'the woodsman'
...

'the woodsman'vanaf 2/3 in de bioscoopHet moet frustrerend zijn. Toen we negen maanden geleden in Cannes met Kevin Bacon in de kajuit van een grotesk prijzig jacht kropen om te ontsnappen aan de brandende zon, zag je hem denken: Dit is de rol! Schat, zet de champagne maar al op ijs, we gaan naar de oscars! Maar ondanks zijn glansprestatie in The Woodsman werd Bacon niet eens genomineerd. De reden daarvoor is simpel: Bacon kruipt immers in de huid van een pedofiel, en dat soort rollen is niet bepaald populair in dementerend Hollywood. Walter keert na twaalf jaar gevangenis terug naar zijn thuisstad, waar hij probeert zijn leven opnieuw op te bouwen. Hij zoekt en vindt een job en zelfs een vriendin (Kyra Sedgwick), ondanks heel wat tegenkanting vanuit de lokale gemeenschap, en slaagt erin zijn oude demonen onder bedwang te houden. Althans zo lijkt het toch. The Woodsman probeert een evenwichtig en diepmenselijk portret te schetsen van een pedofiel, een missie die dankzij de vertolking van Bacon - die niet alleen de hoofdrol speelt, maar de film ook produceerde - geslaagd is. Kevin Bacon: Pedofilie is iets afschrikwekkends, laat me daar duidelijk in zijn. Als vader van twee kinderen wil ik het zelfs niet eens begrijpen. Maar als acteur heb ik geprobeerd een nauwkeurig portret te schetsen: de daden van een pedofiel mogen dan wel per definitie monsterlijk zijn, de eigenlijke persoon is vaak maar een eenvoudige snul die zich van geen kwaad bewust is of nog meer schrik heeft van zichzelf dan van de maatschappij. De film stelt de vraag hoe je met zo'n man moet omgaan. We kunnen ze in elk geval maar moeilijk allemaal elektrocuteren of castreren en we hebben lang niet genoeg gevangenissen om ze allemaal op te sluiten. Het is ook niet zo dat ze in de gevangenis zullen worden genezen. Net zoals een voormalige alcoholist tot op het einde van zijn dagen naar een pint zal verlangen, zo zal ook een pedofiel altijd weer in verleiding gebracht worden. Het is zaak aan de verleiding te weerstaan, wat niet voor iedereen even gemakkelijk is. Vaak merk je trouwens dat pedofielen vroeger zelf misbruikt werden en ook daar moet je rekening mee houden. Het is allemaal niet zo simpel. Bacon: Ik weet wat er in België is gebeurd, maar jouw land is geen uitzondering. In de Verenigde Staten zijn we de afgelopen twintig jaar van het ene pedofilieschandaal in het andere gevallen en op dit moment ligt de katholieke Kerk bij ons flink onder vuur omdat nogal wat pastoors zich in het verleden niet hebben gedragen. Het is een universeel thema en dat maakt van The Woodsman ook een universele film. Bacon: Neen. Ik had zelfs even genoeg van independents. Bacon: God, ik heb al een pak independents gedaan, dus ik haal er zeker mijn neus niet voor op. Maar ik had net de opnames van Cavedweller achter de rug (een melodrama van de maakster van High Art en Laurel Canyon; nvdr.), Mystic River van Clint Eastwood zat nog in mijn kleren en tussendoor deed ik ook nog In The Cut van Jane Campion. Om maar te zeggen: ik kon wel eens iets luchtigs of avontuurlijks gebruiken. Eerlijk gezegd raakte ik stilaan ook wat gefrustreerd over independent films, of toch zeker over mijn independent films. Ze zijn even arbeidsintensief als studiofilms; het enige verschil is dat je in het ene geval een dure hotelkamer en een miljoen dollar krijgt, terwijl je in het andere geval vrede moet nemen met een goedkoop motel en nét genoeg geld hebt om 's middags een broodje te kopen. Zolang het project me interesseert en ik denk dat het publiek er ook in geïnteresseerd zal zijn, doe ik het graag. Maar als ik al moeite moet doen om mijn eigen films in de bioscoop te bekijken of op dvd te vinden, wacht ik liever thuis met mijn twee kinderen op een telefoontje van Warner Bros. Weet je, eigenlijk ben ik nog altijd op zoek naar een film als Monster of Monster's Ball of Memento of Sex, Lies, and Videotape. Vergeet niet dat Memento gefinancierd werd door de producers van Austin Powers en Steven Soderbergh voor Sex, Lies, and Videotape een pak geld heeft gekregen voor de videorechten van dezelfde studio die nu Beau- ty Shop produceert. In zulke gevallen is het geen kwestie van David tegen Goliath, maar van David én Goliath. Bacon: Ik heb er gewoon een potje van gemaakt. Wie weet heb ik er ook nu weer de verkeerde rol uitgekozen, maar op mijn leeftijd moet ik sowieso toch al niet meer dromen van een hoofdrol in een romantische komedie met Catherine Zeta-Jones. Bacon: Staat mijn smoel je niet aan misschien? (lacht) Maar je hebt natuurlijk gelijk. Tom Hanks is twee jaar ouder dan mij en die krijgt haar nog wel. Het ligt aan verschillende dingen. Eigenlijk is het twintig jaar geleden al fout gelopen. Ik heb er als kind altijd van gedroomd popster te worden, maar toen twintig jaar geleden Footloose in de zalen kwam en ik plots een popster was, wou ik alleen nog maar een ernstig acteur zijn. (bloedserieus) Ik wou Meryl Streep zijn! In plaats van mijn roem te gebruiken om in Hollywood aan de weg te timmeren en interessante rollen te versieren, zocht ik wanhopig naar een manier om al die tienermeisjes zo vlug mogelijk van mij af te schudden, zodat iemand mij tenminste serieus zou nemen. Ik deed alleen nog maar ernstige toneelstukken en blikte het ene stomvervelende drama na het andere in, tot zelfs ik erbij in slaap viel. Intussen moest ik natuurlijk ook geld verdienen en speelde ik mee in films als She's Having a Baby, Flatliners en He Said, She Said. Bacon:JFK! Voor Oliver Stone me vroeg als homoseksuele fascist, had ik enkel innemende personages gespeeld. Ik was toen echt een ongelooflijk schatje - was ik in de jaren tachtig een tienermeisje geweest, ik had gegarandeerd posters van mezelf boven mijn bed gehangen. Uiteindelijk had ik maar een kleine rol in JFK, maar plots werd ik wél serieus genomen. Bacon: De bijrollen waren vaak interessanter dan de hoofdrollen die mij aangeboden werden en ik heb vorig jaar toch maar mooi mijn ster op de Walk of Fame gekregen. (lacht) Voor iemand die niet eens in Los Angeles woont, is dat lang niet slecht. Weet je, eigenlijk is dat het probleem. Ik woon in New York omdat ik nergens anders zou willen wonen, maar als je in de filmindustrie werkt, moet je eigenlijk in Los Angeles zitten. Je hebt geen idee hoeveel acteurs uiteindelijk in een film belanden omdat ze toevallig de regisseur of de producent op het juiste moment op een feestje zijn tegengekomen. Maar ik moet daar niet over klagen, want als ik dat wil, woon ik volgende week in Los Angeles. Ik heb me er al bij neergelegd dat ik minder werk heb en minder prijzen win omdat ik in New York zit. Als niemand je bij de kapper, op een feestje of in een garage van Mercedes tegenkomt, maak je geen deel uit van de club. Ik denk gewoon niet dat ik New York of alleen al theater wil opgeven om een paar keer per jaar in een smoking te kunnen rondlopen en een speech voor te bereiden. Maar het blijft frustrerend, ja. Ben Van Alboom