ROMAN POLANSKI
...

ROMAN POLANSKI Met Barney Clark, Ben Kingsley, Harry Eden en Leanna Rowe Roman Polanski's vorige film, het Holocaustdrama The Pianist, kreeg drie oscars en een karrenvracht jubelende kritieken, maar een grootse film was het allerminst. Daarvoor oogde de regie te academisch en de vertelstijl te kil. Toch was het een biopic die getuigde van een nog zelden vertoond persoonlijk engagement. Niet verwonderlijk, gezien het verhaal van pianovirtuoos Wladlislaw Spzilman - net als Polanski een Pool van Joodse komaf - erg dicht aanleunde bij de nazi-gruwelen die de regisseur als kind zelf heeft meegemaakt. Mutatis mutandis kan hetzelfde worden beweerd van Polanski's nieuwste prent. De verfilming van Charles Dickens' iconische schelmenroman Oliver Twist is beslist geen Polanski grand cru; wel een persoonlijke lezing waarvoor de 70-jarige cineast zonder een spatje sentiment lijkt te putten uit de miserie die indertijd over zijn eigen jeugd gedrapeerd hing. Verwacht dan ook geen dartele kostuumfilm waarin Victoriaanse tragiek met groteske humor wordt geschraagd, zoals in de heerlijke Oliver Twist-verfilmingen van David Lean (1948) en Carol Reed (1968). Polanski's Oliver is de somberste, minst tranerige versie die ooit op het witte doek verscheen. Het alom bekende verhaal wordt in het strakke scenario van Ronald Harwood (de man die eerder al The Pianist neerpende) nauwkeurig gestroopt van zijn melodramatische piekmomenten. Over de dood van Olivers moeder wordt bijvoorbeeld met geen woord gerept, noch over de speurtocht van het weeskind naar zijn echte familie. Wat overblijft, is een rechtlijnig en tot op het bot ontbeend relaas van een sympathieke outsider die aan de grillen van het lot wordt onderworpen. Of hoe Polanski zijn aardedonkere wereldvisie ( Repulsion, Rosemary's Baby, The Tenant) zelfs het weelderige decor van een 19e-eeuwse literatuurverfilming weet binnen te smokkelen - met dank aan de accurate production design van Allan Starski en het fraaie camerawerk van Pawel Edelman. Helaas hebben de weloverwogen maar klinische stilering en dramaturgie hun gevolgen. Meeslepend of ontroerend kun je deze Oliver Twist niet noemen. Gezien het verhaal akelig consequent vanuit Olivers kikvorsperspectief wordt verteld, zijn het vooral de hem omringende personages - van Fagin over The Artful Dodger tot Mister Brownlow - die de kans krijgen om hun onhebbelijkheden en machiavellisme te etaleren, terwijl Oliver (de engelachtige Barney Clark) zijn lot gehoorzaam dient te ondergaan. Naar het einde toe krijg je zelfs vooral sympathie voor Fagin (Ben Kingsley), de knokige opportunist die Oliver en de andere kinderen de Londense straten opstuurt om te jatten en te bedelen. Net daarom kan deze versie van Oliver Twist niet op geweldige kritieken rekenen, en dat valt te begrijpen. Dat Polanski daarbij vooral een gebrek aan originaliteit en lef wordt aangewreven, is daarentegen volkomen ongegrond. Nooit eerder zagen we een Dickens-adaptatie die zo consequent haar verbazend asentimentele invalshoek trouw blijft, terwijl Polanski's regie - hoe klassiek ook - nooit onder het niveau van trefzeker vakmanschap duikt. Geen imponerende film, wel een degelijke adaptatie die Dickens' roman omsmeedt tot een ijle, Victoriaanse nachtmerrie. Dave Mestdach