1 'De Troebabroers' kent zélfs naar jouw maatstaven een behoorlijk vreemd concept.

Samen met Alex Klaasen rijd ik zes afleve-ringen lang rond in een huifkar die voortge-trokken wordt door een roze pony. Onderweg pikken we bekende Nederlanders op waarmee we sketches opvoeren en belangrijke en minder belangrijke thema's aansnijden. Alex schreef ook de muziek.
...

Samen met Alex Klaasen rijd ik zes afleve-ringen lang rond in een huifkar die voortge-trokken wordt door een roze pony. Onderweg pikken we bekende Nederlanders op waarmee we sketches opvoeren en belangrijke en minder belangrijke thema's aansnijden. Alex schreef ook de muziek. Je weet dat er niet in elke gast een begenadigd komiek schuilt. Daar hou je als schrijver rekening mee. Ik heb zo lang aan de teksten geschaafd, tot ik vond dat ze op maat van de gast waren. Maar als de woorden zelfs dan nog niet goed bekten voor hen, heb ik ze altijd vrij gelaten om ze zelf nog wat aan te passen. Nee, echt niet. Ik heb de gasten meestal specifiek uitgekozen omdat ze bij het onderwerp van de uitzending passen: de populaire zanger Xander de Buisonjé die als Prins Glinsterbil zijn wilde haren laat knippen bijvoorbeeld. Of Boudewijn de Groot die de Paapse papoorlog wil winnen door het zingen van een protestsong. Daar ben ik bewust mee bezig. Ik denk altijd dat mijn publiek me op die manier niet zal herkennen als ik op straat loop. En dat ze in ieder geval zullen denken dat ik in werkelijkheid véél knapper ben ( lacht). Het lukt me vrij aardig om niet herkend te worden: na de première van de Theo & Thea-film ben ik op de trappen van de bios-coop gaan zitten en deed ik mijn tanden uit - niémand die me aanklampte. Dat klopt. De omschrijving die mij nog het meest op het lijf gegoten zit, is ongetwijfeld: 'een lange gesloten introverte man'. Die twee programma's waren inderdaad niet bedoeld als komische programma's. Theo & Thea was een echt amusementsprogramma, De Troebabroers is dat nu ook. Als ik de kijkers daarmee kan geruststellen: 'jawel, het is weer de bedoeling om hardop te lachen!'. Al is gniffelen ook toegestaan. Dat als de grap verteld is, de mensen erom kunnen lachen. Dat is alles, heus. Trudie is dood was wat mij betreft een documentaire - ik heb ze samen met Arnoud Holleman in 1998 gemaakt toen duidelijk was dat mijn hond doodziek was. Het was vooral grappig omdat we stukjes toonden uit Theo & Thea ( waarin de hond opdraaft met geschilderde wenkbrauwen; gva). In dezelfde periode heb ik trouwens ook mijn tweede broer verloren. Ik had heel erg de behoefte om iets met dat verdriet te doen, om iets over de dood te maken. Ik ben steeds te porren voor een afleve-ring van Absolutely Fabulous. Dawn French en Jennifer Saunders zijn erg goed. Ik groeide op met een andere heel grappige vrouw, Lucille Ball. Als we het hebben over talent van eigen bodem, moet ik Koot en Bie noemen. En Freek De Jonge natuurlijk. In de Gloria en Nefast voor de Feestvreugde? Nog nooit van gehoord. Al die zaken hadden verrassend genoeg een grote invloed en impact op mijn leven. Je moet die gebreken omzetten in iets positiefs: ik schrijf andere teksten omdat ik anders in mekaar zit. Je moet steeds het onderste uit de kan halen. l Door Gunter Van Assche'EEN LANGE GESLOTEN INTROVERTE MAN': DAT IS DE OMSCHRIJVING DIE MIJ NOG HET MEEST OP HET LIJF GEGOTEN ZIT.