C oquilles Saint-Jacques en crème brûlée. Het gebeurt niet alle dagen dat we bij interviews het betere gastronomische werk voorgezet krijgen - we zijn allang tevreden als we zélf een koude koffie of een warme pint mogen trakteren - maar Dez Mona is dan ook allesbehalve een alledaagse groep.
...

C oquilles Saint-Jacques en crème brûlée. Het gebeurt niet alle dagen dat we bij interviews het betere gastronomische werk voorgezet krijgen - we zijn allang tevreden als we zélf een koude koffie of een warme pint mogen trakteren - maar Dez Mona is dan ook allesbehalve een alledaagse groep. Zanger/graficus Gregory Frateur (27) is een ex-kapper die ooit als schrijnwerker afstudeerde én die in een vorig leven als Marlene Dietrichlookalike te zien was in het Antwerpse en Brusselse uitgangsleven. dEUS-veteraan Craig Ward noemt hem steevast 'de Antwerpse Judy Garland' - Dorothy uit The Wizard Of Oz, jawel - maar zijn hoge kopstem wordt even vaak met die van Antony Hegarty en Gavin Friday vergeleken, en zelfs met die van Nina Simone, Diamanda Galás en de oude, krassende Marianne Faithfull. Of (in zijn meer toegankelijke momenten) met Stef Kamil Carlens van Zita Swoon, naar verluidt ook een grote fan. Contrabassist en tweede founding father Nicolas Rombouts (30) is dan weer een doctorandus geschiedenis die helemaal in de ban geraakte van de freejazz, en die dan maar een goedbetaalde job aan de universiteit liet staan om aan het Lemmensinstituut voor muzikant te gaan studeren. Hij speelt ook in de begeleidingsband van Guido Belcanto en in de funksoulgroep Brazzaville, én hij durft op onbewaakte momenten wel eens de grote Franse schrijver Flaubert te citeren. ('Schep regelmaat in je leven, zodat je verrassend kan omgaan met je werk', klinkt het, ongevraagd, tussen twee gangen.) En met het onwaarschijnlijke duo Frateur/Rombouts zitten we nog niet eens aan de helft van Dez Mona - naar Desdemona, de tragische wederhelft van Shakespeares Othello. Want de cabareteske groep is afwisselend een duo en een kwintet, met accordeonist Roel van Camp (zie ook: DAAU), pianist Bram Weijters (zie ook: Jerboa) en drummer Steven Cassiers als extra inzetbare onderdelen. Dez Mona debuteerde in 2005 als duo met Pursued Sinners, een avantgardistisch en behoorlijk extreem plaatje dat ze live opnamen in een oude kerk, lang voor Arcade Fire dat soort locaties hip maakte. En zelfs voor dat debuut luisterden ze al een defilé op van Veronique Branquinho, én speelden ze drie keer in de Ancienne Belgique - een unicum in de Belpopgeschiedenis - onder meer op uitnodiging van Mauro Pawlowski. Begin dit jaar was er dan een tweede, meer toegankelijke verzameling torch songs - Moments Of Dejection or Despondency - die hen zowel massa's hatemail als een persmap vol jubelrecensies opleverde. 'De grootste rommel die we ooit hebben gehoord', schuimbekten non-believers op het forum van hun website. 'God beware ons dat we dit nog vaak moeten aanhoren.' 'Een adembenemende muzikale zoektocht', schreef onze huisrecensent dan weer, nochtans niet het soort mens dat om de haverklap begint te hyperventileren. 'Dez Mona mag zo worden bijgezet in ons pantheon der Vaderlandse muziekhelden.' Extreme reacties, een beetje controverse - in het geval van Dez Mona mag u het gerust als een waarmerk zien. Gregory Frateur: Zolang je me Gregory noemt wel, ja. Onlangs had ik een Nederlandse radiopresentatrice aan de telefoon voor een interview, en die noemde me de hele tijd Antony. (Imiteert) 'Hallo Antony? Ik mag je toch Antony noemen, hé, Gregory.' Nicolas Rombouts: (droog) Ze wilde grappig zijn, denk ik. Frateur: Maar het klopt wel. Ik héb er een bizar parcours opzitten, met een paar vreemde haarspeldbochten. Frateur: Van het een kwam gewoon het ander. Eerst bleek het ASO niets voor mij, en kwam ik in de houtbewerking terecht. Daarna bleek ook houtbewerking niks voor mij, en kwam ik in de kapperstiel terecht. En op de duur raakte ik ook daar op uitgekeken, en werd ik professioneel muzikant. Eigenlijk heb ik veel aan Vitalski te danken. Hij vroeg me als kapper en als gelegenheidszanger tijdens zijn Salons, een soort artistieke happenings op zondagmiddag. Zo kwam ik via-via in Italië terecht, bij (stemgrootmeesters) Koichi Makigami en Phil Minton. Daarna heb ik nooit meer haar geknipt. Frateur: Wat iedereen zich daarbij voorstelt, zeker? DJ's die platen draaiden waar ik in halfslachtig Engels bij improviseerde. Zwaar gemaquilleerd. Op hoge hakken. In een zwart kleed. Met een pruik, af en toe. 't Is geen periode waar ik bijzonder trots aan terugdenk. Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik me toen níét ongelooflijk amuseerde. Voor even, toch. (Aarzelend) Het waren niet de meest koosjere kringen waarin ik toen vertoefde, moet ik wel zeggen. Ik herinner me dat ik een keer moest optreden op een exclusief feestje in een zwaar bewaakt kasteel. Dat was Eyes Wide Shut in het kwadraat - decadenter kan gewoon niet. Maar artistiek gezien stelden al die dingen niks voor. Ook al verdiende ik toen meer in een uur dan met Dez Mona in een hele maand. Frateur: Ik rook niet, en ik probeer zo weinig mogelijk alcohol te drinken en zo veel mogelijk te slapen. Is dat leven als een monnik? Ik ken een pianist die elke dag een paar uur notenladders speelt. Gewoon, om in vorm te blijven. Dan mag ik echt niet klagen. Rombouts: Je weet wat ze van muzikanten zeggen, hé. Als je twee dagen niet oefent, hoor je het zelf. Als je een week niet speelt, merken je medemuzikanten het. En als je een maand niet gerepeteerd hebt, begint zelfs je publiek onraad te ruiken. Frateur: Gavin Friday. Daar had ik zelfs nog nooit van gehoord voor ik zijn naam in een van onze recensies zag staan. Ik ben toen een paar Virgin Prunesplaten gaan halen, en ik moet zeggen: ik was ontzettend geflatteerd. Intussen hebben we trouwens samen met hem een nummer gespeeld in de Ancienne Belgique. We waren gevraagd als voorprogramma voor een Virgin Prunesviering. En Kurt (Overbergh, de programmator; nvdr. ) had aan óns gevraagd om een nummer van hen te spelen, en aan hén om tijdens dat nummer bij ons op het podium te springen. Als verrassing, wij wisten van niets. Rombouts: Als laatste song zet ik dus Sweet Home Under White Clouds van hen in. En plots zie ik vier extra benen naast Gregory. Ik kijk omhoog, en wie zie ik tot mijn grote ontzetting op het podium staan? Gavin Friday! En Guggi! Frateur: 'Toen we jullie backstage bezig hoorden, dachten we dat Billie Holiday aan het zingen was', zeiden ze achteraf. Frateur: Ik weet niet of ik het al wereldkundig mag maken, maar ik zing mee op een nummer van de nieuwe Monza. Ik was ontzettend vereerd toen Stijn Meuris me belde. Monza, da's een beetje Afghan Whigs, hé. Rombouts: Zonder onbescheiden te willen klinken: Einstürzende Neubauten. Die maken vrij extreme, experimentele en compromisloze muziek, maar ze hebben wél een trouwe fanbase over de hele wereld. In alle grote wereldsteden voor een middelgrote zaal kunnen spelen: dat zou ik echt fantastisch vinden. Maar wie niet? Frateur: En als we dan toch aan het dromen zijn: een fin de carrière à la Nick Cave of Tom Waits. Of nee, wacht: als Mavis Staples. Frateur: Als een oude gospelzangeres, ja. (lacht) Iets op tegen? Foto Charlie De Keersmaecker