1. Het scenario van 'Poes Poes Poes' is gebaseerd op de gelijknamige roman. Theater wordt filmisch benaderd en televisie wordt naar de schouwburg gekatapulteerd. Een staaltje van multimediaal denken?

Ik vond Kaufhaus Inferno een beter voorbeeld van multimedia. Dit project is gewoon theater op doek, één medium dus. Het boek focust op de waanzin en onzin van hypes. Vorm en inhoud vallen best zo nauw mogelijk samen, het is een goede zaak dat deze voorstelling op verschillende plaatsen en tegelijk plaatsvindt. (lacht)
...

Ik vond Kaufhaus Inferno een beter voorbeeld van multimedia. Dit project is gewoon theater op doek, één medium dus. Het boek focust op de waanzin en onzin van hypes. Vorm en inhoud vallen best zo nauw mogelijk samen, het is een goede zaak dat deze voorstelling op verschillende plaatsen en tegelijk plaatsvindt. (lacht) Je geeft acteurs een set onderdelen waarmee ze een constructie maken, je hebt dus geen controle over het geheel. Maar ik zag de eerste aflevering en die zit alvast goed. Woest en loeihard, een beetje in het verlengde van Lars von Trier. Maar dan op LSD. Ik vind ze interessant als format, maar volg ze al een tijdje niet meer op televisie, wel op dvd. Een gelukkige evolutie in het kijkgedrag: je bent niet langer gebonden aan zenders en uitzendschema's. Regisseurscommentaren en extra's bekijk ik twee keer: eerst zelf en daarna meestal nog eens om iemand iets te tonen. Of om Spaans te leren! Ik ben een cursus begonnen en als ik 's avonds niet actief wil studeren, zet ik de Spaanse ondertiteling aan om de illusie te creëren dat ik toch nog iets nuttigs doe. (lacht) Het is niet zo bedoeld, maar de laatste twee seizoenen van The X-Files vind ik schitterende soap. The Soprano's en Twin Peaks, mijn eeuwige favoriet, zijn ook vaste waarden, mijlenver verwijderd van fletse beeldensoep als Thuis. Soap teert voor een groot deel op her- kenbaarheid. Mijn moeder herkent zich allicht beter in Familie dan in de duisternis die Twin Peaks heet, terwijl ik... euh... me nu een beetje zorgen begin te maken over mijn leven. (lacht) Ik vind het moeilijk om iets slecht te vinden, goed en slecht zijn zo subjectief. Je moet er trouwens mee uitkijken: het Songfestival is zo fout dat het opnieuw goed wordt. Ik hou wel van dat soort mediocriteit. Idool 2003 is precies hetzelfde: fijn entertainment voor een massa mensen. Zeggen dat het een slecht programma is, klopt niet. Je kan enkel beweren dat het je niet bevalt. Vorig jaar moest ik in minder dan 48 uur Toast (een bundeling van Mennes' eerste drie boeken) herlezen. Geen betere confrontatie met jezelf dan vijf, zes jaar na datum alle fouten opnieuw onder ogen krijgen. Horror. Ik ga veel te veel. Het is een lichamelijke en mentale noodzaak. Stefan Perceval blies me omver met Canal-Albert: een donker, gebald, explosief stuk. 45 minuten lang een staccato van vuistslagen. Mooi. En ik ga ook naar Martino, de nieuwe productie van Arne Sierens. Ik kocht gisteren van die plastic dingen om kabels te ordenen, ik ben er dus intensief mee bezig. (lacht) In het najaar zal ik Tom Lanoye opnieuw begeleiden op tournee. En ik werkte onlangs nog mee aan de Glamour is Undead-compilatie. Onder het pseudoniem 'Mauro'. (hilariteit) Nee, nee, ik heb anoniem meegewerkt om het focal point van de plaat niet op één bijdrage te leggen. Geen idee. Tijdens het schrijven van de roman luisterde ik vaak naar donkere, diepe drones, stokoude Krautrock en instrumentale stuff uit de vroege jaren zeventig. Muziek creëert een bepaalde atmosfeer die me hopelijk in de juiste mindset brengt om te schrijven. Of die muziek ook representatief is voor het boek zelf, laat ik liever in het midden. Ja hoor. Ik ben nu bezig in Alles Goed, een dichtbundel van de Utrechtse Ingmar Heytze. Heel toegankelijke poëzie. Ik zag hem een tijdje geleden tijdens een lezing en was meteen verkocht. ldoor Bram Van Moorhem'Theater is een lichamelijke en mentale noodzaak.'