In een persbericht kondigde de VRT vorige week aan dat het zichzelf een richtlijn heeft opgelegd inzake Nederlandstalige muziek. Op Radio 1 zal voortaan 10 procent van alle songs Nederlandstalig zijn, op Radio 2 wordt dat 25 procent. De openbare omroep hoeft dat niet eens te doen: in de beheersovereenkomst zijn er hierover immers geen percentages vastgelegd. Er staat hoogstens dat één vijfde van de zendtijd aan Vlaamse producties moet worden besteed - lees: een muziekproduct waarbij de creatieve inbreng van een Vlaming een bepalende rol speelt, ongeacht de taal van uitvoering - e...

In een persbericht kondigde de VRT vorige week aan dat het zichzelf een richtlijn heeft opgelegd inzake Nederlandstalige muziek. Op Radio 1 zal voortaan 10 procent van alle songs Nederlandstalig zijn, op Radio 2 wordt dat 25 procent. De openbare omroep hoeft dat niet eens te doen: in de beheersovereenkomst zijn er hierover immers geen percentages vastgelegd. Er staat hoogstens dat één vijfde van de zendtijd aan Vlaamse producties moet worden besteed - lees: een muziekproduct waarbij de creatieve inbreng van een Vlaming een bepalende rol speelt, ongeacht de taal van uitvoering - en dat één VRT-radionet een duidelijk Nederlandstalig profiel moet hebben. En aan beide vereisten voldoet de omroep al een tijd. Waarom dan deze richtlijn? Omdat de VRT de hete adem van de politici in de nek voelt. Dat heet: de vlucht vooruit. Of nog: de aanval is de beste verdediging. Kortom: de VRT wil de politici - lees: de toekomstige minister van Media - een stap voor zijn door deze goede intenties op papier te zetten. Liever dat dan - o gruwel - door de overheid opgelegde quota, want laten we wel wezen: die zullen níét voor extra kwaliteit zorgen. Gorki, Noordkaap en De Mens zijn begin jaren 90 niet dankzij quota doorgebroken, wel door hun eigen wilskracht én op basis van hun muzikale kwaliteiten. Na hen was het tien jaar wachten op nieuw talent. Flip Kowlier, deze week terecht bekroond met de Vlaamse CultuurPrijs voor Muziek, zette de toon met zijn dialectpop, en sindsdien hebben we de Fixkes zien passeren, de Mira's en de Yevgueni's. In hun genre is er vernieuwing, al moet nog blijken hoe ver die zal dragen. In het schlagergenre is die er amper: na de Willy Sommersen van deze wereld gaapt een zwart gat waarin alleen de ster van Laura Lynn wat licht geeft. En het is te enggeestig om de verantwoordelijkheid daarvoor in de schoenen van de VRT te schuiven. Ex-minister van Media Geert Bourgeois, roerganger in deze problematiek, schermt in zijn communicatie met economische belangen: de lokale muziekindustrie moet ondersteund worden. Dat argument druist echter regelrecht in tegen de Europese principes van vrijhandel. Laat ons een kat een kat noemen: het gaat hem om de bescherming van de eigen cultuur en de eigen taal. Daar is op zich niets mis mee, ook niet voor de Europese Commissie. Maar kwaliteit creëer je niet op basis van quota's voor de openbare omroep. Daar is meer voor nodig. Daarom lanceert de VRT ook een oproep tot de muzieksector en de overheid om 'elders extra stimulansen voor uitbreiding en kwaliteitsverhoging van de sector te zoeken'. Want het speelveld blijft magertjes. En uiteindelijk zal iedereen moeten toegeven dat het radioaanbod van de VRT door zijn openheid en diversiteit al decennia lang tot de beste van Europa behoort. Laat de politiek daar voortaan alsjeblieft zijn handen van afhouden. Die 10 procent voor Radio1 en25 procent voor Radio 2 zullen ruimschoots volstaan. Karel Degraeve