Eerste zin Aan de hemel, hoog in de lucht, kon ik enkele wolken voorbij zien drijven, en toen begreep ik dat ik het had overleefd.
...

Eerste zin Aan de hemel, hoog in de lucht, kon ik enkele wolken voorbij zien drijven, en toen begreep ik dat ik het had overleefd. In de oorlog eindigen sommige levens abrupt, andere worden er voor eeuwig door getekend. Dat van Veit Kolbe bijvoorbeeld, het hoofdpersonage uit Arno Geigers Onder de Drachenwand. Het is 1944. Veit is aan het Oostfront levensgevaarlijk gewond geraakt en keert terug naar het Wenen van zijn ouders. Die lijken echter minder aandacht te hebben voor zijn gebroken kaak en de wonde in zijn dij die regelmatig uitgesneden moet worden om de groei van wild vlees tegen te gaan dan voor de oorlogsinspanning. Nog even op de tanden bijten, zegt vader, en dan volgt de eindoverwinning. Dus trekt Veit naar zijn oom, die in de Alpen onder de Drachenwand woont, om er zowel fysiek als mentaal te genezen, want de jongen van weleer is aan het front veranderd in een geslagen en vroegoude man. Hij komt er in contact met 'de Braziliaan', zoals de broer van zijn hospita wordt genoemd, iemand die niets liever wil dan terugkeren naar Zuid-Amerika, met de jonge meisjes die er op kamp zijn, op de vlucht voor de oorlog, en met Margot, een jonge getrouwde vrouw uit Darmstadt die met haar baby om dezelfde reden afgereisd is naar de bergen. Samen lijken ze een kolonie te vormen, ver van de realiteit, al valt die natuurlijk nooit echt buiten te sluiten. Tien jaar geleden vond Arno Geiger op een vlooienmarkt een pakje brieven die afkomstig waren uit het dorp aan de voet van de Drachenwand. Ze maakten een roman in hem wakker die een decennium lang in zijn achterhoofd lag te rijpen. De brieven zelf komen terug in het boek, al dan niet gefictionaliseerd, als berichten uit de buitenwereld die, net als de overvliegende eskadrons bommenwerpers, Veit eraan herinneren dat de oorlog nog steeds woedt. Maar ze doen nog iets, die brieven, zoals Geiger in zijn roman benadrukt. Misschien zijn ze voor de schrijver wel belangrijker dan voor de ontvanger, want 'als je je verhaal kunt vertellen, heeft het ook een vervolg'. Mensen zijn verhalende dieren, is allicht het belangrijkste idee uit Geigers indrukwekkend fijnzinnige roman, en zonder die verhalen kunnen ze niet overleven.