Van zijn gemeen bijtende bloedhond van een debuut Reservoir Dogs (1992) tot en met de uitgerekte en opgeblazen interieurwestern The Hateful Eight (2016): deze documentaire blikt terug op de eerste acht langspeelfilms van Quentin Tarantino en op de popculturele impact die ze hadden. Veel nieuwe of diepe inzichten vallen er evenwel niet te ontdekken, zelfs niet met de hulp van Mister Pink of mister Wolf.
...

Van zijn gemeen bijtende bloedhond van een debuut Reservoir Dogs (1992) tot en met de uitgerekte en opgeblazen interieurwestern The Hateful Eight (2016): deze documentaire blikt terug op de eerste acht langspeelfilms van Quentin Tarantino en op de popculturele impact die ze hadden. Veel nieuwe of diepe inzichten vallen er evenwel niet te ontdekken, zelfs niet met de hulp van Mister Pink of mister Wolf. Tara Wood, die eerder een docu wijdde aan Richard Linklater, houdt het bij een klassieke en duffe parade van talking head-interviews, archiefbeelden en clips. Daarbij mogen Tarantino-habitués als Samuel L. Jackson, Tim Roth, Michael Madsen, Zoë Bell, Christoph Waltz en anderen in allerlei varianten getuigen hoe cool en awesome de maestro van de nouvelle violence is. Dat QT altijd nauw samenwerkte met de inmiddels veroordeelde Miramax-mogol Harvey Weinstein komt eveneens aan bod (weliswaar zonder er dieper op in te gaan). De kritiek op zijn fetisj voor expliciet geweld, voor pulpfictie allerhande, voor het n-woord, voor historisch relativisme en voor het objectiveren van vrouwen wordt dan weer weerlegd. Inhoudelijk heeft het, geheel conform QT's films, echter weinig om het lijf, maar ook visueel en vormelijk stelt deze jukeboxdocu teleur, iets wat je niet kunt beweren van de acht films van de regisseur, zelfs niet van zijn minste en meest derivatieve. Het interessantste aan deze docu is dan ook dat ze, weliswaar ongewild, illustreert hoe Tarantino - een overjaarse puber maar ook een rasfilmer pur sang - zichzelf in de loop der jaren opsloot met zijn dada's en bewust en onvermijdelijk een succesformule en merknaam werd. De film toont ook hoe hij in de nihilistische nineties als autodidactische videogeek de ingedommelde auteursfilm plots de mainstream in dynamiteerde met Reservoir Dogs, Pulp Fiction en Jackie Brown - nog altijd met voorsprong zijn beste, royaal in bloed, ironie en cinefilie gedrenkte drie - en daarna genoegen nam met de geïnstitutionaliseerde, overvolle en zelfgenoegzame pseudorebellie van Django Unchained en Inglourious Basterds.