de muziekwereld afspeelde. Muzikale rolmodellen zijn me vreemd. Na de kunstacademie werkte ik als grafisch designer en computerprogrammeur, ik zong toen wel bij een groepje (Honey Is Cool; nvdr.), maar dat was vooral een leuke hobby. Noem me gerust een muzikale laatbloeier. Dreijer: Ik benader mijn stem als een instrument waarop ik ideeën kan loslaten. Er bestaan duizend manieren om een basgitaar of synthesizer te vervormen en iedereen doet het ook, waarom zou je dan niet hetzelfde procedé op stembanden toepassen? Zo kan ik mezelf bijvoorbeeld als een man doen klinken, en ik vind het boeiend om met die tweeslachtigheid te spelen. Dreijer: Ik vind mijn muziek niet zo donker, hoor. Er zit naast romantiek ook voldoende licht in die duisternis. Synthpopmelodieën uit de jaren 80, maar ook Caraïbische steel drums en zelfs panfluit. Dromerig, maar dynamisch, daar kan ik me meer in vinden. Dreijer: Dat zie ik niet snel gebeuren. Het jaar nadien stuurden we een videomontage van geflipte graphics. Sindsdien is het stemsysteem veranderd - het publiek mag nu de winnaars kiezen, in plaats van een jury. Ach, de meeste van die awardshows zijn een farce. De muziekindustrie die prijzen aan zichzelf uitdeelt, hoe zielig. Ik speel hun spelletje liever niet mee. Dreijer: Jenny Wilson is intussen vertrokken. Ze was te bekend geworden om haar carrière en onze vriendschap goed te combineren. De zusjes van First Aid Kit zijn jong, vijftien en achttien, maar ik houd van hun sound. Ze wonen verderop bij me in de straat en hun moeder sprak me op een dag aan. Of ik hun MySpace-pagina alsjeblief eens wilde checken. Je buurmeisjes leren kennen via het internet, zo gaat dat tegenwoordig. (Lacht)Dreijer: Het Royal Danish Theatre heeft ons gevraagd om de muziek te componeren voor een opera over Charles Darwin en de 150e verjaardag van zijn The Origin Of The Species. We zullen niet met een orkest werken, het wordt een elektronische opera met drie zangers en zes dansers. Een project dat perfect binnen ons parcours past. Olof is zelfs speciaal naar de Amazone gevlogen om er geluiden op te nemen. Hoe het was om met Tom Barman samen te werken. Wil je dat ook graag weten? Fever Ray Uit bij V2 op 23/3. Door Jonas Boel