Het afgelopen jaar dook phoneography (lees: fotograferen met een gsm) niet enkel op blogs van hipcats op, die met de hulp van coole apps als Hipstamatic en Instagram de waanzinnigste foto's namen van hun kinderen, katten en overpriced tassen koffie - de drie K's. De technologie haalde ook headlines, zoals wanneer The New York Timesfotograaf Damon Winter derde eindigde in een prestigieuze wedstrijd met een foto die hij in Afghanistan had genomen met zijn iPhone.
...

Het afgelopen jaar dook phoneography (lees: fotograferen met een gsm) niet enkel op blogs van hipcats op, die met de hulp van coole apps als Hipstamatic en Instagram de waanzinnigste foto's namen van hun kinderen, katten en overpriced tassen koffie - de drie K's. De technologie haalde ook headlines, zoals wanneer The New York Timesfotograaf Damon Winter derde eindigde in een prestigieuze wedstrijd met een foto die hij in Afghanistan had genomen met zijn iPhone. Enkele vooraanstaande critici waren er als de kippen bij om de fotojournalistiek dood te verklaren. Dat er geen camera aan te pas was gekomen, was voor velen al moeilijk te vatten. Dat de foto was bewerkt met Hipstamatic (een app die grossiert in vintage filters) kon er al helemaal niet door, want 'de werkelijkheid vervorm je niet'. Winter ging uiteraard - en terecht - in de tegenaanval door te zeggen dat aan de content van de foto niet was geraakt: 'De soldaten en situaties zijn echt.' Hij zei ook dat het naïef is om te denken dat esthetiek geen rol speelt in de fotojournalistiek: 'Ik ben geen kopieermachine; ik word als fotograaf ingehuurd om een verhaal te vertellen, en zo'n verhaal krijgt vorm aan de hand van een rist subjectieve keuzes: sluitersnelheid, lens, het soort film of - in dit geval - de app die mij het geschiktst lijkt.' Maar misschien nog de interessantste stem in het fotojournalistieke debat was die van de Amerikaanse fotograaf Dave Getzschman: 'Is het niet door phoneography en het feit dat soldaten in Afghanistan nu voortdurend zelf foto's met hun gsm maken dat we over vijftig jaar een beter beeld zullen hebben van zowel de geschiedenis als de tijdsgeest, waar een app als Hipstamatic ontegensprekelijk deel van uitmaakt?' Getzschman raakte de essentie van de zaak aan: phoneography is een revolutie. Goed, fotografie is al langer dan vandaag voor iedereen toegankelijk en digitale fotografie heeft het aantal vakantiekiekjes nog meer de hoogte doen ingaan. Maar nooit eerder was de mens zo bedreven in het documenteren van zijn dagelijkse bezigheden als vandaag - met de smartphone die hij, in tegenstelling tot zijn digitale camera, altijd op zak heeft. Van een verrukkelijke tas koffie of wanstaltige portie noedels tot een onaangekondigde staking van bus-chauffeurs en een brandend maïsveld, alles staat binnen de vijftien seconden op foto, Instagram, Facebook, Twitter en - we zetten het er louter uit beleefdheid bij - Google+. En dat zou allemaal verschrikkelijk snel en hard beginnen tegen te steken, mocht er geen batterij apps voorhanden zijn waarmee zelfs een slechtziende degelijke kiekjes maakt. Zijn die apps dan geen gimmicks? Tuurlijk. Maar zoals recente tentoonstellingen van phoneography in de Gentse A&Gallery of de Kunsthal Rotterdam hebben uitgewezen, kun je er echt spectaculaire dingen mee doen. 'En toch zijn het geen magische tools', laat Damon Winter nog weten. 'Een goede foto is een mix van compositie, informatie, moment, emotie en connectie. Voor geen enkele van die dingen vind je in Hipstamatic een button terug.' BEN VAN ALBOOM