JORDAN WOLFSON, 2012
...

JORDAN WOLFSON, 2012 TE ZIEN OP JORDAN WOLFSON, ECCE HOMO / LE POSEUR, SMAK, GENT, TOT 5/1. In de film Raspberry Poser tuimelt op gezette tijden een arrogant ventje door het beeld. Nadat het cartooneske kereltje al heeft rondgehangen in allerlei panden en krochten snijdt hij met een ferme haal zijn eigen buik open. In een oogwenk glibberen zijn ingewanden over de vloer, als palingen op zoek naar een modderig putje. Deze 'Angry Kid' is een van de vele personae en motieven die door de nieuwste film van Jordan Wolfson dansen. De Amerikaan presenteert in Raspberry Poser een assemblage van internetbeelden, animatie, Caravaggio, pornografische Japanse prenten, noem maar op. Over de haastige beeldenstroom walst nu eens een kek deuntje van Beyoncé, dan weer een melancholisch nummer van Mazzy Star. Als met een cocktail in een blender schudt Wolfson ook met condooms, snoeperige hartvormige spermacellen en een hiv-virus dat oogt als een hyperkinetische veelhoek met koddige antennes. Het geheel is onderhoudend en verteerbaar, en zelfs charmant door de kwaadheid die via Angry Kid van het scherm spat. Maar het blijft een mix die ondanks de swingende en met betekenis opgeladen beeldentsunami wat focus mist. En die indruk laat zich ook in de rest van de tentoonstelling niet wegpoetsen. Het SMAK spaarde kosten noch moeite voor Ecce Homo / Le Poseur, een expo met drie films en een reeks objecten die Wolfson vanuit New York naar Gent meebracht. De vloer is bedekt met zacht wit voltapijt en elk werk gaat smooth in een smetteloze setting uit de doeken. Het filmische beginsel, gepresenteerd in een omgeving met voltapijt en artistieke objecten, herinnert aan de ambitieuze manier waarop Matthew Barney indertijd zijn Cremaster-filmcyclus omzwachtelde. Maar die vergelijking kun je maar beter verdringen, want ze valt niet voordelig uit voor Wolfson. In Wolfsons film Animation, Masks (2011), ook te zien in Gent, figureert een karikaturale Jood die de Vogue leest. Een tweestemmige voice-over verklankt wat er in zijn hoofd omgaat terwijl vreemde dingen met zijn gezicht gebeuren. Visueel puik gemaakt, met eigenzinnige wortels en intrigerende transformaties. Maar iets eraan is niet pluis en dat heeft te maken met een gebrek aan richting. Ook in het vijftien minuten durende Con leche (2009) wordt aan een stuk door gebabbeld en geneuzeld terwijl een leger colaflesjes door Detroits suburbs marcheert. Oogt vlot, klinkt vlot maar aan het eind van de rit blijkt Wolfson inhoudelijk-technisch toch een halte te hebben gemist. Ecce Homo / Le Poseur ontbeert een zekere samenhang, maar daar krijg je wel een wilde en onbevangen verbeelding voor in de plaats. Tel daarbij een dik tapijt, muziek met vlees op de botten en een artiest die overduidelijk op zoek is naar iets anders, en je krijgt een tentoonstelling die alsnog uit de band springt. ELS FIERS