Ik ben ooit een paar jaar in Betekom naar school gegaan, dus ik had al wel wat zever gehoord in mijn leven. Maar nog nooit zoals die van economen die vertellen dat cultuur 1. geen meetbaar nut heeft, 2. bijgevolg geen subsidies nodig heeft en 3. toch door allemaal toffe jongens en meisjes gemaakt wordt, die het dan wel uit passie zullen doen.
...

Ik ben ooit een paar jaar in Betekom naar school gegaan, dus ik had al wel wat zever gehoord in mijn leven. Maar nog nooit zoals die van economen die vertellen dat cultuur 1. geen meetbaar nut heeft, 2. bijgevolg geen subsidies nodig heeft en 3. toch door allemaal toffe jongens en meisjes gemaakt wordt, die het dan wel uit passie zullen doen. We hebben enige dissectie nodig om de verschillende lagen bullshit hier van elkaar te onderscheiden. Over subsidies hoorde ik deze redenering: waarom zou je belastingen betalen zodat je buurman naar experimenteel theater kan gaan? Ten eerste wordt cultuur voor een bepaald soort mensen altijd meteen 'experimenteel theater', wat dom, intriest en grappig tegelijk is. Ten tweede is dat natuurlijk net het hele idee van herverdeling. Ik heb in de voorbije tien jaar één keer de bus genomen, van Kessel-Lo naar Leuven Station. Mijn buurman mag van mij elke dag met die gesubsidieerde bus meerijden. Daarvoor zijn we namelijk buren en niet gewoon nummers op een lijst. Dan. 'Nut.' Elke grote wetenschapper zal het belang van kunst en cultuur erkennen. Zo niet met bepaalde economen. Het probleem met economen is dan ook dat ze zichzelf als een soort wetenschappers zien die hun vaak op cases gebaseerde ideetjes als wetten beschouwen. Een van de slimste mensen uit de financiële wereld, Paul Wilmott, is daar op zijn flegmatieke wijze erg duidelijk in: 'Als Newton iets ontdekt in de fysica, dan is dat een wetenschappelijke wet. Als een econoom iets ontdekt, dan is het dat natuurlijk niet, hoewel hij dat zelf wel gelooft.' De reden is eenvoudig: economie komt altijd neer op mensen. En daar zijn er redelijk veel van. Laten we het eens over een van hen hebben. Lisa trok met Artsen zonder Grenzen voor enkele maanden naar Soedan en kwam daarna terug om zich klaar te maken voor een volgend verblijf in het al even pittoreske Kaboel. Bij thuiskomst werd duidelijk dat ze een sterk geëvolueerde borstkanker had. Zelf chirurg zijnde, nam ze dat zakelijk en methodisch op. Die methode bleek keihard. Een chemokuur van het zwaarste soort. Haar lief, die verpleger is, nam zoveel mogelijk vakantie op om haar te verzorgen. Intussen doet een gespecialiseerd instituut alles om de ziekte te overwinnen. Dankzij 'het systeem' werken daar dokters die hopelijk zullen slagen in dat opzet. Wat haar intussen motiveert om door te zetten, is dat ze elk laatste weekend van de maand naar een concert of een theaterstuk gaat. Een soort afspraak met zichzelf. Boekt ze vele weken op voorhand, die uitjes. Zij heeft geen aanleg voor pathetiek, wat de beleving van die momenten des te ontroerender maakt. Ik vermoed dat ze wil weten waarom ze moet volharden, en daar een schijn van het antwoord ontwaart. Resultaten van investeringen in gezondheidszorg kun je meten. Een vrouw van 39 die zichzelf vergeet terwijl ze anderen erdoor probeert te sleuren, zelf patiënt wordt en weet dat ze op de rand zit, maar opnieuw hoop krijgt in een concertzaal of een theater, dat is moeilijker in cijfers te gieten. Als ik belasting kan betalen die subsidies worden voor de verwarming van die concertzaal of wat dan ook, dan rond ik naar boven af. En anders klopt, gelukkig voor Lisa en alle anderen, dat derde puntje uit de aangehaalde redenering alvast wél: al die gekken doen het desnoods uit passie. Alleen al daarom heeft de cijferaar op voorhand altijd verloren. Al zal hij dat zelf zo niet begrijpen. Hopelijk voor hem komt de dag waarop dat plots verandert nooit. P.B. GRONDAIK BEN EEN PAAR JAAR IN BETEKOM NAAR SCHOOL GEGAAN, DUS IK HAD AL WEL WAT ZEVER GEHOORD IN MIJN LEVEN. MAAR NOG NOOIT ZOALS DIE VAN ECONOMEN DIE VERTELLEN DAT CULTUUR GEEN MEETBAAR NUT HEEFT.