Op Groezrock hing dit jaar een banner met de ietwat knullig geformuleerde boodschap 'Get your ass also to the local show'. De banner 'Teach English also to the humans of the Kempen' hing waarschijnlijk ook wel ergens, maar niemand heeft hem gezien. That is sin, actually.
...

Op Groezrock hing dit jaar een banner met de ietwat knullig geformuleerde boodschap 'Get your ass also to the local show'. De banner 'Teach English also to the humans of the Kempen' hing waarschijnlijk ook wel ergens, maar niemand heeft hem gezien. That is sin, actually. De banner was getekend met de logo's van onder andere Brakrock, Rock Herk, Funtime Festival, Rio Rock en enkele DIY-muzieklabels. Je lokale scene supporten: helemaal voor. Je gaat wel goed moeten kiezen want er is waarschijnlijk geen andere regio in de wereld waar op zo'n kleine oppervlakte zo veel festivals worden georganiseerd op zo weinig tijd. Je kunt in België volgens mij niet vermijden om minstens op een of twee festivals terecht te komen tussen nu en eind augustus, ook al wil je dat niet. Misschien wandel je wel gewoon wat rond. Je bestelt een drankje. Ergens klinkt een bandje. Bam. Een festival. En je had het niet eens gemerkt. Zoals de Aarschotse rappers van KIA ooit al profetisch verklaarden: da kunde veu hemme op ne zaterdagnacht. Ik ben de festivalcyclus intussen rond, denk ik. Als tiener is een festival een soort samenkomst van alles wat het leven omhelst. Namelijk muziek en het menselijk lichaam. Daarna word je twintiger en vind je festivals vooral te duur. Daar klaag je dan tien jaar over. Wat zijn ze toch duur, zeg je dan. Ja, amai, zeggen je vrienden dan. Ook vind je de groepen maar niks meer want alle groepen die jij kent, zijn veel cooler. Twintigers doen uiteindelijk alles wat tieners doen, maar dan ironisch. Als je geluk hebt in het leven en nógouder wordt, dan kun je niet anders dan vaststellen dat we verwend zijn. Zowel door de reeks wereldacts die elke zomer op onze zakdoek komen spelen als door de local shows waar we also onze ass eens moeten laten zien. Als jij een 52-jarige weegschaal uit Lier bent met een grote voorliefde voor Scandinavische coverbands van The Doors met een woordspeling op de originele groep als naam, dan vind jij in Vlaanderen zeker drie festivals waar je terechtkunt. Het grootste verschil is dat een groot festival meer een samenkomst is van duizenden verschillende verwachtingen en soorten volk, en een kleiner festival meer gelijkgestemden - bijvoorbeeld skapunkers, of salsaqueens uit Beerse - aantrekt. Ik hou wel van het idee van grote festivals. Een oversized feest en intussen spelen de grootste bands ter wereld. Er lopen mensen rond die voor de drugs komen, anderen die hun verloren lief hopen terug te vinden voor Ben Howard begint. Of gewoon een lief. Er zijn ook mensen die echt gewoon heel hard fan zijn van een van de 2000 bands die ergens op een belachelijk uur in een stinkende tent spelen. En al die kleine verhalen vloeien samen in dat ene eenvoudige feit: iedereen was erbij, dat ene jaar. Mensen zweven maar wat rond in de tijd, dus nu en dan een moment stevig vastnagelen kan nooit kwaad. Of je dat nu doet op een wei of op de parking van de lokale sportzaal, doe het maar, want in de zomer gebeurt het leven. De rest is maar sneeuw ruimen en wachten tot je ouder wordt. P.B. GRONDAMISSCHIEN WANDEL JE WEL GEWOON WAT ROND. JE BESTELT EEN DRANKJE. ERGENS KLINKT EEN BANDJE. BAM. EEN FESTIVAL.