FILM: **** Extra's: *** (Folio Scope / Boomerang / Anima)
...

FILM: **** Extra's: *** (Folio Scope / Boomerang / Anima) Er zijn weinig Belgische filmmakers die hetzelfde palmares van de in 1928 geboren Oostendenaar, regisseur, scenarist en producent Raoul Servais kunnen voorleggen. Meestal is het ook wel zo dat onze beste talenten in het buitenland beter scoren dan in eigen land. Zo kaapte Servais' Chromophobia (1965) maar liefst 15 verschillende onderscheidingen weg op diverse festivals, waaronder de Leeuw van St. Marcus op het festival van Venetië in 1966. In deze tien minuten durende animatiefilm bant een grauw leger alle kleur uit de wereld. Zowel ritme, vorm en soberheid zijn indrukwekkend. Servais baseerde zich op zijn herinneringen van vlucht, verschrikking en dood tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar de universele thematiek is nog steeds brandend actueel. De maatschappelijke bekommernis van Raoul Servais en het opnemen voor individuele vrijheid en meningsuiting is een constante in zijn oeuvre. Vormelijk zal Servais steeds inventief de technische mogelijkheden van het animatiegenre verkennen. Zo is het een paar jaar later gemaakte Sirene een surrealistische nachtmerrie over de onmogelijke liefde tussen een scheepsjongen en een zeemeermin. Een felrode achtergrond en monsterlijke kranen vormen het decor voor de absurde machtsspelletjes van de autoriteiten, tegen wie het individu niets kan beginnen. Het poë- tische en hoopgevende einde van Sirene neemt een grimmige wending in zijn volgende film Goldframe (1969). De ziekelijke ambitie van een filmtycoon wordt in een schetsmatig zwart-wit verbeeld. Het gevecht tegen zijn eigen schaduw wordt hem uiteindelijk fataal. Vanaf de jaren zeventig wordt de toon in Servais' films donkerder. In To Speak or Not to Speak keert hij terug naar zijn thema van de kleine man die gemanipuleerd en geïndoctrineerd wordt door maatschappelijke wetten en commercie. Het zwierig geanimeerde, in blauwgroene tinten badende, Operation X-70 is een cynisch en antimilitaristisch sprookje over een bom die de mens in gevaarloze wezens moet transformeren. Het briljante stilisme, dat steeds een ondersteuning is van de inhoud, kent andermaal een hoogtepunt in Pegasus. Deze naar de schilderijen van Permeke verwijzende film wordt opgevolgd door Harpya (Gouden Palm, Cannes '79). Harpya biedt een bevreemdende en vernietigende kijk op liefde en tederheid. Badend in de sfeer van de Belgische surrealisten, combineert Servais hierin live-action met animatie. Hiervoor ontwikkelde hij de Servaisgrafie, die ook gebruikt wordt voor de decors uit Taxandria, maar pas volledig wordt aangewend in Nachtvlinders (1998), Servais' hulde aan de surrealist Paul Delvaux. De reeks films sluit af met het schitterende Atraksion (2001): een zwart-witte fabel, waar in gevangenisplunjes gestoken mimespelers zoeken naar verlichting en vrijheid. Servais ten voeten uit... EXTRA'S. In de becommentarieerde versie van Nachtvlinders wijdt Servais gedetailleerd uit over zijn Servaisgrafie. De Canvasdocumentaire Oude Meesters en de compilatie interviews verzameld onder ABC-Boek tonen de man achter zijn werk. Servais praat honderduit over zijn jeugd, de Gentse kunstacademie, sociaal engagement, inspiratiebronnen, zijn samenwerking met Magritte en manier van werken. Jammer genoeg ontbreken uitspraken over zijn samenwerking met de componist Lucien Goethals. Fragmenten uit onder meer: De Zandloper, Taxandria, Havenlichten, Het Lied van Halewyn en een fotogalerij ronden het bonusmateriaal af. Piet Goethals