Hoe snel vervliedt de tijd, mijmerde Wim De Vilder terwijl de camera boven het uitgestrekte kasteeldomein cirkelde waar hij zes voorname gasten opnieuw ontving. Vijf jaar geleden had hij hen al geïnterviewd. Niet zomaar: samen hadden ze in de toekomst gekeken, hij had hen pertinente vragen gesteld over waar zij en ook een beetje de wereld over vijf jaar zouden staan. Het gesprek ging daarna vijf jaar achter slot en grendel. Zo kon iedereen eens vrijuit de wind uit zijn darmen luchten en zeggen waar het op stond, zonder prompt het hoofdpunt in Het journaal van één uur te worden. Bijvoorbeeld.
...

Hoe snel vervliedt de tijd, mijmerde Wim De Vilder terwijl de camera boven het uitgestrekte kasteeldomein cirkelde waar hij zes voorname gasten opnieuw ontving. Vijf jaar geleden had hij hen al geïnterviewd. Niet zomaar: samen hadden ze in de toekomst gekeken, hij had hen pertinente vragen gesteld over waar zij en ook een beetje de wereld over vijf jaar zouden staan. Het gesprek ging daarna vijf jaar achter slot en grendel. Zo kon iedereen eens vrijuit de wind uit zijn darmen luchten en zeggen waar het op stond, zonder prompt het hoofdpunt in Het journaal van één uur te worden. Bijvoorbeeld. Daar zaten ze opnieuw aan een lange tafel, De Vilders zes gasten. De waan van de dag hadden ze even afgelegd. Eén voor één waren ze met de wagen voor de kasteelpoort afgezet. Alexander De Croo had, geheel volgens de liberale principes, nog voorgesteld te carpoolen, maar dat paste niet in het concept van dit voorname programma. Een zevende gast, voormalig aartsbisschop André Leonard, had zijn kat gestuurd. Waarmee hij de losprijs voor zijn interview van vijf jaar geleden prompt de hoogte in dreef. Wat heeft de aartsvader gezegd dat hij niet geweten wil hebben? Maar Wim wilde het vooral gezellig houden. Niemand zou voor onaangename verrassingen komen te staan. Eerst was hij bij elk van de gasten apart op de thee gegaan, daarna had hij met hen afzonderlijk naar hun eigen toekomstvisioen van vijf jaar geleden gekeken, vervolgens had hij de groep erbij betrokken en nu zouden ze er samen over praten. Mocht men zich in de jaren zestig gewaagd hebben aan voorspellingen over hoe televisie er in 2015 uit zou zien, men had nooit gedacht dat het zou bestaan, een programma zoals men het toen al niet meer maakte. Wim deed er werkelijk alles aan om de spanning op te drijven. Hij begon bij wijze van geintje met een quiz. Hij zou verklappen wat iemand uit het gezelschap vijf jaar geleden had gezegd en zij moesten raden van wie de uitspraak was. 'Het lot heeft het goed voor met mij', gooide hij met blinkende ogen in de groep. Ja, meester Vermassen kon zich daar wel in herkennen, hij zag alle dagen wat het lot met mensen doet. Vreselijke dingen, weet je wel. Maar of het van hem was? 'Het is zeker niet van mij! Zeker niet!' Liekens wierp de armen in de lucht. Wim klapte net niet in de handjes van opwinding, want kijk, de uitspraak was van haar! O, en dit was nog maar een voorproefje, want nu kregen we korte fragmenten uit het ellenlange interview van toen met Liekens voorgeschoteld. Daarna volgde het opgewarmde gesprek met Alexander De Croo en werd duidelijk waarom het zo lang duurde voordat dit programma tot de essentie kwam. Er was er geen. Al deed Wim zijn best om de voorspelling van De Croo - Charles Michel wordt premier - op te pompen van toevallige gok tot bewijs van politiek inzicht. De clou van dit beleefd en geeuwerig onderonsje werd bij gebrek aan beter de blik op de volgende lichting interviews, die dus tot 2020 in de kast gaan. Omdat het geheim zo groot was, kon De Vilder het niet voor zich houden. Liesbeth Homans had iets over België te zeggen. Dat ze hoopte dat het in 2025 niet meer zou bestaan. Het omgekeerde ware pas straf geweest, bedacht ik me, maar als Over 5 jaar één ding bewijst dan wel dat de realiteit steeds meer verknipt wordt tot uit de context getilde quotes. Benieuwd of dat in 2020 nog zo zal zijn? Bwah, niet echt. **, tot 20/1 elke woensdag, 21.20, één DOOR TINE HENSSTILAAN WERD DUIDELIJK WAAROM HET ZO LANG DUURDE VOORDAT OVER 5 JAAR TOT DE ESSENTIE KWAM: ER WAS ER GEEN.