Eerste zin De geschiedenis van reuzen en dwergen heeft me altijd gefascineerd.
...

Eerste zin De geschiedenis van reuzen en dwergen heeft me altijd gefascineerd. Hoewel hij het zelf al grinnikend ontkend zou hebben, was Umberto Eco (1932-2016) waarschijnlijk de laatste Europese intellectueel. Als geen ander flaneerde hij door de Europese cultuurgeschiedenis en verbond hij in zijn teksten alle uithoeken van het continent. Met zijn speelse geest vermengde hij hoge en lage cultuur en sloeg hij bruggen tussen verschillende era's. In één essay de sprong van James Bond naar de neoplatonische filosoof Iamblichus maken? Een parallel vinden tussen Oscar Wilde en René Magritte? Eco draaide er zijn schrijfhand niet voor om. Met Op de schouders van reuzen, een postume bundeling van twaalf lezingen die Eco speciaal voor het cultuurfestival La Milanesiana schreef, heb je meteen een ideale introductie tot Eco's brein in handen. Het leest tegelijk als een catalogus van een wereldbibliotheek én, dankzij de tientallen illustraties, als een kloeke kunstgeschiedenis. Eco's vrolijke eruditie imponeert: in zijn lezingen over schoonheid en het absolute wakkert hij met zijn grondige cultuurkennis je leergierigheid aan, en hij doorspekt zijn colleges waakzaam met de nodige humor - net als het voor de leek iets te academisch dreigt te worden, verrast hij met een kwinkslag die je weer bij de les betrekt. Eco was ook opvallend visionair. In het titelessay analyseert hij de impact van het internet op de verbrokkeling van de democratie en verderop roept hij rechtse politici tot de orde wanneer ze te gratuit omspringen met de term'cultuurrelativisme'. Tegelijk merk je dat Eco in een ander tijdperk leefde. De opstoot van het nationalistische gedachtegoed en de versnippering van Europa had hij ongetwijfeld niet zien aankomen. Jammer, want met zijn briljante geest had hij de cultuurbrokken wel weten te lijmen.