Uw regiedebuut 'The Station Agent' viel overal ter wereld in de prijzen. Toch verklaarde je nadien geen films meer te willen maken. Wat deed je je mening herzien?

Tom McCarthy: Toen Bush voor de tweede keer won, had ik zin om Amerika te verlaten. Ik voelde geen enkele band meer met mijn landgenoten. Wie stemt er nu op zo'n idioot? Bovendien zorgden onze wandaden in Irak ervoor dat ik geen zin meer had in het vertellen van 'onnozele verhaaltjes'. Het was Wall-E-regisseur Andrew Stanton die me wakker schudde toen hij me verzekerde dat films net wel het verschil kunne...

Tom McCarthy: Toen Bush voor de tweede keer won, had ik zin om Amerika te verlaten. Ik voelde geen enkele band meer met mijn landgenoten. Wie stemt er nu op zo'n idioot? Bovendien zorgden onze wandaden in Irak ervoor dat ik geen zin meer had in het vertellen van 'onnozele verhaaltjes'. Het was Wall-E-regisseur Andrew Stanton die me wakker schudde toen hij me verzekerde dat films net wel het verschil kunnen maken. Op dat moment besloot ik om de Arabische cultuur eens vanuit een andere hoek te tonen. McCarthy: They have no fucking clue! Mijn film speelt zich af in Manhattan, waar de situatie nog meevalt omdat het om een echte melting pot van culturen gaat. Maar zodra je die stadsgrenzen verlaat, worden Arabieren als regelrechte aliens beschouwd. Vandaar dat ik het belangrijk vond om de Amerikaanse immigratiepolitiek aan te kaarten. Het wordt tijd dat we onze koppen uit het zand halen. Als je enkele van die 'onwelkome gasten' beter leert kennen, wordt het veel moeilijker om ze zonder boe of ba naar huneigen land terug te sturen. McCarthy: Dat heeft zeker meegespeeld. De laatste jaren mocht ik onder meer meespelen in George Clooneys Good Night, and Good Luck, Clint Eastwoods Flags of Our Fathers en Peter Jacksons op stapel staande The Lovely Bones. Bovendien schreef ik mee aan Up, Pixars project voor 2009. Ik ben echt met mijn gat in de boter gevallen. McCarthy: Inderdaad. Het wordt een subtiele karakterschets. (lacht)McCarthy: Je beledigt me! (lacht) Wat wil je dat ik zeg? Het gaat om typisch Emmerichvoer. Een paar dagen geleden vroeg mijn tegenspeelster Amanda Peet of ik - als serieuze scenarist - vind dat Rolands dialogen wel door de beugel kunnen. Daar had ik echt geen antwoord op. Je kunt zijn werkwijze niet met de mijne vergelijken. McCarthy: Natuurlijk, maar daarnaast zie ik het ook als een uit de hand gelopen filmschoolcursus. Die peper-dure camera's, die gigantische blue screens: het zijn speelgoedjes waarmee ik als regisseur nooit speel. Ik leer dus elke dag een beetje bij. Voor een onnozele romcom zou ik evenveel geld opstrijken, maar daar zou ik niets nieuws opsteken. DOOR Steven Tuffin