Het Termini-station in Rome, even voor middernacht. Een zwoele bries blaast stofwolkjes over het trottoir. Een straatveger sloft door de verlaten stationshal. Terwijl ik over het nabijgelegen Piazza dei Cinquecento loop, neem ik mijn omgeving in me op. In het schemer van de ochtend slaat mijn verbeelding op hol. Een knul van een jaar of zestien met een bles op een scooter: vast een loopjongen. Een vijftiger met grauwe huid die aan een sigaret lurkt: een boss die aan lagerwal geraakt is. Een twintiger met een nektatoeage die ondanks de zwoelte een leren vest draagt: duidelijk een hitman.
...

Het Termini-station in Rome, even voor middernacht. Een zwoele bries blaast stofwolkjes over het trottoir. Een straatveger sloft door de verlaten stationshal. Terwijl ik over het nabijgelegen Piazza dei Cinquecento loop, neem ik mijn omgeving in me op. In het schemer van de ochtend slaat mijn verbeelding op hol. Een knul van een jaar of zestien met een bles op een scooter: vast een loopjongen. Een vijftiger met grauwe huid die aan een sigaret lurkt: een boss die aan lagerwal geraakt is. Een twintiger met een nektatoeage die ondanks de zwoelte een leren vest draagt: duidelijk een hitman. Niet dat ik er een gewoonte van maak elke Italiaan van banden met de georganiseerde misdaad te verdenken. Voor hetzelfde geld leiden de bles, de roker en de nektatoeage een volmaakt onschuldig ambtenarenbestaan op een lokale uitleendienst. Maar als het eerste seizoen van de magistrale tv-reeks Gomorra ons één ding geleerd heeft, is dat de georganiseerde misdaad alomtegenwoordig is op Italiaanse bodem - of toch op Zuid-Italiaanse bodem. En dat bijna iedereen op de een of andere manier meedoet, al was het maar door gewoon de andere kant uit te kijken. De serie is het geesteskind van Roberto Saviano, die in 2006 Gomorra publiceerde, een boek waarin hij het systeem van de gevreesde Napolitaanse camorra ontleedde. De toen amper 28-jarige onderzoeksjournalist werd er in één klap wereldberoemd mee. In 2008 volgde de fenomenale verfilming van regisseur Matteo Garrone, die in Cannes de Gouden Palm won. De reeks die onder dezelfde naam in 2014 begon, is de succesvolste Italiaanse televisieserie aller tijden. In die laatste ligt Gomorra in plaatsen als Scampia, Casoria en Secondigliano, de buitenwijken van Napels die als een steppe van betonrot en zwerfvuil de stad omsingeld hebben. De actie speelt zich af rond rauwe appartementsblokken, slecht onderhouden wegen, groezelige steegjes, morsige cafeetjes en vervallen speelpleintjes. In vogelvlucht is het geen tien kilometer tot de azuurblauwe Tyrreense Zee, maar boven de betonnen mastodonten lijkt de hemel voortdurend bewolkt. Zelfs het ruige Napolitaanse accent, dat de muzikaliteit van het Italiaans wegneemt door sommige eindklinkers niet uit te spreken, draagt bij aan de onheilspellende sfeer waarin de reeks baadt. Waar klassieke gangsterfilms als Goodfellas of Scarface zich vergaapten aan de blingbling, het profane taalgebruik en het geweld benadrukte Gomorra net de ontzettende banaliteit van het leven van een doorsneemaffioso. Wanneer er geen bloederige rekeningen te vereffenen zijn met een rivaliserende clan, lijden de bendeleden een verbazend lullig burgerbestaan. Dan gaan ze met het gezinnetje om ijsjes, eten ze spaghetti bij la mamma of bestellen ze een zoveelste kitschsofa voor hun appartement. Pietro Savastano, de boss uit het eerste seizoen, lijkt met zijn grijze plunje en saaie bril eerder weggelopen uit de rekwisietenkamer van Das Leben der Anderen. Zijn bendeleden verkiezen Adidas boven Armani. Enkel de dure zonnebrillen doen vermoeden dat de clan meer doet dan nu en dan eens een gootsteen repareren. Zulke details zijn de handtekening van Roberto Saviano, die als journalist met een Vespa door de wijken scheurde om de verrichtingen van de camorra vanaf de eerste rij te volgen. Voor die ijver betaalt hij nog steeds een behoorlijke tol. Sinds 2006, toen twee Napolitaanse bosses hem via hun advocaat bedreigden in de rechtbank, wordt hij voortdurend bewaakt. NIHILIST Groot is mijn teleurstelling wanneer ik arriveer aan het Teatro dell'Opera, waar het tweede seizoen van de serie plechtig zal worden gepresenteerd. Geen cordons, SWAT-teams of metaaldetectoren die het operahuis tegen maffieuze booswichten moeten beschermen. De enige beveiliging komt van een drietal carabinieri op leeftijd, die argeloos tegen de twee dranghekken leunen die de ingang barricaderen. Vertwijfeld speur ik naar snipers, pantserwagens of politiehelikopters. Enkel de pizzabakker die een honderdtal meter verderop een bakkerij bevoorraadt, kan met wat goede wil voor een undercoveragent doorgaan. Al bedenk ik me dat óók hij evengoed een camorrista kan zijn. Gelukkig is Saviano er zelf nog om de show te verzorgen. Vergezeld van een vijftal persoonlijke bewakers in strakke pakken, die zich discreet op de achtergrond houden, neemt hij een daverend applaus in ontvangst. Toch roept hij steeds meer controverse op. Met veel bombarie kondigde hij eerder dit jaar aan niet langer in het gerecht en de politiek te geloven, een statement waarvoor zijn oude bondgenoten maar weinig sympathie kunnen opbrengen. Zo vindt Raffaele Cantone, zijn voormalige compagnon de route en hoofd van de nationale anticorruptiecel, dat Saviano een nihilist is geworden. Er is ook kritiek op Saviano's werk, omdat hij meerdere passages verzonnen zou hebben, hoewel zijn werk aangeprezen wordt als journalistiek. De persoonlijke bewaking die hij nog steeds geniet, doen sommigen af als marketing. De magistraten die indertijd samen met hem bedreigd werden, worden immers al jaren niet meer bewaakt. Saviano lijkt zich van geen kwaad bewust. 'Mijn critici begaan altijd dezelfde fout', vertelt hij de verzamelde pers. 'Ze verwarren de boodschapper met de boodschap. De maffia behoort tot het DNA van de politiek en de economie. Het is dom om daarover te zwijgen. Zwijgen heeft nog nooit een probleem opgelost.' Hij benadrukt dat hij met de televisieserie een pedagogische missie heeft: door te tonen hoe het maffiasysteem zich als een parasitaire schimmel met de samenleving heeft verweven, wil hij zijn land ertegen wapenen. Hij benadrukt dat hij niet zijn geboortestad zelf viseert. 'We beschrijven Napels niet aan de wereld. We beschrijven de wereld via Napels.' CORNFLAKES Het maakt de keuzes die voor het tweede seizoen gemaakt zijn des te opmerkelijker. Dat verschilt namelijk nogal grondig van zijn succesvolle voorganger. Het is eerst en vooral een stuk gewelddadiger. Waar de maffiosi in het eerste seizoen als het ware tussen de soep en de patatten aan het moorden sloegen, is er nu geen houden meer aan. De hiërarchie van de Savastano-clan werd in de laatste aflevering van het eerste seizoen aan flarden geschoten, waardoor de strijd om de macht nu helemaal losbarst. Boss Pietro Savastano, die ternauwernood aan die slachting ontsnapt, vegeteert nu in een bescheiden appartement in Keulen met een Ikea-interieur dat niet minder tenenkrullend is dan zijn kitscherige vroegere hoofdkwartier. De onbetwistbare maffialeider van weleer eet cornflakes voor ontbijt, wachtend op zijn kans om terug te keren. Aan kandidaten om hem op te volgen is er ondertussen geen gebrek. Er is Ciro Di Marzio, de voormalige eerste luitenant van de Savastanoclan, die in het slot van seizoen 1 zowat de hele top liet ombrengen. Er is Salvatore Conte, een diepgelovige boss die na een jarenlange ballingschap terugkeert naar zijn thuisstad om de macht weer op te eisen. Er is Scianel, de nieuwe drugskoningin die haar territorium als een hyena verdedigt. En ook Pietro's zoon Gennaro Savastano - Genny voor de vrienden - is vastbesloten de macht weer in familiehanden te brengen. Waar de makers in het eerste seizoen vooral de maatschappelijke oorzaken die het systeem mogelijk maken, wilden tonen, focust seizoen twee op de ravage die de maffia aanricht wanneer de hiërarchie wegvalt. De personages verliezen elke vorm van menselijkheid. Genny was tegen het einde van het eerste seizoen al niet meer het pafferige, strontverwende rijkeluiszoontje dat zich liet omringen door kirrende leeftijdsgenoten op geblutste Vespa's, nu is hij ronduit een sadist die ervan geniet hoe zijn gevangenen elkaar te lijf gaan met een machete. De personages worden haast dierlijk. Patrizia, de nieuwe vriendin van Pietro Savastano, heeft niet toevallig de kop van een leeuwin op haar schouder getatoeëerd. SYMPATHIE Het is niet helemaal duidelijk hoe dat oeverloze geweld het 'pedagogische project' van de serie ondersteunt. De bloederige afrekeningen, slinkse complotten en bloedvetes zijn een zegen voor de scenaristen, maar het reduceert de serie ergens wel tot een actiefilm in episodes. Ook de cinematografische benadering van de serie verheft de bendeleden tot helden met wie de toeschouwer tot op zekere hoogte meeleeft. Toch benadrukken zowel Saviano als de acteurs het belang van die morele afkeuring. Zij hebben níét de indruk dat de toeschouwer sympathie voelt voor de personages. 'Het is de eeuwige afweging die je maakt als je de slechterik speelt', vertelt Fortunato Cerlino, die in de serie Pietro Savastano speelt. 'Ik heb geprobeerd om het ultieme kwaad te vertolken. Nee, ik heb geen oude maffiafilms herbekeken. Ik heb als voorbereiding Dostojevski herlezen.' Cerlino is een notoir maffiakenner, die meerdere toneelstukken over de Napolitaanse onderwereld heeft geregisseerd. Ondanks zijn afkeer voor de ravage die de camorra in zijn geboortestad aanricht, is ook hij gefascineerd door de vaak complexe persoonlijkheden die daarin aan de touwtjes trekken. 'Er is geen lijn in te trekken', vertelt hij. 'Sommige bosses zijn gewoon harteloze sadisten zonder enig raffinement. Maar even vaak zijn ze net enorm belezen. Gioacchino Campolo, van de gevreesde 'ndrangheta, had een enorme kunstverzameling en was een begenadigd kunstschilder. En toch was hij een van de gruwelijkste bosses aller tijden.' Net voor de terugweg klamp ik Salvatore Esposito aan, de acteur die Genny vertolkt. Hij groeide op in een periode waarin Napels soms meer dan 150 moorden per jaar optekende. 'Ik kan je moeilijk uitleggen hoe je maffiosi moet herkennen', glimlacht hij minzaam. 'Ik heb in mijn jeugd zelf wel het een en ander gezien, maar ik heb echt geen zesde zintuig om ze te herkennen.' Wel is er sinds Gomorra in Italië uitgezonden werd, voor hemzelf het een en ander veranderd. 'Als ik in Napels om sigaretten loop, hoef ik nergens meer te betalen. Dat is fijn, al heb ik de indruk dat sommigen me niet laten betalen omdat ze me aan de georganiseerde misdaad linken.' Misschien is dat wel een tip voor je, grijnst hij me toe. 'Vertrouw nooit een Italiaan die niet voor zijn sigaretten betaalt.'GOMORRA - SEIZOEN 2 Nu te koop op dvd en vanaf 25/12 in Play More bij Telenet. Door Jeroen Zuallaert'Gomorra beschrijft Napels niet aan de wereld. We beschrijven de wereld via Napels.' Onderzoeksjournalist Roberto Saviano 'Vertrouw nooit een Italiaan die niet voor zijn sigaretten betaalt.' Salvatore Esposito (Genny)