In Yucca voer je twee personages uit eerdere romans opnieuw ten tonele. Een van hen is bovendien gebaseerd op je eigen dochter Renée, die net als het gelijknamige personage op prille leeftijd een herseninfarct kreeg. Was dat geen gewaagde onderneming?

PETER TERRIN: Ik wilde iets nieuws doen met mijn twee dierbaarste personages: Viktor uit Blanco, die na elf jaar gevangenis een nieuw leven moet beginnen, en Renée uit Post mortem, die zich na een herseninfarct voor eenzelfde opdracht geplaatst ziet. Viktor is een soort vreemdeling die op zoek gaat naar wie hij is. Ben ik nog een vader wanneer ik geen zoon meer heb, is zijn vraag. Ook Renée moet door haar beperking al...

PETER TERRIN: Ik wilde iets nieuws doen met mijn twee dierbaarste personages: Viktor uit Blanco, die na elf jaar gevangenis een nieuw leven moet beginnen, en Renée uit Post mortem, die zich na een herseninfarct voor eenzelfde opdracht geplaatst ziet. Viktor is een soort vreemdeling die op zoek gaat naar wie hij is. Ben ik nog een vader wanneer ik geen zoon meer heb, is zijn vraag. Ook Renée moet door haar beperking alles opnieuw leren. In feite gold dat ook voor mij. Ik wilde na Monte Carlo weten hoeveel schrijvers er nog in mij zaten. Daarom wilde ik deze keer minder nadenken, zo snel mogelijk schrijven om mijn gedachten voor te blijven. Verbazingwekkend genoeg is dat ook een thema van het boek geworden: het hoofd bieden aan de dominantie van rede en ratio. TERRIN: Voor mij is dat misschien wel de kern van het boek. Onlangs zag ik een reportage waarin David Lynch zei dat hij nooit psychologische verklaringen geeft bij zijn films omdat ze daardoor vernietigd worden. Mensen moeten waarnemen met hun instinct, zei hij, en daarover gaat het ook in Yucca. De kennis aan de oppervlakte van de feiten, de overdaad aan data, de dictatuur van de apps die ons gezonder en sneller en interessanter moeten maken, daar draait het niet om. Wel om het instinct, een dieper weten dat tegelijkertijd hoofd en hart is. Dat is niet makkelijk. Je overgeven aan je instinct vergt durf. Een blind geloof. TERRIN: Onze dochter Renée is nu twaalf. Zoals alle ouders proberen we ons voor te stellen wat er later van haar zal worden. Door haar fysieke beperking zijn we nog meer benieuwd en hopen we het beste. Mij leek het aannemelijk dat haar spelen en imiteren als vanzelf in kunst zal uitmonden. In het boek wordt Renée beroemd met de performance De ommekeer in het leven van Beer waarin ze met haar beperkte motoriek haar hersenoperatie uitvoert op haar teddybeer. Hoe pijnlijk het ook was, dat was wat wij zagen, hoe onze dochter telkens opnieuw haar verleden ensceneerde en herbeleefde om het betekenis te geven. Het zou me niet verbazen als kunst haar passie wordt. Ik geloof wat ik mijzelf vertel. (M.V.)