En in de eenentwintigste eeuw was er de grote leegte. Want inderdaad, we worden haast allemaal depressief. We noemen het dan burn-out of oververmoeidheid of iets anders. Dat mag - tenslotte hebben we de taal om de realiteit wat aan te kleden in de stijl die we graag zien. Maar we steken dat op het werk of het helse ritme waarin we elke dag moeten presteren, en dat is een belangrijk misverstand.
...

En in de eenentwintigste eeuw was er de grote leegte. Want inderdaad, we worden haast allemaal depressief. We noemen het dan burn-out of oververmoeidheid of iets anders. Dat mag - tenslotte hebben we de taal om de realiteit wat aan te kleden in de stijl die we graag zien. Maar we steken dat op het werk of het helse ritme waarin we elke dag moeten presteren, en dat is een belangrijk misverstand. Ik kan me moeilijk voorstellen dat de gasten die rond 2500 voor Christus met hun eveneens hongerige maten aan een piramide liepen te werken - snakkend naar een noordelijk briesje dat van over de Middellandse Zee door de toen ook al kurkdroge Afrikaanse lucht heen raakte en sleurend met blokken graniet - 's ochtends bij het ontwaken zeiden: zo, hier gaan we weer voor een prestatiedrukloos dagje. Hetzelfde met gelijk welke sukkelaar, in de voorbije eeuw tot en met vandaag, die de pech heeft om ergens in een industriële productie-economie te leven waar hij of zij niets meer of minder is dan een factor in een berekening die uitkomt bij de kosten per unit. In dat perspectief lijkt het belachelijk om vanuit onze comfortabele kantoren met lekker geparfumeerde collega's te zeggen: dit kan ik niet meer aan. Het voordeel aan het bouwen van een piramide is dat je weet wat het doel is, en ook wanneer het doel bereikt werd. Namelijk wanneer je op honderd meter boven de zandgrond op een punt kunt gaan staan. Het voordeel van de duidelijkheid. Wij kunnen dat wel wensen, maar op het einde van de dag beslissen de geldmarkten en een handvol gekken met een wapen en een videocamera welke richting het opgaat: zinloosheid. Op de piek van de zinloosheid vinden we de samenwerking tussen Apple en U2. Apple groeide uit van 'beter en mooier' naar een afgeplat machtsconcern. U2 was een band die vanuit postpunk evolueerde naar intelligente popmuziek, maar sinds minstens twintig jaar eigenlijk niets meer is dan een soort omhulsel van niks met een zonnebril: Polle Hewson uit Dublin, die zichzelf Bono ging noemen en dat nu al een half leven lang als excuus gebruikt om met pausen en presidenten op de foto te gaan. Wat doet hij? Boh. Bono zijn. Nog goeie nummers geschreven met je bandje, Bono? Nope. Belachelijke tours opgezet om je cross-over christelijke gelul te verkopen aan mensen die gewoon Elevation willen horen? Oh, yes. Op het moment dat het oorspronkelijke product, of het nu muziek of een computer is, van geen enkel belang meer is, loopt het fout. Dan krijg je de ene reus die de muziek van de andere reus op zijn apparaten zet. Zijn apparaten, want hoewel talloze mensen veel geld betaalden voor het idee eigenaar van hun telefoontje te zijn, is dat bij deze finaal een illusie gebleken. Slechte muziek op een dure schijf marketing. En ze noemen het nog een cadeau, ook. Er zijn er zelfs die 'dank u' zeggen. 'Dank u, dat ik mee mag bouwen aan uw piramide, liefste farao.' Dat, niet het feit dat we morgen om kwart voor zeven op moeten voor het werk, is de reden waarom we straks allemaal uitgebrand in de zetel liggen. P.B. GRONDAOP DE PIEK VAN DE ZINLOOSHEID VINDEN WE DE SAMENWERKING TUSSEN APPLE EN U2.