Zoals de Hollywoodstudio's elkaar tegenwoordig bekampen met massieve superheldenspektakels, zo gingen ze elkaar begin jaren zestig in falanxformatie te lijf met grootse - zeg gerust gigantische - sandalenepossen. Helaas bleef de stoet aan roemruchte pseudohistorische superproducties niet duren en toen zowel Joseph Mankiewicz' gekwelde Cleopatra-biopic als Anthony Manns The Fall of the Roman Empire in 1964 roemloos aan de kassa sneuvelden, konden de zwaarden, paarden, sandalen, plaasteren fora's en atriums weer worden opgeborgen.
...

Zoals de Hollywoodstudio's elkaar tegenwoordig bekampen met massieve superheldenspektakels, zo gingen ze elkaar begin jaren zestig in falanxformatie te lijf met grootse - zeg gerust gigantische - sandalenepossen. Helaas bleef de stoet aan roemruchte pseudohistorische superproducties niet duren en toen zowel Joseph Mankiewicz' gekwelde Cleopatra-biopic als Anthony Manns The Fall of the Roman Empire in 1964 roemloos aan de kassa sneuvelden, konden de zwaarden, paarden, sandalen, plaasteren fora's en atriums weer worden opgeborgen. Het een en ander zorgde ervoor dat The Fall of the Roman Empire nog steeds in de filmannalen te boek staat als een van de zinnebeelden van wankele, bombastische Hollywoodgrandeur maar dat doet Anthony Manns viriele regie, de monumentale set pieces, de 70 mm-cinematografie van Robert Krasker en de vertolkingen van Alec Guinness, Sophia Loren, Christopher Plummer en Stephen Boyd danig te kort. Bovendien waren er maar weinig films die romantiek, politiek, pathos en actie op zo'n visueel grandioze manier wisten te verstrengelen als dit shakespeareaanse machtsepos over de stervende keizer Marcus Aurelius, die in de late tweede eeuw na Christus niet zijn machtsgeile zoon Commodus als opvolger aanduidt maar zijn loyale generaal en Commodus' halfbroer Livius, wat resulteert in een bittere en bloedige strijd met Germanen, en vooral zichzelf. Dat die interne twist, zoals de eindcredits met de nodige zin voor dramatiek vermelden, de ondergang van het Romeinse rijk inluidde, is deels Hollywoodrevisionisme, al luidde het wel het einde in van producent Samuel Bronston en is het woord Hollywood hier enigszins misleidend. Net als zijn Bijbelepos King of Kings (1961) en zijn ook al door Mann geregisseerde riddersaga El Cid (1963) draaide Bronston zijn doemfilm namelijk volledig in Spanje, waar hij een grotendeels Europese sterrencast, 1200 paarden en tienduizend figuranten optrommelde en 's werelds grootste filmset liet bouwen in zijn studio's nabij Madrid. Kostenplaatje van de herculische onderneming: 20 miljoen dollar, waarvan 1 miljoen voor la Loren - beide toenmalige records. Opbrengst: nog geen 5 miljoen, oftewel voldoende reden voor Bronston om het faillissement aan te vragen. Die en andere trivia kom je allemaal te weten in de ruim drieënhalf uur aan bonusmateriaal die bij deze gerestaureerde Franse verzameleditie steekt, die de digitaal gepimpte kleuren in al hun jaren-zestigweelde van het breedbeeld doet spatten en de heroïsche soundtrack van epenmaestro Dimitri Tiomkin door de speakers laat knallen. Filmcriticus Jean Douchet analyseert Manns überepos, een docu toont hoe het oude Rome in Madrid werd nagebouwd, historicus Claude Aziza checkt de film op zijn historische accuraatheid en je krijgt er zelfs de tv-film Hercules and the Princess of Troy (1965) bovenop, een heerlijk staaltje fantasykitsch en een van de laatste opstoten van het peplumgenre in zijn gloriejaren-zestig. Hail Caesar! THE FALL OF THE ROMAN EMPIRE **** (LA CHUTE DE L'EMPIRE ROMAIN) EDITION COLLECTOR Anthony MannVS-Sp 1964 Filmedia / blu-ray DAVE MESTDACH