1 'Alles Kan Beter' keert kortstondig terug?

Ja, we maken op vraag van de VRT een kernachtige bijdrage van vier minuten voor Feest! 50 jaar televisie. We gebruiken daarin het klassieke panel: Guy Mortier, Rob Van Oudenhoven en mezelf. Gastpanellid is Dirk Sterckx.
...

Ja, we maken op vraag van de VRT een kernachtige bijdrage van vier minuten voor Feest! 50 jaar televisie. We gebruiken daarin het klassieke panel: Guy Mortier, Rob Van Oudenhoven en mezelf. Gastpanellid is Dirk Sterckx. Een volledige aflevering wordt het niet. Maar omdat het de moeite niet loont om mensen naar Brussel te laten komen om voor slechts vijftien minuten in het publiek te zitten, gaan we wel een uur lang opnemen. Daarvan gaan we dan een viertal minuten bewaren. Er is natuurlijk meer dan genoeg stof voor een nieuwe reeks, maar concrete plannen bestaan daar niet over. We hebben ons altijd goed voorbereid, dus ook voor deze korte bijdrage, al was het maar om de goede naam van het programma niet te verbrodden. Ik zou niet willen dat de mensen het fragment zien en zeggen: 'Was dat nu het befaamde Alles Kan Beter?' Niemand heeft er baat bij als we slordig te werk gaan. Nee, dat zou een ander programma zijn. We werken zoals voorheen met een databank van beelden. We zoeken kleine trends, journalistieke systemen, hilarische details. Daaruit halen we dan de ideeën voor de aflevering. Ik heb me op een dag aan de werktafel gezet, en me voorgenomen om het radioprogramma De Taalstrijd te vertalen naar tv, zonder dat het 'radio met beeldjes' werd. Eerst gingen er verschillende taalstrijdspelletjes in elke aflevering zitten, maar gaandeweg ontdekte ik dat het idee dat 'alles beter kan' op zich al een volledig programma kan vullen. We bleven ook altijd positief en constructief: 'Deze journalist is een professional, hij doet zijn werk goed, maar het kan toch nog ietsje beter.' Het was wel ironisch, maar nooit destructief. Frustratie is een groot woord. Ik erger me zeker aan bepaalde zaken. En sinds 1994-1995 kan ik inderdaad niet meer 'gewoon' naar tv zitten kijken, en ik vermijd dat dan ook. Ik kijk wel nog naar wielrennen of voetbal, maar heb helemaal geen kijkgewoontes meer. Ik zou bij god niet weten wanneer welk programma wordt uitgezonden. Ik zit dan ook vijf maanden per jaar in Frankrijk: ik ben er te veel uit om kijkgewoontes te kweken. Ik wou altijd vermijden dat het programma wordt gedragen door panelleden die op elkaar zitten te kappen. Dat is wel leuk voor een ogenblik, maar na een tijdje verveelt dat toch. Dat is gebeurd in De Taalstrijd, of ook in De Drie Wijzen. Na een aantal seizoenen was de belangrijkste attractie daar Chris van den Durpel die zat te kappen op Walter Grootaers en omgekeerd. Er zijn altijd grenzen van welvoeglijkheid, zelfs in de scherpste satire. In de laatste aflevering van de originele Alles Kan Beter zat er een fragment met veel scheten en boeren. Ik heb zelf beslist om dat niet uit te zenden. Want dan krijg je kritiek dat het makkelijke onderbroekentelevisie is. Maar 'mondjesmaat', als ik dat woord mag gebruiken, moet een beetje platte humor wel mogelijk zijn. Het is zeker niet oneindig heruitzendbaar. Daarvoor zitten we iets te kort op de actualiteit. Onlangs is de serie nog eens volledig heruitgezonden, en ik heb daarvoor eerst een klein comité samengesteld met iemand van de redactie van Alles Kan Beter, iemand van Woestijnvis, en een neutrale buitenstaander. Dat comité besliste of het nog kon worden heruitgezonden. Als een politicus nog nationaal bekend is, kun je hem zonder aankondiging in fragmenten gebruiken, maar binnen tien jaar vrees ik dat dat niet meer mogelijk zal zijn. In De Gloria is tijdlozer. Een item als Hallo Televisie met Tom Van Dyck ridiculiseert een grotere trend in de televisiewereld. We gebruikten even vaak beelden van het VTM- als van het VRT-journaal, dus ik vrees dat we te veel zouden moeten onderhandelen over auteursrechten en zo. Het sop is me de kool niet waard. Maar we zien wel. Zeg nooit nooit. ldoor OLIVIER BRAET