1 Jij bent de uitvinder van de term Belpop, niet?

Wat een eer! (lacht) In het Radio 2- programma Vrijaf, dat ik in de jaren '80 op woensdagnamiddag presenteerde, zaten rubriekjes als 'De Belgische Popkalender'. Omdat dat een mondvol was, begon ik de afkorting Belpop te gebruiken. Een benaming die nadien een eigen leven is gaan leiden.
...

Wat een eer! (lacht) In het Radio 2- programma Vrijaf, dat ik in de jaren '80 op woensdagnamiddag presenteerde, zaten rubriekjes als 'De Belgische Popkalender'. Omdat dat een mondvol was, begon ik de afkorting Belpop te gebruiken. Een benaming die nadien een eigen leven is gaan leiden. Absoluut. Voordien moest ik naar Amsterdam of Londen om LP's van Little Feat of The Meters op de kop te tikken. De punk bracht eindelijk wat leven in de brouwerij: kranten begonnen plots over popmuziek te schrijven, de jonge Herman Schueremans organiseerde z'n eerste concerten... Toen werd de kiem gelegd voor de Belgische rockscene zoals we die nu kennen. Met Marcel Vanthilt richtte ik een piratenzender op: FM-Bruxel. Dat was illegaal en dus héél spannend. Er liepen in die tijd aardig wat spitante figuren rond, zoals Walter Grootaers en Dirk Blanchart. Zij waren gedroomde gesprekspartners. We zaten zo gezellig te keuvelen in de studio dat ik niet meteen in de gaten had dat Arno z'n glas zéér regelmatig bijvulde. Plots gooide hij het gesprek over een heel intieme boeg. Ik dacht: 'Straks word ik door m'n bazen op het matje geroepen'. Een ongegronde vrees. Van absolute wereldklasse waren Zanna van Luc Van Acker en O La La La van TC Matic. Onlangs hoorde ik bij één van die hippe postpunkbands van het moment û The Killers, geloof ik - een riff die verdacht veel leek op die van Red Zebra's I Can't Live In A Living Room. Een bewijs dat een aantal van die Belpop-klassiekers tijdloos is. Het is geen lelijk, maar een agressief ventje. Een symbool voor de verbetenheid en het doorzettingsvermogen van de Belgische muzikanten. Niet overdrijven. Ik heb er één keer, in 1987, gedraaid. Met zware house had ik geen voeling. Funk, hiphop, Bowie, Robert Palmer: dat was mijn dada. Toen een jaar later de grote decadentie zijn intrede deed op Ibiza, had ik geen zin om terug te keren. Ja, maar niet fanatiek: ik ga niet langer naar álle concerten. Wat me opvalt, is dat de Belgische artiesten van nu û ik denk aan Sioen, bijvoorbeeld - al snel een eigen smoel ontwikkelen. Ik zie heel wat creatieve geesten met een grote innerlijke kracht en een dito groeimarge. Ik verdween uit de media toen ik met Roxy naast een radiolicentie greep. De ontgoocheling was groot: een eigen radiostation leiden, blijft een onvervuld verlangen. Uiteraard. De manier waarop de VRT z'n zenders structureert, is uniek in de wereld. Maar dat betekent nog niet dat de omroep de ontplooiing van een commercieel radiolandschap mag tegenhouden. Het evenwicht tussen openbare en commerciële stations is totaal zoek. lDOOR PETER VAN DYCK