Ik ben intussen 34 en heb nood aan een warme jas en gezelligheid. Een warme jas heb ik in mijn bezit. Het is een mooie, donkerblauwe jas met een dikke voering. Als je een zonnebril draagt en je benen in lichte spreidstand zet, voel je je er een beetje Liam Gallagher in. Jezelf soms als Liam Gallagher voelen is volgens mij te verkiezen boven hem voortdurend echt te zijn.
...

Ik ben intussen 34 en heb nood aan een warme jas en gezelligheid. Een warme jas heb ik in mijn bezit. Het is een mooie, donkerblauwe jas met een dikke voering. Als je een zonnebril draagt en je benen in lichte spreidstand zet, voel je je er een beetje Liam Gallagher in. Jezelf soms als Liam Gallagher voelen is volgens mij te verkiezen boven hem voortdurend echt te zijn. Ik en mijn jas zochten vervolgens naar gezelligheid. Arnon Grunberg wilde naar een naaktstrand, maar daar had ik geen zin in. Ik zei: Arnon, we bellen nog, maar nu moet ik je laten. Ik zocht in de rekken van mijn favoriete Delhaize. Langs Vlaamse steenwegen zocht ik ook, maar ik vond niets. Ik dronk wijn en at fruitsla omdat dat goed is voor de huid. Ik zeg altijd maar: zorg goed voor je huid. Maar van wijn krijg je heimwee en vuile rode lippen en van het tweede een beetje buikpijn als je zelf alles opeet. Zoals bij alles in het leven is er ook in gezelligheid sprake van een breed spectrum aan soorten en kwaliteiten. We vinden een woord uit en daar moet alles dan maar in passen. Dus is er gezelligheid met vier handen onder een deken en er is gezelligheid in een bezeken lift waarin achter veel geruis een kerstliedje speelt. Wie geen gezelligheid vindt bij mensen, zakt af naar apparaten die licht geven of lawaai maken. Een pluspunt is als ze beide tegelijk kunnen. Dit is wat me is opgevallen in de eerste herfstweken: gezelligheid blijft voorlopig iets van de oude media. Ik keek naar een quiz op zondagavond, samen met mijn grootmoeder, terwijl mijn grootvader lag te slapen. Dat was eigenlijk best gezellig. Verkoopcijfers lijken te bewijzen dat e-books toch maar niet echt opkomen. Er zijn winkels die stoppen met de readers te verkopen. Iemand zei me deze week: eigenlijk heb ik het liefst een plooibare paperback, en dat klonk gezellig. Intussen luisteren mensen nog steeds naar de radio. Ik rij zelf soms wel eens tien uur aan een stuk en luister dan naar een podcast van The New Yorker, maar na een tijd zet ik die af om naar twee mensen te luisteren die op dat moment over Rihanna aan het praten zijn op de radio. In het Duits. Als je in nood bent en je standaarden laag zijn, kan dat als gezelligheid gezien worden. Twitter krijgt keiharde kritiek. Er zouden enkel mediamensen op zitten om elkaar er geweldig of helemaal niks te vinden. Terwijl ik het soms eigenlijk wel gezellig vind op Twitter, bijvoorbeeld wanneer @julieedv en de Rode Duivels spelen of wanneer @_katrijn en @detomhelsen er zijn om wat te zeveren. Maar waarschijnlijk enkel omdat ik niemand heb om samen mee naar de Rode Duivels te kijken. Enfin, in het echt, in een zetel. Met trompetjes. Je kunt de vraag stellen: hebben al die nieuwe media op een cruciaal vlak gefaald? Missen ze iets essentieels, een soort van verenigende aard? Je kunt het ook zo bekijken: mensen kunnen nu overgaan tot interactie. Dat is een van de grote misverstanden, dat alles beter wordt als je met meer mensen contact hebt. Nee. Een goede jas, daar begint het mee. En daarna moet je maar zien. P.B. GRONDADIT IS WAT ME IS OPGEVALLEN IN DE EERSTE HERFSTWEKEN: GEZELLIGHEID BLIJFT VOORLOPIG IETS VAN DE OUDE MEDIA.