We proberen oorlog te begrijpen. We vechten wel gewoon door, maar intussen zeggen we: hoe komt dat toch, dat we er niet in slagen elkaar een beetje met rust te laten?
...

We proberen oorlog te begrijpen. We vechten wel gewoon door, maar intussen zeggen we: hoe komt dat toch, dat we er niet in slagen elkaar een beetje met rust te laten? Religie is een klassieke boosdoener, en zeker de 'georganiseerde religie', in tegenstelling tot al die religies, dus, die zonder enige vorm van organisatie bestaan, ergens, waar niemand ze weet te vinden. Daarnaast is er wat Eisenhower ooit het 'militair-industriële complex' noemde, zeg maar het kluwen van macht dat verstrengeld zit tussen de politiek, het leger en de wapenfabrikanten of, breder, de industrieën. En het zal allemaal wel. Maar onlangs pikte The New Yorker Radio Hour een verhaal op dat Jennifer Gonnerman een halfjaar eerder in het magazine schreef. Dat verhaal gaat over een meisje van achttien uit West Harlem. Ze is goed in basket. Ze wil naar de universiteit met een sportbeurs. Ze woont samen met haar moeder en haar broer in een van twee woningprojecten die al jaren met elkaar overhoopliggen, Grant en Manhattanville. Op een avond vraagt ze haar pa langs te komen om het over haar schoolkeuze te hebben. Dat gesprek vindt echter nooit plaats want die nacht wordt het meisje voor haar woonblok neergeschoten. De daders worden gevonden. Twee jongens, een van 20 en een van 21. Ze hadden wapens en schoten ermee. Waarom? Het is Grant tegen Manhattanville. De oorzaak daarvan? Weet niemand meer. Altijd zo geweest. Het is een vreselijk verhaal. Maar het is helaas ook uiterst menselijk in al zijn absurde waanzin, en het leert ons veel over oorlogen. We worden geboren, iemand geeft ons een naam en niet veel later wordt ons verteld waar we wonen. Op onze identiteitskaart staat een land en een stad. En we gaan een identiteit opbouwen met onder andere die elementen. Dat is een vreemd gegeven, als je erover nadenkt, maar iedereen doet het. Kleur of geslacht of inkomen speelt daarin geen enkele rol. Neem nu die projecten, Manhattanville en Grant. Ze liggen op twee blocks van elkaar in Harlem. Hoge, zielloze gebouwen in slechte staat. Je weet meteen: daar gaat niemand wonen omdat het een eerste keuze is. Je kunt daarvan dus zeggen: die stakkers in troosteloze gebouwen in een arm deel van New York. Het ene moment zit je nog op de campus van Columbia University, twee stappen meer naar het noorden en je kunt worden neergeschoten. Omdat een kind van Manhattanville een statement wil maken bij de kinderen van Grant. Maar waarin verschillen Grant en Manhattanville in essentie van pakweg België en Spanje? Syrië en Rusland? Het zijn concepten met onnozele namen, die ons opgelegd werden door een overheid die zogezegd voor ons wil zorgen. Concepten waarin we geboren worden en die wij ons eigen maken. Maar waarom? Dat weet niemand nog. Op een dag moeten we er misschien wel voor vechten. En een keer dat begint, kun je decennia doorgaan zonder meer motief dan het willekeurige adres van jouw blok of de kleur op jouw vlag. En dan sterven op een dag de mensen die alleen maar naar huis wilden om hun pa te zien om over de toekomst te praten. P.B. GRONDAWE PROBEREN OORLOG TE BEGRIJPEN. WE VECHTEN WEL GEWOON DOOR, MAAR INTUSSEN ZEGGEN WE: HOE KOMT DAT TOCH, DAT WE ER NIET IN SLAGEN ELKAAR EEN BEETJE MET RUST TE LATEN?