Backspacer
...

BackspacerRock Universal Behalve pathologische pessimisten als Kurt Cobain - die de groep muzikale prostitutie en verregaand carrièrisme aanwreef - valt de wereldbevolking grosso modo in twee categorieën te classificeren: zij die Pearl Jam zonder verpinken de grootste Amerikaanse rockgroep van de nineties én de noughties noemen, en zij die vinden dat het grungevehikel van Eddie Vedder zijn beste tijd wel heeft gehad. Zelf zijn we als niet-betalend lid van die tweede club meermaals van ons geloof getuimeld. De platen waarmee de groep ons het laatste decennium van zijn blijvende relevantie probeerde te overtuigen, lieten alleszins geen verpletterende indruk na. Bij het horen van Yield, Binaural, Riot Act en het titelloze Pearl Jam staat een onverschillige geeuw ons nog altijd nader dan een dolle vreugdekreet. Stinkers waren het niet - verre van - en als opgestoken middenvinger aan het adres van de vele nu-metalgroepen die klakkeloos hun sound kopiëren, konden ze óók tellen. Maar echt essentieel of belangwekkend? Neen, dat waren hun vier laatste platen beslist níét. Zelf lijken Vedder en co dat kennelijk óók te beseffen. Voor hun negende langspeler namen ze niet alleen voor het eerst in tien jaar tijd nog eens producer Brendan O'Brien onder de arm, ze hebben hem ook veelzeggend Backspacer gedoopt: alsof ze in één beweging en met terugwerkende kracht hun oude glorie trachten te restitueren. Back to the roots dus, better and improved? Wel ja, het openingstrio dat op Backspacer Gestapogewijs de voordeur uit z'n hengels licht en zonder al te veel formaliteiten de woonkamer komt binnengemarcheerd, doet een gerevitaliseerde Pearl Jam vermoeden. Gonna See My Friend, Got Some en The Fixer: het is een drieledig openingssalvo waardoor een béétje rockliefhebber maar wat graag uit zijn sokken geblazen wordt - iemand overigens onze Snoopykousen nog gezien? Maar helaas: de handvol rockers die volgen, kunnen de schijn van die herwonnen Sturm und Drang almaar moeizamer ophouden. Neem nu Johnny Guitar en Supersonic: voorzien van een aanstekelijke hook en dito refrein, maar ze doen zo ontzettend slapjes aan. Een euvel dat grotendeels aan snarendrijvers Stone Gossard en Mike McCready valt toe te schrijven. Terwijl ze hun gitaren vroeger onveranderlijk lieten duelleren op het scherp van de snee, verliezen ze zich op Backspacer al te vaak in futiele achterhoedegevechten. Van hun wall of guitar, voorheen een ondoordringbaar fort van driedubbel gewapend beton, blijft vaak alleen nog een wankel muurtje over. En dan zwijgen we nog over Vedders akoestische soundtrack voor Into The Wild, die op Backspacer nóg een kwalijke geur achterlaat. De Grommende Gozer laat tot vier keer toe de gevoelige singer-songwriter in hem de vrije loop, maar doet helaas hetzelfde met zijn melige mijmeringen en kleffe pathetiek. Behalve het schalks naar Cat Stevens knipogende slot-akkoord The End evoceren zijn (power)balladsde kneuterige gezelligheid van een knappend kampvuur. Een soort Pearl Jamboree, quoi. DOWNLOADGonna See My Friend Got Some The FixerVincent Byloo