Op 16 en 17/10
...

Op 16 en 17/10 Op 8 en 9/10 Op 16/10 Op 12, 14 en 15/10 Op 10 en 12/10 Op 12 en 14/10 Op 14 en 15/10 Op 9 en 10/10 Op 14 en 16/10 Op 14 en 16/10 De mooiste film van het jaar én de meest schokkende, zelfs al is de afloop bekend. Gus Van Sant reconstrueert een bloedbad Amerikaanse stijl op een doorsnee middelbare school. In een ingenieuze circulaire constructie volgen we in lange camerabewegingen een aantal adolescenten tijdens hun dagelijkse halfbanale handelingen, terwijl ze, meestal op de rug gefilmd, door de gangen, de turnzaal en de lokalen van hun anonieme schooltje struinen. De kids zien er engelachtig en onschuldig uit, tot er plotseling een paar tot de tanden gewapend de bibliotheek binnenstappen, alsof ze geprogrammeerd zijn voor een missie van (zelf)destructie. Van Sant vat halfteder, halfprovocerend de fragiele schoonheid van de tieners - het contrast tussen de liefdevolle blik van de camera en het besef dat dit hun laatste ogenblikken op aarde zijn, maakt deze volstrekt antisentimentele film onvermijdelijk sterk aangrijpend. Twee broers. De oudste is ziek, stervend zelfs, en roept de jongere, uit het oog verloren broer ter hulp. In de schaduw van aftakeling en dood vinden ze elkaar weer. Patrice Chereau maakt over het sterven, het afscheid nemen en het verder leven een zeldzaam waardige film, mijlen verwijderd van de obsceniteit en het voyeurisme van het emospektakel. Anthologiescène: net voor een chirurgische ingreep wordt de behaarde torso van Thomas (Bruno Todesschini) door toegewijde verpleegsters geschoren. Chéreaus camera kadreert Thomas als een martelaar uit een doek van Mantegna. In 'elf lessen over oorlog en vrede' (de ondertitel van de film) praat Robert McNamara - militair strateeg in de Tweede Wereldoorlog, president van de Ford Motor Company maar vooral bekend als Kennedy's en Johnsons minister van Defensie tijdens de escalatie van de Vietnamoorlog -, over zijn rol in de geschiedenis en onthult hij dat de Koude Oorlog veel heter was dan destijds werd gedacht (de Cubacrisis was niet de enige keer dat een atoomoorlog op het nippertje vermeden kon worden). De technocraat McNamara krijgt inderdaad de kans om zich te rechtvaardigen, maar Errol Morris zet middels vernuftige visuele strategieën en een indringende Philip Glass-score ook ironische contrapunten bij McNamara's apologetisch gewetensonderzoek. Marco Tullio Giordana neemt met deze zes uur durende saga een duik in veertig jaar sociale en politieke veranderingen in Italië. We zien en beleven alles door de ogen van één familie - twee broers en twee zussen, vertolkt door het puikje van het jong nieuw Italiaans acteertalent. Hun persoonlijke drama's ontrollen zich tegen de achtergrond van de grote en kleine geschiedenis (van terreuraanslagen en maffiaprocessen tot overstromingen in Firenze en voetbaloverwinningen). Je bekijkt deze meeslepende kroniek met de ongeduldige, maar toch genietende nieuwsgierigheid waarmee je de bladzijden omslaat van een roman fleuve. Oorspronkelijk gemaakt voor televisie, maar ook de bioscooprelease werd in Italië een daverend succes. Na afloop kun je alleen maar jammeren: arme Vlaamse televisie! De bekendste Vietnamese filmmaker Rithy Panh bracht zelf vier jaar door in een werkkamp van de Rode Khmer en brengt nu slachtoffers én beulen samen in de Tuoi Sleng middelbare school in Phnom Penh, die medio jaren zeventig omgewerkt werd tot het beruchte S21 detentiecentrum. De officiële portretschilder van S21 wordt er geconfronteerd met zijn vroegere kwelgeesten van het Pol Pot-regime. In de traditie van de grote Franse documentaire aanklagers Marcel Ophuls en Claude Lanzmann, gebruikt Pahn het filmmedium om angstvallig nauwgezet de feiten vast te leggen voor ze definitief aan de overlevering ontsnappen. De vroegere bewakers doen hun routines nog eens dunnetjes over, terwijl de verhalen van de gevangenen duizenden voorheen anonieme slachtoffers een gezicht, een naam en een geschiedenis geven. Een onder de bedaarde toon ongelofelijk sterk en aangrijpend document, waarin de eerste stap wordt gezet van verwerking van een onopgelost verleden. Young Adam lijkt wel een Britse versie van de Franse film L'Atalante, maar dan met meer seks - niet zo verwonderlijk als we weten dat Ewan McGregor aan boord is. Er wordt op deze aak geneukt dat de stukken eraf vliegen en het steenkoolgruis in het rond spat. McGregor is Joe, een jonge zwerver die op een binnenschip gaat werken dat op de Schotse rivieren vaart en algauw in een hartstochtelijke verhouding gewikkeld is met de vrouw (Tilda Swinton) van de schipper (Peter Mullan). Joe verbergt ook een duister geheim: zijn angst om zich aan iemand te binden, maakt hem tot een gewetenloze lafaard. David MacKenzie baseerde zijn film op een cultroman van Alexander Trocchi, een schrijver uit Glasgow die als de Schotse versie van de Amerikaanse Beat Generation geldt. De klassieke verteltrant van de film is misleidend: MacKenzie ondermijnt voortdurend de conventies van een moord-en-overspeldrama met morbide en subversieve accenten. Argentinië mag dan nog economisch aan de grond zitten, filmmakers blijven niet bij de pakken zitten maar weten van de nood een deugd te maken. Deze eerste speelfilm van de documentairemaker Pablo Reyero is een met de moed der wanhoop gedraaid lowbudget (driekwart miljoen euro) vluggertje over drie marginalen (een jong stel en de broer - een travestiet - van het meisje) die zich na een cocaïneroof verschuilen in een miezerig badplaatsje dat duidelijk betere tijden heeft gekend. De bescheiden middelen werken in het voordeel van deze in een guerrillastijl gefilmde misdaadthriller, die met een rauwe urgentie vooruitsnelt. Postapocalyptische fresco's leveren zelden vrolijke verhalen op, maar Michael Haneke gaat nog een stapje verder dan wat doorgaans in dit nihilistische subgenre wordt geserveerd. De niet nader omschreven catastrofe heeft alle sociale structuren vernietigd en de logica van het overleven maakt alle andere menselijke noden en verzuchtingen irrelevant. Haneke neemt ons mee in de donkerste nacht die we ooit in een film hebben gezien en laat in de dramatische leegte de mensheid langzaam uitdoven. Met Isabelle Huppert en Patrice Chéreau. Een Duits/Hongkongse coproductie van Li Yang over een gruwelijk staaltje van menselijke exploitatie in de illegale koolmijnen in het noorden van China. Twee oplichters hebben een lucratief 'handeltje' ontdekt: ze doen een mijnschacht instorten, camoufleren de moord op hun argeloze werkmakker als een ongeval en chanteren de eigenaars van de mijn tot het betalen van een fikse som zwijggeld. Hun zoektocht naar een nieuw jong slachtoffer en de praktische problemen bij het uitvoeren van hun wrede plan worden door Li Yang in ruwe docurealistische stijl uit de doeken gedaan. Je zit met stijgende verontwaardiging te kijken naar deze cynische survival of the fittest in een kapitalistische communistenstaat. De thematiek van vluchtelingen en mensensmokkel in een uiteengeslagen Europa wordt sober, krachtig en franjeloos verkend in deze aan de Duits-Poolse grens gesitueerde film van Hans-Christian Schmidt. Voor een groepje Oekraïners is Berlijn de stad van hun dromen, maar zoals zoveel vluchtelingen worden ze het slachtoffer van dieven en oplichters, tenzij ze verdrinken in de Oder. Door Jo Smets