roddy doyle
...

roddy doyle De man achter Louis Nijgh & Van Ditmar, 445 blz., 19,95 a Op 19-jarige leeftijd verliet Louis Armstrong New Orleans om het in Chicago te gaan maken. De mythe wil dat hij al meteen een goeie les kreeg van een buitenwipper die Black Benny heette. 'Louis,' zei die, 'if you're gonna make it up there, get yourself a white man who'll put his hand on your shoulder and say: This here is my nigger.' In het tweede deel van een geplande trilogie The Last Roundup besloot de Ierse succesauteur Roddy Doyle van zijn antiheld Henry Smart precies die 'man achter Louis' te maken. Smart, een scherpzinnige, geestige rebel en avonturier pur sang, is een personage dat meer uit de schelmenroman stamt dan uit de epenliteratuur. Hij ontvlucht Ierland en gaat zijn geluk proberen in de magische metropool New York, het land waar alles mogelijk is. Het wekt dan ook geen verbazing dat Smart toevallig bij Louis Armstrong belandt, de grootste muzikant van de jaren '20. Hoewel Doyle er de tragikomische swing van de odyssee van Smart goed inhoudt, verrast dit boek nooit. De opening, bezwaarlijk inventief te noemen, lijkt wel de zoveelste standard over de aankomst van migranten in New York - inclusief passerend vrijheidsbeeld. En toch is het de orgie van taal die daar ontstaat, die de cliché-opening haar bestaansrecht geeft. Taal wordt een probleem, en dus moet muziek als universele taal de melting pot van New York maar binden. De Chicago-jazz die in New York furore maakt, wordt de vorm waaraan deze literaire caleidoscoop zich spiegelt, met flarden lyrics, sterke dialogen en de onrustige gedachten van Smart. Het probleem met een boek waarin een schrijver over (populaire) muziek uit het verleden schrijft, en daarbij ook de muziek van het dagelijkse taalgebruik van de gewone man tracht te registreren, is vanzelfsprekend de vertaling. De meesten zullen er niet van wakker liggen en vlot doorheen 'het Nederlands van Doyle' heen walsen, maar als we eerlijk zijn is het een absurd idee een boek te willen vertalen dat niks anders wil dan de authentieke taal van de roaring twenties in New York als een jiggin' en jivin'en jazzin' muziekstuk te vatten. Het begint al met de titel. In De man achter Louis blijft geen noot meer over van wat er in de oorspronkelijke titel schuilt - Oh Play That Thing. En potsierlijk wordt het als een vertaler noodgedwongen de talloze citaten uit de lyrics van populaire deuntjes of de verwijzingen die Doyle inlast in het Engels moet laten staan, maar zwaar beladen woorden als nigger of een haast universele uitdrukking als fuck off omzet in nikker of flikker op. Het wordt tijd dat men het Nederlands voor bepaalde boeken laat varen. We zijn met te weinig om een kunstwerk als dat van Doyle te mogen verzieken. Hans ComijnHans Comijn