Eerste zinnen Dit kan ik je wel vertellen / mijn leven is net als Värmland. / Bergen en dalen. / Het gaat op en neer.
...

Eerste zinnen Dit kan ik je wel vertellen / mijn leven is net als Värmland. / Bergen en dalen. / Het gaat op en neer. Vijf jaar geleden keerde Marit Kapla terug naar Osebol, het Zweedse gehucht waar ze in de jaren zeventig was opgegroeid. Ze wilde weten hoe het veranderd was en interviewde er zowat iedereen die ze te pakken kon krijgen. Dat werd de basis voor Osebol, waarin ze de inwoners in een bijzonder toegankelijke vrije versvorm aan het woord laat. Het leverde haar meteen de Augustprijs op. In Zweden heeft het platteland het zwaar te verduren, zo blijkt. Mensen worden er vooral oud en kinderen zijn er nog amper. 'Het dunt uit', zoals iemand opmerkt. Met de scholen verdwijnt ook de toekomst. En dan is er de houtindustrie, natuurlijk, ooit de trots en kostwinning van velen. Maar nadat de mechanisatie voor een eerste kaalslag had gezorgd, maakte de gipsplaatindustrie bijna volledig komaf met hout als bouwmateriaal. Hout leeft immers, wat zorgt voor scheurtjes als je het schildert, terwijl gips dood en stabiel is. Kapla laat haar boek niet overheersen door dat doembeeld. Er zijn ook migranten naar Osebol gekomen, die er telewerken, of gewoon omdat de lucht er zo zuiver is. 'Osebol blijft aan je trekken, weet je', zegt Jan, die iedere week vier dagen naar de stad Torsby trekt om er te werken, maar iedere keer weer gelukkig is om terug thuis te zijn. 'Het zal wel iets zijn wat in de grond zit.'