THE SAILOR NOT THE SEA
...

THE SAILOR NOT THE SEA (Sony) In concert: 4 en 5/11 Handelsbeurs, Gent. 12/11 Kon. Elisabethzaal, Antwerpen. 27/11 De Velinx, Tongeren. 3/12 AB, Brussel. Een jaar geleden verraste Ozark Henry met zijn theatertournee. In de zomer van 2002 had hij nog uitgepakt met opzwepende festivalconcerten (denk aan de zegetocht op Rock Werchter) die onderlijnden dat de moderne soul van zijn doorbraak-cd Birthmarks vele harten had beroerd. In de culturele centra kleedde Goddaer die soul helemaal uit. Eén pianist, twee zwarte vrouwenstemmen en het Kortrijkse brein zelve, spaarzaam stoeiend met wat elektronica: dat was de minimalistische setting waarin hij zijn unieke keelgeluid plaatste. Die oefening in het weglaten was de voorbode van The Sailor Not The Sea, zo blijkt nu. Net als in de pluchen theaterzetel destijds is het even wennen. Dit is wel heel langoureus en traag, denk je. Na enkele beluisteringen heb je echter geen enkel verweer tegen dit verslavende goedje. Het is het soort intrigerende album dat zijn geheimen niet direct prijsgeeft. Neem nu de poëtische single Indian Summer: die wordt hoe langer hoe mooier, maar ook raadsel- achtiger en is van een ongrijpbare schoonheid. De pianoballads Give Yourself A Chance With Me en Cry hebben meer vlees en diepgang dan je eerst kon bevroeden. La Donna e Mobile koppelt de kwajongensspeelsheid van The Nits met de etherische soundscape die Robbie Robertson met Daniel Lanois schilderde op Somewhere Down The Crazy River, terwijl de dynamiek van At Sea illustreert hoe belangrijk Goddaers rol wel was als producer van Nova- stars Another Lonely Soul. De vele vreemde geluiden en het gitaarspel - in de geest van Mark Knopfler in zijn beste Making Movies-periode - ademen sfeer. De echo-effecten, de ruimtelijkheid van de muziek en de ongewone, complexe ritmes doen aan dub denken. Niet toevallig engageerde Ozark Henry levende legendes Jah Wobble (PiL) en Jaki Liebezeit (Can) als ritmesectie, twee heren met verstand van dit genre. Behendig laten ze de songs als puzzels in elkaar schuiven: zo dansen strijkers en computerbehandelde vocalen in Vespertine op een van The Police geleend reggaeritme. In de wiegende, experimentele instrumental die de titelsong is, ontmoeten een engelenstem en cello elkaar - het had bedacht kunnen zijn door de tandem David Sylvian en Holger Czukay. Sylvian-fans die braakneigingen krijgen van 's mans recente, dodelijk saaie platen - een categorie waartoe ik mezelf tot grote spijt moet rekenen - zouden eigenlijk blij moeten zijn dat Ozark Henry bestaat. Hij pikt immers de draad op waar de Brit hem in de jaren negentig heeft laten liggen. Peter Van Dyck Peter Van Dyck