Eerste zin Geen hond kent deze plek, niemand die me hier zoekt.
...

Eerste zin Geen hond kent deze plek, niemand die me hier zoekt. Op een stoffige schoolzolder ontdekt een meisje een oud aardrijkskundeboek. De wereld zag er vroeger anders uit, merkt ze, iets wat ze in feite al wist, aangezien ze geboren is op het land dat gewonnen werd op de zee toen in 1932 de Afsluitdijk werd gebouwd en het IJsselmeer ontstond. In feite, zo bedenkt ze, is ze geboren op de bodem van de verdwenen Zuiderzee, in een verdwenen tijd die ze van de vergetelheid wil redden. Thuis heeft ze een discman, nog zo'n verdwenen ding, en een disk waarop zingende walvissen te horen zijn. Volgens de indianen zijn walvissen het geheugen van de wereld, heeft ze ergens gelezen, en wanneer iemand haar vertelt dat er met artificiële intelligentie geprobeerd wordt de code van de walvistaal te breken om te weten te komen wat ze elkaar vertellen, denkt ze dat je helemaal geen AI nodig hebt om dat te ontdekken. Daar moet je alleen maar heel stil voor zijn, dan voel je dat, gewoon in je hart. Walvissen en hun plantaardige equivalenten, sequoia's, spelen een grote rol in de twaalf verhalen uit Ineke Riems bundel Onderwaterverhalen, net als zeevonk, sneeuwkristallen en de breekbare vleugels van een vlinder trouwens. Sinds haar zeven jaar geleden met de Bronzen Uil bekroonde debuut Zeven pogingen om een geliefde te wekken bouwt Riem boek na boek aan een eigen literair universum dat gewild haaks staat op de dagelijkse realiteit waarin geen plaats meer is voor contemplatie en verwondering. In haar verhalen vertoont de dertienjarige Lau onder een brug oude stomme films voor een publiek van muterende vissen, keert een Duitse dichter terug naar het Amsterdam waar hij opgroeide om er op zoek te gaan naar sporen van het meisje waar hij al zijn hele leven voor schrijft, en beleven Tijmen en Evelijn tijdens een nacht in de duinen uiteindelijk toch de liefde waar ze een paar decennia eerder voorbestemd voor leken. We zijn gemaakt van drijfhout, zegt Tijmen op een bepaald moment, en ooit waren we bomen. Sequoia's dus. Veel gebeurt er niet in de verhalen van Ineke Riem. Haar personages laten de wereld over zich heen komen en voelen de drang niet om haar te veranderen. Wellicht omdat ze beseffen hoe futiel ze zijn naast die zee- en woudreuzen waardoor ze zich omringd weten.