Er waren goed redenen om Pet Sematary nieuw leven in te blazen. Het boek van Stephen King is een horrorklassieker die listig inspeelt op onze angst voor de dood en toont aan welke rampspoed we over ons zelf uitroepen als we ons niet neerleggen bij het Definitieve Afscheid. Zo'n verhaal kun je eeuwig opnieuw vertellen. Veel mensen kennen de verfilming uit 1989, weinigen zullen zeggen dat die het niveau haalt van King-adaptaties als Carrie, Misery of The Shining. Er was dus nog ruimte voor verbetering.

De tweede verfilming van Pet Sematary werd toevertrouwd aan Kevin Kölsch en Dennis Widmyer. Het duo heeft ervaring in het horrorgenre (zie: Starry Eyes) en doet alles volgens het boekje. De personages krijgen ruimte zonder dat het tempo inzakt. De jump scares zijn niet te onnozel. De acteurs kennen hun vak, ook degene die nog te jong zijn om het al hun vak te noemen. Er wordt zelfs een pointe voorzien om na de film lekker over te discussiëren: was het een slimme zet om in de cruciale sterfscène af te wijken van het boek en voor een ander slachtoffer te kiezen? De kijker heeft niet te klagen, tenzij die van een film meer verwacht dan een professionele uitbeelding van een geliefd boek. Ook deze verfilming stijgt nauwelijks boven de middelmaat uit. Hopelijk graaft er binnen een tiental jaar weer iemand het idee op om Pet Sematary te verfilmen en is het dan iemand met meer ambitie. Kings verhaal verdient dat. In afwachting brullen we wel met de Ramones mee: 'I don't want to be buried in a pet cemetery. I don't want to live my life again.'

Pet Sematary **

Kevin Kölsch & Dennis Widmyer met Jason Clarke, John Lithgow, Jete Laurence