1 Waarom interesseerden de liefdeservaringen van gepensioneerde vrouwen je zo?

Mannen van tachtig beginnen al vlug verhalen te vertellen over de oorlog (lacht). Daar konden we niets mee aanvangen. Vrouwen zijn gerichter. Het thema liefde is een uitgeput cliché, maar het fascineert me waarom iedereen een leven lang bij elkaar tracht te blijven. We wilden hen ook niet in beeld brengen op de betuttelende manier die je vaak op tv ziet, genre 'kijk eens hoe seksueel actief onze sinjoren wel zijn'.
...

Mannen van tachtig beginnen al vlug verhalen te vertellen over de oorlog (lacht). Daar konden we niets mee aanvangen. Vrouwen zijn gerichter. Het thema liefde is een uitgeput cliché, maar het fascineert me waarom iedereen een leven lang bij elkaar tracht te blijven. We wilden hen ook niet in beeld brengen op de betuttelende manier die je vaak op tv ziet, genre 'kijk eens hoe seksueel actief onze sinjoren wel zijn'. Allerminst. Liefde in woorden vatten, is te moeilijk: in films en poëzie gaat dat, maar in het echte leven klinkt 'ik hou van je' akelig klef. Dit programma propageert dan ook geen rozengeur en maneschijn. Week van Liefde is net een antigif voor de stroperige drab die ons overspoelt op Valentijnsdag. We hadden schrik dat mensen op leeftijd ons met typische wijsheden om de oren zouden slaan of de clichés zouden bovenhalen dat vroeger alles beter was. Maar we laten heel échte mensen zien. De serie is niet onnodig opgesmukt: je hoort mensen naar hun woorden zoeken, je merkt hun eigen twijfel. Dat is met opzet zo: het heeft weinig zin om een programma als dit flitsend te monteren. De nadruk ligt op een mooi gesprek. Toch vind ik Week van Liefde behoorlijk rock-'n-roll. Niets komt ongeloofwaardig en gepolijst over. Niet echt, maar ik wilde wel een brug slaan naar hen: omdat ze zo'n fantastisch leven achter de rug hebben en straks weg zijn. Voor mij was 1969 écht het eind van een tijdperk. Het jeugdhuis in ons dorp sloot de deuren toen ik oud genoeg was om mee te doen, de Blauwe Maandag Compagnie hield het voor bekeken toen ik meedeed (lacht). Het voordeel is wél dat ik telkens aan de wieg stond van iets nieuws. (lacht) Met mijn groep De Dolfijntjes speelden we voor twintigduizend man op Dranouter, en dan voel ik me wel even Bono. Maar ik ben zelf eigenlijk al Jekyll én Hyde. Als acteur op tv speel ik inderdaad vaak een antiheld, maar ik let er wel op dat ik niet in een soort clownsrol val. In het theater komt mijn zwarte kant veel meer naar boven. Goed, maar wat moet je denken van een Beertje Colargol die met zijn 'fluitefluit' elk verhaaltje uitblaast, of Tita Tovenaar die op zijn 'titafluit' speelt? Dat zijn toch seksuele boodschappen. Jawel, mijnheer, ik ben een connaisseur in de scatologie en de vuile praat (lacht). Ik ben altijd bang geweest om te pochen omdat er altijd wel iemand was die alles zoveel keer beter gedaan heeft dan ik. Toch kijk ik nu trots terug op wat ik doe - zelfs op DeBende van Wim, hoewel jullie dat een van de flops van 2003 vonden. Die valse bescheidenheid heb ik nu wel afgeschud. Johan Simons, de nieuwe artistieke leider, is zo'n goede vriend dat ik geen seconde twijfelde over mijn keuze om naar Gent te gaan. Een heel wat banalere overweging speelde echter ook mee: nu moet ik 's morgens niet meer door de Kennedytunnel naar Antwerpen (lacht). Ik wil dichter bij mijn thuishaven Harelbeke blijven. Dan komt mijn fragiele kant naar boven. Ugo wilde dat het een feest zou worden, maar dat zag ik niet zitten. Ik heb Time After Time van Cyndi Lauper gespeeld, maar dan honderd keer vertraagd. Het was hartverwarmend omdat iedereen meezong. Dat lachen dat heel dicht bij het huilen aanleunt: dat is het pad dat ik vaak bewandel. l Gunter Van Assche'Ik ben een connaisseur in de scatologie en de vuile praat.'