1. Met 'De Keuze van Alloo' ben je vaak onderweg. Kunnen locaties de teneur van het gesprek sterk beïnvloeden?

Toch wel. Er is een groot verschil tussen de televisiestudio en buiten. Voor een programma in een tv-studio nodigen we een gast uit, die eerst verdwijnt in de schminkkamer waarna we alles in één uur moeten klaren. Nu hebben we de vrijheid om iemand enkele dagen te volgen. De gesprekken ademen ook een meer naturelle, ongedwongen sfeer uit. We kunnen evengoed onderweg pauzeren, om een museum te bezoeken of om een pint te pakken.
...

Toch wel. Er is een groot verschil tussen de televisiestudio en buiten. Voor een programma in een tv-studio nodigen we een gast uit, die eerst verdwijnt in de schminkkamer waarna we alles in één uur moeten klaren. Nu hebben we de vrijheid om iemand enkele dagen te volgen. De gesprekken ademen ook een meer naturelle, ongedwongen sfeer uit. We kunnen evengoed onderweg pauzeren, om een museum te bezoeken of om een pint te pakken. Het is voor De Keuze van Alloo niet mijn bedoeling dat mijn gasten van de weeromstuit tot gevoelige bekentenissen overgaan. We willen voor de kijkers de minder bekende aspecten van onze gesprekspartners belichten. Vorige week hadden we bijvoorbeeld Felice in het programma, met wie we een museum in Aken zijn gaan bezoeken. Weinigen kennen zijn kunstminnende kant. We peilen ook niet naar de roerselen van de ziel, maar naar fundamentele keuzes. Zoiets gebeurt niet echt bewust. Bij mij is het meestal zo dat ik op een bepaald ogenblik iets dergelijks móet doen. We wilden deze keer een no-nonsenseprogramma, een praatprogramma, een reportagedocumentaire, noem het zoals je wil. De vorm van De Keuze van Alloo volgde daar automatisch op. Dat heeft meer te maken met tijd en budget. Tijdens Alloo Praat is ons dat wel eens gelukt, met Julio Iglesias. Maar we moeten rekening houden met een vast gegeven als TV1: ik zou helden als John Cale of Iggy Pop willen interviewen, maar méér dan een handvol kijkers krijg je daar niet warm mee. Ik zou ook drie reeksen met Guy Verhofstadt kunnen vullen, maar daar hebben de meeste kijkers weinig boodschap aan. De cijfers obsederen me allerminst, maar ik hou er wel rekening mee. De kijkcijfers bepalen uiteindelijk toch de levensduur van je programma. We halen nu zo'n vier- à vijfhonderdduizend kijkers per week. Niet slecht, aangezien we tegenover voetbal geprogrammeerd staan. En bedenk dat er ook een grote keuze is op tv. Maar schatje, ik wil ook helemaal niet aandringen op hevige emoties. We maken geen programma over afscheid en verdriet. Het gaat over keuzes maken. Zo bezoeken we met Marijn Devalck een lagere school, maar dat is niet eens zijn eigen lagere school: we willen duidelijk geen kiekjes maken die passen in het familiefotoalbum. Ik zal 's middags opnieuw Advocaat van de Duivel presenteren, maar méér kan ik daar nu nog niet over kwijt. De staf van de cel Politieke Programma's brainstormt momenteel over het hoe, wat en wanneer. Zelfs op welke zender we uitzenden, staat nog niet vast. Ik heb daar niets van gehoord, maar soit: ik had toch moeten passen, want ik heb meer dan genoeg om handen. Het klopt wel dat ik in het verleden vage radioplannen had: ik zou gaan presenteren op Roxy (een radio-idee van Gust De Coster en Herman Schueremans, gva), maar daar is jammer genoeg niets van in huis gekomen. Helemaal niet. En dan nog niet eens zozeer omdat het programma zo'n nasleep kende, maar omdat ik het al eens gedaan heb. Dat volstaat. Een sportnet voor de VRT is een fantastisch initiatief. Maar voor mij alweer hetzelfde punt: ik kan mezelf deze zomer echt niet vrijmaken voor televisie. lGunter Van Assche'Ik zou zeker helden als John Cale of Iggy Pop willen interviewen, maar méér dan een handvol kijkers krijg je daar niet warm mee.'