Er is iets nieuws op de markt en dat heet Het Internet. Je kunt daarmee allerlei zaken opzoeken, bekijken en beluisteren, gewoon door te klikken of door met je vinger ergens op te duwen. Je kunt zelf ook alles delen met de anderen die zich op Het Internet begeven. Yep: alles. De Vlaamse media ontdekken het medium nog, maar nu reeds wordt duidelijk dat de mogelijkheden haast onbegrensd zijn! Sommigen beweren zelfs dat ooit de hele informatie-industrie naar dit 'internet' zal verhuizen.
...

Er is iets nieuws op de markt en dat heet Het Internet. Je kunt daarmee allerlei zaken opzoeken, bekijken en beluisteren, gewoon door te klikken of door met je vinger ergens op te duwen. Je kunt zelf ook alles delen met de anderen die zich op Het Internet begeven. Yep: alles. De Vlaamse media ontdekken het medium nog, maar nu reeds wordt duidelijk dat de mogelijkheden haast onbegrensd zijn! Sommigen beweren zelfs dat ooit de hele informatie-industrie naar dit 'internet' zal verhuizen. Dan is er toch nog wel wat werk aan de papierwinkel. Deze zomer nog, dus niet in 1997, las ik hoe iemand met enig verstand zijn krant verdedigde door te stellen dat de papieren krant en de website toch duidelijk twee verschillende zaken waren. Iemand die dat niet ziet, is misschien toch niet intelligent genoeg om De Standaard op papier te lezen en kan misschien beter Het Nieuwsblad eens proberen. Of gewoon de website van De Standaard, natuurlijk. Die qua stijl niet eens zo slecht is. Alleen jammer dat je er vier dagen door de afgeprijsde stukken kunt scrollen. Vier dagen is lang. Echt. Lang. De collega's van De Morgen hebben intussen zoveel geld gestoken in een campagne om - en dat is best nobel - een beschermde vissoort weer onder de aandacht te brengen dat er voor andere zaken niet veel rest. Ze hebben wel een helemaal nieuwe, onduidelijke site. De oude, vervelend duidelijke app is gelukkig in dezelfde stijl meegesleurd, en is nu ook gewoon onduidelijk volgens de regels van het nieuwe ontwerp. Op de VRT lopen, naast de drie gedrogeerde kleuters die de 'online' van Sporza regelen, dan weer journalisten rond die eerst iets doms op Twitter gooien om dan te zeggen dat je in 140 tekens moeilijk iets slims kunt uiteenzetten. We vermoeden nu wel dat Tom Van de Weghe geen dikkemensenhater is, maar je kunt in 140 tekens wél iets slims zeggen en als je dat toch niet gelooft - wat mag - waarom zou je Twitter dan gebruiken? Maar genoeg potentiële werkgevers uitgelachen. De conclusie: eigenlijk is er geen Vlaams tijdschrift of dagblad (nee, ook niet de 17 titels van Knack) dat erin slaagt om online zichzelf te blijven op zowel inhoudelijk als vormelijk vlak. Ik snap dat het businessmodel (advertenties die voor inhoud betalen) zich moet aanpassen. Maar waarom zou een adverteerder meekomen naar een medium dat er niet uitziet. Anders gesteld: waarom maak je niks dat zo goed is dat het lezers, en dus doelpubliek aantrekt? The New Yorker slaagt erin om op de website dezelfde sfeer op te roepen als in hun papieren blad. The New York Times wordt, eens digitaal, geen lelijke rol van typo's en filmpjes van Rode Duivels waarvan er net een gescheten heeft. NRC heeft een website waar je niet fysiek moe van wordt. Het kan dus wel. Net zoals zoveel dingen eigenlijk gewoon kunnen. Tien jaar geleden lachten uitgevers en krantenbazen met 'de websites'. Ik denk niet dat ze vandaag nog lachen, maar veel meer dan dat is er niet echt veranderd. Enfin, wel in de wereld rondom, alleen niet in de aanpak van dit nieuwe fenomeen. 'Het Internet.' Ga je nog van horen.P.B. GRONDAEIGENLIJK IS ER GEEN VLAAMS TIJDSCHRIFT OF DAGBLAD DAT ERIN SLAAGT OM ONLINE ZICHZELF TE BLIJVEN OP ZOWEL INHOUDELIJK ALS VORMELIJK VLAK.