FILM: *** Extra's:0 (MGM)
...

FILM: *** Extra's:0 (MGM) In de Amerikaanse film zijn weinig schuldgevoelens te bespeuren over het droppen van de atoombom op Hiroshima en Nagasaki. Dit belet echter niet dat Hollywood al vanaf de jaren vijftig aan het fantaseren sloeg over de apocalyptische gevolgen van een derde wereldoorlog. Enkele jaren voor Stanley Kubrick met Dr. Strangelove: Or How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (1963) de eerste zwarte komedie maakte over de nucleaire nachtmerrie, kwam producer-regisseur Stanley Kramer op de proppen met het bloedserieuze On the Beach. Een gebrek aan ambitie kun je Kramer zeker niet verwijten: dit waarschuwende drama heeft de bijbedoeling om, niet meer of niet minder, de planeet te redden. Niet voor niets had de symbolische première van de film simultaan plaats in achttien wereldsteden. Destijds onterecht neergesabeld, blijft On tbe Beach ook nu nog stevig overeind dankzij de ongelofelijk beheerste low-key-aanpak van een toch wel oververhitte materie. On the Beach speelt overwegend aan de Australische kust, de enige plek op aarde - zo vernemen we mondjesmaat - die dankzij een gunstige wind voorlopig gespaard blijft van de gevolgen van de radioactieve neerslag na een atoomoorlog. Kramer bekommert zich niet om de schuldvraag, zoals blijkt in de scène die het dichtst in de buurt komt van een verklaring voor de catastrofe. Daarin staart wetenschapper Fred Astaire voor zich uit en zegt dat de oorlog is begonnen toen mensen dachten dat de vrede te handhaven was met verdedigingswapens die je niet kon gebruiken zonder zelfmoord te plegen. De bevolking wacht vrij gelaten op de fatale wolken die uiteindelijk ook hen zullen blootstellen aan de straling. Kramer vertikt het om ook maar enige verschrikking van de day after te tonen: geen enkel beeld van fysieke aftakeling, rottende en verbrande lichamen, chaos of paniek. Hij toont integendeel op ingetogen wijze hoe de overlevenden hun laatste dagen (ze hebben in het beste geval vijf maand in het vooruitzicht) zo waardig en zo zinvol mogelijk proberen door te brengen. Zo is er de Amerikaanse duikbootkapitein (Gregory Peck) die niet wil aanvaarden dat zijn vrouw en kinderen dood zijn; het echtpaar (Anthony Perkins, Donna Anderson) dat uitkijkt naar zijn tweede kind; een lichtzinnige vrouw (Ava Gardner) die toch nog van ware liefde droomt; een atoomgeleerde (Astaire) die zijn kostbaarste bezit, een racewagen, oppoetst. De sentimentele intriges zijn inderdaad pure bestsellerclichés, met op kop Ava Gardner als de wildebras ' who has lived too hard and drank too much'. De suggestieve kracht van vele scènes in deze door Giuseppe Rotunno magnifiek gefotografeerde zwartwitfilm is echter opmerkelijk: de subjectieve long shots, gezien vanuit een duikbootperiscoop, van de totaal ontvolkte straten van San Francisco; de autoraces waarbij de deelnemers zich vrijwillig te pletter rijden; het intrigerende radiosignaal dat uiteindelijk veroorzaakt blijkt door een rolgordijn dat aan een colaflesje trekt; het uitdelen aan de plaatselijke bevolking van zelfmoordpillen voor als het moment gekomen is; het ironische eindbeeld met de slogan van het Leger des Heils ' There is still time, brother'.Op het MGM-label zijn nog drie andere thesisfilms van Stanley Kramer verschenen. The Pride and the Passion (1957) is een kostuumfilm over de verovering van een groot kanon door Franse partizanen in negentiende-eeuws Spanje; Inherit the Wind (1960), een toneelstukbewerking over een leraar die wordt aangeklaagd omdat hij Darwins evolutietheorie onderwees; en Judgement at Nuremberg (1961), een reconstructie, met beroemde sterren, van het fameuze tribunaal over Duitse oorlogsmisdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Half oktober brengt MGM nog twee films van Kramer uit: de parabel over racisme The Defiant Ones (1958) en de topzware superkomedie It's a Mad, Mad, Mad, Mad World (1963). Patrick Duynslaegher