1. PALAIS DES FESTIVALS

Over sommige smaken en kleuren hoeft zelfs niet eens te worden getwist. Deze unaniem foeilelijk bevonden kubussenarchitectuur - een zandkleurig en onoverzichtelijk ingericht stuk postmodernisme - werd in 1983 neergepoot op de plek waar vroeger het Casino Municipal stond, daar waar de Croisette begint en de oude jachthaven eindigt. Hoewel het gevaarte indertijd al bijna 75 miljoen euro kostte, voldoet het ondertussen al lang niet meer aan de exponentieel uitdeinende noden van het drukstbezochte glamourevenement ter wereld. Deze filmbunker mag dan al zes verschillende niveaus tellen, gaande van de ondergrondse stands van de Marché du Film, over de computerzaal voor journalisten, tot de Salon des Ambassadeurs waar recepties voor wel 3000 man kunnen worden gehouden; ondanks een oppervlakte van 50.000 vierkante meter is het ding gewoonweg veel te klein om als hoofdzetel van het festival te fungeren. Na elke filmvertoning begint hier een woeste stormloop van naar citaten hongerende journalisten in de richting van de veel te benepen persconferentiezaal. Of toch voor hen die één van de filmzalen binnen zijn geraakt. Zelfs het grootste theater - de Lumièrezaal beneden, waar elke morgen een competitiefilm wordt vertoond die 's avonds met veel glamour op de rode loper aan de wereldpers wordt voorgesteld - telt namelijk amper 1600 zitjes. En dat voor 3800 geaccrediteerde journalisten. Nog een geluk dat de competitievoorstellingen al om halfnegen 's ochtends staan geprogrammeerd, terwijl de starfuckers, de paparazzi en de Hollanders hun roes nog liggen uit te slapen. ...

Over sommige smaken en kleuren hoeft zelfs niet eens te worden getwist. Deze unaniem foeilelijk bevonden kubussenarchitectuur - een zandkleurig en onoverzichtelijk ingericht stuk postmodernisme - werd in 1983 neergepoot op de plek waar vroeger het Casino Municipal stond, daar waar de Croisette begint en de oude jachthaven eindigt. Hoewel het gevaarte indertijd al bijna 75 miljoen euro kostte, voldoet het ondertussen al lang niet meer aan de exponentieel uitdeinende noden van het drukstbezochte glamourevenement ter wereld. Deze filmbunker mag dan al zes verschillende niveaus tellen, gaande van de ondergrondse stands van de Marché du Film, over de computerzaal voor journalisten, tot de Salon des Ambassadeurs waar recepties voor wel 3000 man kunnen worden gehouden; ondanks een oppervlakte van 50.000 vierkante meter is het ding gewoonweg veel te klein om als hoofdzetel van het festival te fungeren. Na elke filmvertoning begint hier een woeste stormloop van naar citaten hongerende journalisten in de richting van de veel te benepen persconferentiezaal. Of toch voor hen die één van de filmzalen binnen zijn geraakt. Zelfs het grootste theater - de Lumièrezaal beneden, waar elke morgen een competitiefilm wordt vertoond die 's avonds met veel glamour op de rode loper aan de wereldpers wordt voorgesteld - telt namelijk amper 1600 zitjes. En dat voor 3800 geaccrediteerde journalisten. Nog een geluk dat de competitievoorstellingen al om halfnegen 's ochtends staan geprogrammeerd, terwijl de starfuckers, de paparazzi en de Hollanders hun roes nog liggen uit te slapen. Dit peperdure vijfsterrenhotel dat zich tegen de Croisette aanschurkt, valt niet alleen op door zijn majestueuze slagroomtaartfaçade. Ook de metershoge, elkaar in protserigheid concurrerende promopanelen die hier tijdens het festival opgesteld staan, trekken de aandacht. Het Carlton is dan ook de plek waar (pseudo-)vedetten, megalomane producenten en de internationale jetset jaarlijks samentroepen. Geen wonder dat de kamers en de suites - waar ook telkens heel wat interviews worden georganiseerd - voor de festivalperiode meestal al enkele jaren op voorhand volgeboekt zijn. Om alles nog extra in de verf te zetten, staat een batterij in Ray-ban en Armani-pak uitgedoste bodyguards je bovendien telkens aan de ingang op te wachten. De lobby zit wel vol met allerlei louche zakenlieden die gretig aan een Montecristo zitten te lurken, en heel opzichtig doen alsof ze iets met dit festival te maken hebben. Een glamourgeile microkosmos, gespreid over drie, met duur klatergoud aangeklede, verdiepingen. 'Croisette' is de niet meer dan 1 kilometer lange, maar behoorlijk brede en door palmbomen omzoomde boulevard waarlangs zich de diverse luxehotels, dure terrassen en mondaine privé-stranden bevinden. Hier flaneren duizenden toeristen in de hoop een glimp op te vangen van hun favoriete filmster... of om er voor heel even mee te worden verward. De Croisette loopt uit op het Palais en is dan ook de aorta van het festival, slechts zo nu en dan onderbroken door prentkaartenstalletjes of een hotdogkraam. Zo exclusief dus.Doen alsof je eigenlijk liever niks met dit festival te maken wil hebben, staat nog steeds erg hoog aangeschreven bij mensen die vanonder hun Gucci-zonnebril goed in de gaten houden of hun passage wel niet onopgemerkt voorbijgaat. Nee, we viseren de Franse vedettes niet in het bijzonder. Wie hierop kickt, verzamelt het best in dit tweede Palace aan de Croisette, dat een beetje afgeschermd wordt door een exotische tuin met zwembad. Sinds de promofirma's er echter hun hoofdkwartier van gemaakt hebben, zit iedereen hier om de enige échte pilaar waarop dit hotel staat: zien en gezien worden.Twee weken per jaar muteert dit vrij ordinaire en ironisch betitelde volkscafé - waar doorgaans vooral Pernods en Ricards worden opgeslurpt - tot het ankerpunt van de internationale filmkritiek. Vooral Amerikaanse en Europese journalisten verzamelen hier doorgaans om er op de plastic stoeltjes of barkrukken te discussiëren over cinema. En dat nog het liefst tot in de vroege uurtjes met een van alcohol doortrokken adem. Is Godard eeuwig hip of een voorbijgestreefde intellectueel? Hier wordt het verdict finaal beslecht, desnoods met het nodige nachtlawaai, geduw en getrek. Simpel gezegd: bierfeesten voor cinefielen.In deze smalle winkelstraat, die parallel loopt met de Croisette, vind je de meeste bioscopen van Cannes. Die worden tijdens het festival overigens afgehuurd door de Marché of door de verschillende nationale filmbureaus. Opvallend. Cannes is ondanks de wereldfaam niet echt een publieksfestival. Het is te klein als stad om echt veel volk te lokken en logistiek niet voldoende uitgerust. Cinefiele inboorlingen die graag een festivalfilm willen meepikken, moeten dan ook vooral hopen om een gratis ticket te kunnen bemachtigen bij journalisten of invités die de vertoning niet kunnen bijwonen, of in een welwillende bui verkeren. Geduldig wachten achter de dranghekkens voor de ingang van het Palais en aanhoudend 'des tickets, s'il vous plaît' smeken op klagerige toon, is natuurlijk ook een optie. De volgende trends en de nieuwste hypes op filmgebied ontdek je hier op de benedenverdieping van het Palais. Film- en videodistributeurs, producenten, televisiezenders, festivalorganisatoren en uitbaters schuimen er de verschillende standjes af op zoek naar een hopelijk lucratief en betaalbaar filmaanbod. Hoewel er honderden films te ontdekken vallen - van de meest obscure documentaires tot de meest bedenkelijke tearjerkers -, heeft deze filmmarkt nauwelijks wat met cinema te maken. Hier draait het voornamelijk om het handig op de markt zetten, promoten en slijten van commerciële massaconsumptiegoederen. Dit is kortom dé economische motor van het festival, waar telkens deals voor naar schatting 100 miljoen euro worden beklonken. De meest flamboyante stand is die van Lloyd Kaufman en zijn van namaakbloed kolkende Troma-cultfabriekje, dat altijd goed is voor enkele opmerkelijke performances door zijn met grime en siliconen bewerkte acteurs en actrices. 'Hét strand' is in Cannes een volkomen abstract begrip. Vrijwel alle zandstroken zijn er immers privé-bezit. Ze worden tijdens het festival afgehuurd door om aandacht harkende sponsors die niet om een schepje foie gras, een fluit Dom Pérignon of een cocktail verlegen zitten. Voor de gasten met een geldig entreebewijs toch, want gewone stervelingen worden hier koste wat het kost, en vooral door enkele breedgeschouderde veiligheidsagenten, geweerd en doorverwezen naar dat ene lapje grond naast de oude haven dat nog publiek toegankelijk is. Wie er op deze privé-stranden zoal te vinden is? Vriendjes van vriendjes, rijke snobs, gasten van de sponsors en hormonaal geplaagde dames die nochtans allang de legitieme leeftijd voorbij zijn om er nog in monokini bruin te bakken. Kortom: poseerden ze vroeger nog open en bloot op het strand onder het kwijlende oog van camera en publiek - Brigitte Bardot begon er zowaar zelfs haar carrière -, dan kunnen de pin-ups tegenwoordig zelfs de stranden niet meer op. Waar moet het met deze wereld heen? Natuurlijk klinkt het behoorlijk dandy om je gasten uit te nodigen in het Carlton of de Majestic. Wees dan echter wel bereid de minachtende grijns te ondergaan van hen die een luxejacht of zeilboot huren in de oude haven van Cannes. Tenslotte is en blijft het de overtreffende trap van pocherige chic: een feestje op zee geven en je gasten er per speedboat heen loodsen. Vedetten die zelfs de hoofdletters van de Paris Match en de balkonsuites van het Carlton overstijgen - de Spielbergs en de de Niro's dus - ontvluchten het tijdelijk overspoelde provincienest om 20 kilometer verderop te overnachten in dit elegante, haast paradijselijk ogende kasteel. Naar verluidt biedt een zonsondergang in het hotel-restaurant Eden Roc je een van de mooiste panorama's die er in het ondermaanse te vinden zijn. Naar verluidt, want het hotel - waar u 20 euro betaalt voor een glaasje vers geperst frambozenmoes - ging zelfs het budget van onze hoofdredacteur te boven. Kun je nagaan. Dave Mestdach