Pink Screens

5TH ALTERNATIVE GENDER FILM FESTIVAL - VAN 12 T.E.M. 21 MEI IN CINEMA NOVA EN HET FILMMUSEUM TE BRUSSEL (WWW.PINKSCREENS.ORG)

Het alternatieve filmfestival Pink Screens brengt zoals steeds een brede waaier aan films, documentaires, shorts, experimenten en pamfletten die inzoomen op seksuele oriëntatie. Van roze activisten tot transseksuelen, van holebi's tot feministen: geen invalshoek, vraagstuk, grens, genre of minderheid wordt over het hoofd gezien. Kieper je vooroordelen en vastgeroeste ideeën over de nuclear family dus overboord, al was het maar opdat je zou beseffen dat gender-cinema géén synoniem is voor kitschkomedies over als vrouwen verklede jeanetten die op de tonen van Abba's Dancing Queen in een busje door de woestijn tuffen.

Het programma, zei u? Dat bestaat uit verschillende secties waarvan de zogeheten Focus on Art-Body een centrale plaats inneemt. Hierin wordt werk gepresenteerd van kunstenaars die het lichaam gebruiken als instrument om zich over het 'genre' te bezinnen. En dat door middel van dans, performance, muziek of schilderkunst. Zo kun je ondermeer gaan kijken naar The Nomi Song, een documentaire van Andrew Horn over de New Yorkse muziekscene van de seventies en de rol daarin van de excentrieke, steevast met enkele centimeters schmink geplamuurde en door David Bowie gelanceerde zanger-performer Klaus Nomi. Verder is er de sensuele dansfilm Dead Dreamsof Monochrome Men van het Britse dansgezelschap DV8 én Caravaggio, de controversiële cultfilm van bad boy en hyperestheet Derek Jarman over de Italiaanse renaissancemeester die, althans volgens Jarmans homo-erotische fantasie, minstens even bedreven bleek in het choqueren van de goegemeente als in het op canvas zetten van het perfecte clair-obscur.

Hoofdmoot van het festival blijft echter de uitgebreide keur aan langspeelfilms en documentaires. Een aanrader is alvast het politiek beladen werkstuk Zero Degrees of Separation van Ellen Flanders. Zij schetst het portret van twee gemengde, Israëlisch-Palestijnse homokoppels die bewijzen dat liefde alles overwint, zelfs etnisch-religieuze geschillen en een chronische staat van oorlog. Uit de 'gewone' filmsectie viel ons oog vooral op de openingsfilm Gypo, een Britse Dogma-prent van Jan Dunn over raciale spanningen en multiculturele passie, én op afsluiter Boy Culture, een kinky zedenkomedie van gay-propagandist Q. Allan Brocka waarin drie sexy jongens en een gigolo samen een flatje huren.

Daarnaast zet Pink Screens dit jaar de Franse veteraan Paul Vecchiali in de spotlights, ex-criticus van Les Cahiers du Cinéma en veelzijdig autodidact. Vooral in de jaren zeventig en tachtig maakte hij ophef met films als Corps à Coeur (1979), over een jonge mecanicien die stapelverliefd wordt op een oudere apothekeres, én Once More/ Encore (1988), een drama waarin een getrouwde huisvader zich plots aan de herenliefde waagt, al steekt aids voor het eerst de kop op. Beide films worden, samen met verschillende andere titels, als retrospectieve vertoond in het Brusselse filmmuseum, dat bovendien ook twintig van Vecchiali's persoonlijke favorieten programmeert (onder andere Robert Bressons Au Hasard Balthazar, Jean Vigo's l'Atalante en W.F.Murnau's Sunrise). Als de bliksem richting Brussel, desnoods in een door travestieten bestuurd busje waarin Dancing Queen snoeihard door de woofers knalt.

Dave Mestdach