Citizen Kane in RKO 281, Psycho in Hitchcock, Nosferatu in Shadow of the Vampire: heel wat filmklassiekers kregen al hun eigen, gefictionaliseerde making-of, maar de film die in James Franco's The Disaster Artist wordt gefêteerd is van een heel andere orde, zelfs van een andere planeet. Onderwerp van deze biopic-achter-de-schermen is namelijk The Room van schrijver, regisseur, producent, acteur en volbloed excentriekeling Tommy Wiseau, een drama uit 2003 dat zo absurd en knudde is dat je het moet zien om het dan nog nauwelijks te geloven.
...

Citizen Kane in RKO 281, Psycho in Hitchcock, Nosferatu in Shadow of the Vampire: heel wat filmklassiekers kregen al hun eigen, gefictionaliseerde making-of, maar de film die in James Franco's The Disaster Artist wordt gefêteerd is van een heel andere orde, zelfs van een andere planeet. Onderwerp van deze biopic-achter-de-schermen is namelijk The Room van schrijver, regisseur, producent, acteur en volbloed excentriekeling Tommy Wiseau, een drama uit 2003 dat zo absurd en knudde is dat je het moet zien om het dan nog nauwelijks te geloven. Geen wonder dat 'The Citizen Kane of Crap', zoals Wiseau's nochtans pijnlijk serieus bedoelde opus werd gedoopt, uitgroeide tot een cultfenomeen, inclusief uitverkochte nachtscreenings waarbij fans de groteske dialogen meebrulden en - googel zelf waarom - met plastic lepels naar het scherm gooiden. Bovendien inspireerde het Greg Sestero, de B-acteur die Wiseau indertijd in zijn narcistische waanzin bijstond, tot het boek The Disaster Artist. Dat leest als een vermakelijke les in episch falen in Hollywood, met Wiseau in de vedetterol van flamboyante, incompetente leermeester. In zijn adaptatie van Sestero's getuigenverslag speelt James Franco - ook een duivel-doet-al, maar dan met iets meer talent - met diabolisch genoegen de rol van Wiseau, een geboren Amerikaan van eind de dertig volgens hemzelf, een aangespoelde Pool van eind de vijftig volgens alle anderen. Hoewel het onderwerp smeekt om spot en ironie, maakt Franco er een liefdevolle hommage annex bromance van. Niet alleen de totstandkoming van The Room staat centraal, de film belicht ook de al even onwaarschijnlijke vriendschap tussen Wiseau en Sestero (James Franco's jongere broer Dave), twee wannabe's die, ondanks hun verschillen in leeftijd en afkomst en hun gedeelde gebrek aan talent, samen hun Hollywoodroom najagen. Waar Wiseau het geld (zes miljoen dollar!) vandaan haalde om zijn buitenaards slechte soap te maken? Waar hij, met zijn vette Oost-Europese accent en vampierachtige looks, echt vandaan kwam? En waarom hij de drang voelde om zich tijdens de opnames als een ploert te gedragen tegenover zijn tegenspeelster? Die vragen laat Franco, in navolging van Wiseau, angstvallig onbeantwoord, al doemen ze af en toe onvermijdelijk op. Op die manier laat James Franco, die voor zijn rol met een Golden Globe werd beloond (en mogelijk een Oscarnominatie had gescoord mocht hij in niet in opspraak zijn gekomen wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag), het mysterie rond 's mans persoon en zijn flauwekul spuwende filmdraak zedig intact. Tegelijk hangt het een gladde, gekunstelde feelgoodvoile over The Disaster Artist, wat de film zowel komische charme als dramatische tekortkomingen oplevert. Een bij vlagen geestige en aandoenlijke blik in de coulissen van de Amerikaanse droomfabriek, maar niet onthullend of memorabel, laat staan een film om uit passie of leedvermaak plastic lepels naar te mikken.