Muziek kan een krachtig antigif zijn tegen ellende. Mario Goossens weet dat tegenwoordig als geen ander. De aimabele drummer van rocktrio Triggerfinger toog met regisseur Karel Van Mileghem naar zes steden die door mens of natuur zwaar werden toegetakeld: Hiroshima (de atoombom), New Orleans (orkaan Katrina), Kigali (de genocide), Belfast (The Troubles), Port-au-Prince (een aardbeving) en Detroit (bankroet). Zo zult u hem in de eerste aflevering in Port-au-Prince zien trapdansen met Romel, een Haïtiaan die jong muziektalent in de slums ondersteunt.

Mario Goossens: Ik heb gezien hoe met kunst, performing arts of muziek de wildste dingen op poten worden gezet. Het is gemakkelijk om in een straatbende te verzeilen, maar veel moeilijker om met een muziekschooltje te zorgen dat mensen het goed hebben met elkaar. Hier in België is dat misschien al te vaak nog een evidentie. We kunnen een gitaar pakken en we hebben een systeem dat hoort te werken. Dat ligt in die rampgebieden toch net iets moeilijker.

Hoe zijn ze bij jou terechtgekomen?

Goossens: Ik was Jacle Bow aan het producen, de Brusselse rockband waarin Karel gitarist en bassist is. Hij wilde me iets tonen waar ik eerlijk mijn mening over moest geven. 'Ik ben in New Orleans gaan filmen', zei hij. 'Ik speelde al langer met het idee om een documentaire te maken over rampsteden en hoe muziek zo'n stad kan helen. En ik denk dat jij de geknipte host zou zijn.' Ik heb daarop meermaals gezegd: 'Nee, niet mijn ambitie.' Maar hij bleef aandringen. 'Waarom trekken we niet samen naar New Orleans? Je hoeft niets voor te bereiden en als je het niet tof vindt, heb je op z'n minst twee weken vakantie gehad.' En kijk, we zijn nu drie jaar verder, hebben zes afleveringen, een album, een boek, een theatershow én een Radio 1-programma gemaakt. Jezus. (lacht)

De reeks heet Paradise City. Elke gelijkenis met het gelijknamige festival berust op louter toeval?

Goossens: (knikt) En met de song van Guns N' Roses heeft het ook al niets te maken.

Hoe bevalt de omschakeling van drummer tot het gezicht van een tv-programma?

Goossens: Ik ben mezelf vaak tegengekomen, zeker in de montagecel. (lacht) Ik voel me geen presentator en was zeker niet van plan er een te worden. Maar soms moet je uit je comfortzone treden om persoonlijk te groeien. Het hielp ook wel dat ik zelf muzikant ben. Dan komen de verhalen als het ware spontaan op je af. Het is net iets makkelijker om iemand te interviewen met wie je zonet een stukje muziek hebt gespeeld dan op de man af naar zijn privéleven te hengelen. Dat vind ik er zo mooi aan: we laten de mensen in hun waarde. We hebben de reeks met een klein team gemaakt en dat voel je. Het is met passie gemaakt. Dat laatste is belangrijk in alles wat ik doe.

Vrijdag 4/10, 21.20, Canvas