Pink Narcissus (1971)

film: *** extra's: **
...

film: *** extra's: ** FRANSE IMPORT; BQHL EDITIONS Alhoewel Pink Narcissus voor het eerst opdook in het gespecialiseerde circuit van gay pornobioscopen rond Times Square, sluit deze prent veeleer aan bij undergroundexperimenten uit de jaren zestig. Zoals zovele avant-gardefilms is Pink Narcissus half vervelend en half fascinerend, wat in dit geval ook sterk afhankelijk is van de stemming (en de seksuele oriëntatie) van de toeschouwer. Met zijn hoge jukbeenderen, sensuele dikke lippen en gebeeldhouwde jongenslijf lijkt hoofdrolspeler Bobby Kendall (ster van één film) een tot leven gekomen creatie van Jean Cocteau. Hij speelt een jonge hustler die in zijn ultrakitscherig appartement zijn erotische fantasieën de vrije loop laat. Zo ziet hij zichzelf afwisselend als viriele matador, slaafje van een Romeinse keizer, buikdanser in een Arabische harem en woudnimf in een somptueus glinsterende natuur. In al deze natte dromen is de jonge adonis druk in de weer met zichzelf, gaande van allerlei poses voor spiegels tot zelfbevlekking tussen de varens. Regisseur James Bidgood is minder een traditionele filmverteller dan een camp illusionist die met weinig geld maar des te meer verbeelding en vernuft een compleet artificiële wereld in elkaar knutselt. Bidgood draaide deze film grotendeels in zijn eigen appartement, over een periode van zeven jaar. Ondanks de schaarse middelen en korzelige fotografie (een mix van 8 mm en 16 mm waarvan de technische imperfectie door de digitalisering nog extra wordt uitvergroot) straalt de film een glorieus decadente luxe uit. Bidgood laat de weelderige erotische wensdromen nog geen klein beetje contrasteren met de groezelige realiteit van het leven van een New Yorkse straathoer. Maar zelfs zijn gescharrel in steegjes en urinoirs, bevolkt door een clichématige mélange van leernichten, soldaten, cowboys en bouwvakkers met tot de enkels afgestroopte jeans, worden door Bidgood flamboyant geësthetiseerd. Zelfs begin jaren zeventig had de hyperartistieke soft core-erotica van Pink Narcissus al iets ouderwets. Nu komt de film zelfs vrij onschuldig over met zijn in een rode of blauwe gloed gehulde beelden van gesluierde penissen, grassprietjes die tepels strelen of seksuele organen die op bloemen gelijken. Bidgood is duidelijk een artistieke natuur die gretig gekeken heeft naar Cocteau, Kenneth Anger, Lindsey Kemp en Jean Genet, maar al deze invloeden zijn op zeer vindingrijke wijze tot een sterk persoonlijke, orgiastische beeldenroes verwerkt (zonder enige dialoog maar wel voortdurend ondersteund door impressionistische of dreigende muziek, wat de dromerige sfeer nog versterkt). Op zijn beurt oefende Pink Narcissus onmiskenbaar een grote invloed uit op Pierre et Gilles, Jeff Koons en David LaChapelle. Extra's. Toen Pink Narcissus in de bioscoop verscheen stond op de generiek in plaats van de naam van de regisseur het woord Anonymous. Dat zorgde voor allerlei speculaties over wie deze prent nu had gemaakt. Kenneth Anger? Andy Warhol? Een of andere beroemde Hollywoodregisseur die in de kast zat en in dit naamloos werkje zijn schunnige fantasieën kon uitleven? Bijna dertig jaar duurde het vooraleer het raadsel werd ontsluierd. De werkelijkheid bleek heel wat proza- ischer: Pink Narcissus was gewoon het filmdebuut van ene James Bidgood, een bescheiden decorbouwer en kostuumontwerper voor theater en fotoshoots. Toen de distributeur zich met zijn montage ging bemoeien, haalde hij prompt zijn naam van de generiek en bleef hij decennia lang een duistere onbekende. Om te kunnen eten verkocht hij zijn camera. En bleef hij moederziel alleen achter met zijn herinneringen aan een cultsucces waarvan hij niet eens zelf had kunnen proeven, zo leren we uit de wat trieste documentaire The Queer Reveries of James Bidgood. Patrick Duynslaegher