Door Eddy Hendrix
...

Door Eddy HendrixWhen I Was Cruel.(Island)De Royal Marine, een wegkwijnend hotel uit de jaren '70, is het decor. De afgebladderde gevel en het hopeloos gedateerde interieur sporen goed met het gros van de gasten die in de lethargische lounge de levensgeeuw van zich afschudden met thee, gebak en roddels. Een opgesoupeerde negentiger komt ons terloops amuseren met bruingebakken grapjes over vrouwen en Tony Blair. Het hotel geeft uit op Dublin Bay, en is een pars pro toto voor de badplaats zelf, Dun Laoghaire, van eenzelfde schilderachtigheid als Blankenberge. De setting staat in schril contrast met de klasse van onze gastheer. Elvis Costello (46) voelt er zich nochtans als een vis in het water. Een 9 to 5-promotiedag voor Noren, Zweden, Oostenrijkers en Belgen vindt hij a funny side of being a singer. Hij hangt dan ook ontspannen in zijn fauteuil, en praat - met pretoogjes - omstandig en beminnelijk. In deze suite, dit hotel, deze badplaats past hij niet, wel in Ierland as such, waar hij al geruime tijd woont. Costello is een muzikale duizendpoot: de beatrocker van weleer flirtte ondertussen met country, The Brodsky Quartet, Burt Bacharach en Anne Sofie von Otter. De fans zijn het spoor al lang bijster, en om ze helemaal in de war te brengen, heeft hij nu een traditionele Costello-plaat klaar, When I Was Cruel. En ze is outstanding. Elvis Costello: Haha. Ik ben een moeilijk geval. Ik heb een contract bij twee platenfirma's. In sommige landen zit ik bij Island, in andere nog bij Mercury. Bovendien maak ik ook platen voor Universal Classics. Ik vergeef het de muziekbonzen graag dat ze niet meer weten waar ze me moeten plaatsen. Vanuit zakelijk standpunt ben ik niet bepaald een evidente keuze. Het is heel moeilijk om de aandacht van het publiek te behouden voor een artiest die voortdurend zijn koers wijzigt. Ikzelf ben niet veranderd, ik hou gewoon van enorm veel genres. Ik volg mijn neus en grijp alle kansen die me geboden worden om uiteenlopende dingen te doen. Costello: Precies. Wat de platenmaatschappij wil duidelijk maken, is dat je voor When I Was Cruel niet moet hebben gestudeerd om ervan te genieten. Er hoort geen verklarend woordenboek bij. Voor Painted From Memory, het album dat ik met Burt Bacharach gemaakt heb, kan ik me dat wél voorstellen, al ben ik er heel trots op. Het was een fantastische ervaring, met een reeks uitstekende liedjes. Het belangrijkste vind ik het plezier met iemand te kunnen samenwerken, het samen creëren van iets waar je allebei trots op bent. Als dan blijkt dat we een nieuw publiek aanboren dat zich openstelt voor onze experimenten, is de voldoening dubbel zo groot. Costello: Al weet ik ook niet wat dat betekent. Voor deze plaat zijn we begonnen vanuit ritme en gitaar. Dat is uitnodigender voor een groter publiek. Maar ik heb niet het gevoel dat ik terugga in de tijd, naar een bepaalde periode in mijn carrière. When I Was Cruel is toch behoorlijk anders dan al het voorgaande. Voor mijzelf voelt het alleszins heel fris aan. Costello: Ik heb altijd van de uitdrukking rock-'n-roll gehouden. Het is een eufemisme voor een sexy beat die me méér aanspreekt dan de rockbeat, die de voorbije twintig jaar ontwikkeld is. Rock-'n-roll is een stuk ouder. De term klinkt nu heel conservatief. Vreemd, want rock-'n-roll was ooit revolutionair. Rock is een steen, die op de grond ligt. Laat hem van de heuvel rollen, en je hebt rock-'n-roll. Beweging. Ik speel met woorden, maar daar gaat het om. Voor mij leeft rock-'n-roll nog, maar rock is op sterven na dood. Onomatopeeën zoals rock-'n-roll, hiphop en bebop laten leven, beweging en ritme vermoeden. Stijlen die tegen mekaar botsen en terugkaatsen, terwijl het woord rock een monolithische connotatie heeft. Een log geval. Neem Elvis Presley, één van de grondleggers van de rock-'n-roll. Die mengde hillbilly, bluegrass, blues, rhythm & blues, Dean Martin en The Inkspots tot een spontane verbeeldingsrijke uitbarsting van muziek. Ik kan me moeilijk voorstellen dat dit nu nog zou kunnen. De muziekbizz staat een nadrukkelijke scheiding van de genres voor, uit vrees de controle te verliezen. Zij gaat uit van haar perceptie van het publiek. Ze beschouwt het als een grote kudde, in plaats van een groep individuen, met elk hun eigen smaak. Het publiek verdient meer respect. De platenmaatschappijen gaan zelfs zo ver om het op grond van ras te scheiden. Heel sinister. Costello: Het gekke is dat de entertainmentindustrie en de media de jongerenmarkt meer en meer opdelen, terwijl de wereld net de andere kant uitgaat. Vandaar de strijd om de controle over het internet. Er is zo'n groot aanbod, zoveel keuze, zowel binnen het officiële platenaanbod, als in het illegale circuit. De vraag is of jongeren nieuwsgierig zijn: gaan ze zelf op zoek, of laten ze zich leiden door de bekende kanalen die hun een bepaalde keuze opdringen? Costello: Ja. Laten we de ernstige zaken even bekijken. De laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen bijvoorbeeld. Er was grote discussie over wie nu precies gewonnen had. Er waren geruchten dat Bush gesjoemeld heeft, wat hij wellicht ook gedaan heeft. Maar eigenlijk is het irrelevant, als je beseft dat 100 miljoen mensen niet hebben gestemd. Angstaanjagend. Zet dat cijfer naast de platenverkoop. Niemand verkoopt 100 miljoen platen, dus zelfs Britney Spears heeft niet zoveel betekenis. We moeten dus maar eens stoppen met ons af te vragen of populaire cultuur oprecht of gekunsteld is. Laat het zijn wat het is. Je hebt de vrije keuze. Meer dan ooit. Er is nog zoveel meer in de wereld waarmee je je kunt amuseren. Ga er naar op zoek. Verspil je energie niet door je te ergeren aan iets dat volstrekt onschadelijk is. Costello: Niet echt, want ik dacht niet in die termen. Ik maakte liedjes, nam ze op, en was daar heel tevreden over. Ik was me niet bewust van een formule, dus die stond ook niet in de weg. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik dringend iets nieuws moest gaan doen. De mogelijkheden kwamen op mij af. Ik heb ze met beide handen vastgepakt. Costello: Dat ik er veel van bijgeleerd heb, staat buiten kijf. Maar het was vooral plezierig om te doen, heel verrijkend. Een avontuur. Daar moet ik mij niet voor excuseren tegenover wie dan ook. Integendeel, veel mensen zijn er aangenaam door verrast, anderen geraakten misschien vervreemd van mij, sommigen wellicht boos omdat ze hún Elvis Costello niet meer herkenden. Maar het is niet mijn verantwoordelijkheid om mensen tevreden te stellen door telkens hetzelfde te doen. Dat zou eerder een vorm van minachting voor hen zijn. Costello: Voor mij is dat soort van country pure soulmuziek. Ik luister af en toe nog naar die plaat, en ze blijft me aanspreken. Ik klink als een jonge gast die oud wil zijn. Geestig. Ik hou nog altijd erg van countrymuziek. Niet dat ik die nog vaak speel, maar ik volg op de voet wat er in het genre verschijnt. Costello: Ik heb geen zin om me te verantwoorden, zeker niet tegenover de pers. Het was al moeilijk genoeg om een aantal van mijn bandleden te overtuigen om die plaat te maken. Het was mijn idee. Of ze het nu leuk vonden of niet, het was hun job om te spelen. Costello: In de jaren '60 was Johnny Cash voor iedereen oké, al was het maar omdat hij Bob Dylan op de nationale televisie gekregen had. Hij had veel invloed. Daarna is hij voor de jongeren uit het gezicht verdwenen, terwijl hij nu opnieuw in de belangstelling staat en het respect krijgt dat hij verdient. Johnny Cash en Willie Nelson zijn rasartiesten. Met Emmylou heb ik onlangs nog getoerd. Ze is de beste zangeres die momenteel op de wereld rondloopt. Echt! Nu ze wat ouder is, gaat haar stem nog verder dan de natuurlijke schoonheid die ze al in zich had. De stem is dieper geworden, en heeft nog meer reliëf gekregen. Betoverend, werkelijk. Ze is in de vorm van haar leven. Ze schrijft tegenwoordig veel liedjes zelf, en die zijn gewoon briljant. Als het aan mij lag, was de tournee met haar nooit gestopt. Costello: Ik was destijds de enige die een bijdrage leverde aan het Gram Parsons-hulde-album met een nummer dat hij niet zelf had geschreven. Sleepless Nights is van The Everly Brothers. Maar precies daardoor voelde ik wat een van zijn grootste talenten was: hij kon liedjes heruitvinden. Gram Parsons was zelf een uitzonderlijke songschrijver, maar geregeld nam hij een bestaand liedje beet en maakte er iets geheel nieuws van, soms door zijn manier van zingen, soms door minimaal aan de compositie zelf te sleutelen. Dat deed hij ook met Sleepless Nights. Vergelijk zijn versie met die van The Everly Brothers; hij heeft de melodielijn aangepast, en het is nog beter geworden. Costello: Ja, maar ik denk niet dat er een liedje op staat dat geschikt is voor haar stem. Tijdens de tournee heb ik een nieuw nummer van me met haar gespeeld, en ik hoop van harte dat het op mijn volgende plaat zal staan. Mét haar. Ik heb al concrete plannen. Het album zal The Delivery Man heten, en draaien rond drie vrouwen, wier verhaal in de liedjes verteld wordt. Ik hoop ook dat Lucinda Williams, met wie ik eveneens getoerd heb, mee komt zingen. Twee uitstekende zangeressen, in een traditioneel domein waarin op haast ambachtelijke wijze gewerkt wordt, maar waarvan de kracht de rest van de concurrentie wegblaast. Over twee jaar wil ik die plaat klaar hebben. Het zou kunnen dat vóór die tijd nog een andere Costello-cd uitkomt. Ik heb nog genoeg liggen. Costello: O ja, begrijp me niet verkeerd. In de hedendaagse popmuziek, in dance, r&b en hiphop, maken ze fantastische nummers. Luister naar een plaat van Destiny's Child, daarin gebeuren ritmisch de meest wonderlijke dingen. Say My Name. Een geweldig nummer, dat op elk ogenblik in de popgeschiedenis een klassieker zou zijn. Het zou niet vroeger hebben kunnen bestaan, omdat het gemaakt is dankzij geweldig innoverende productietechnieken, maar het heeft alles in zich: muzikale verbeelding, het is prachtig gezongen en het bevat een ontroerend verhaal over een jongen die zijn lief bedriegt. Simpel, maar echt. Ik hou ook van de gesofistikeerde trucs van Missy Elliott. Prachtig. Het zijn dit soort artiesten die frisse ideeën introduceren, net zoals Norman Whitfield dat in de sixties deed met zijn producties voor Motown. Als je iets wil bijleren over sound, dan moet je vooral niet naar rockmuziek luisteren, want daar gebeurt momenteel weinig of niets.Wel naar r&b, dance en hiphop. De producers van die nummers trachten hun publiek niet alleen door een melodie te pakken, maar ook door ritme en sound. Als je een tekstflard, een melodielijn en samenzang kunt combineren met geluidsinnovaties, dan verkrijg je een ongemeen sterk geheel. Costello: Dat was ons uitgangspunt, ja. Ik weet niet of we met When I Was Cruel de job definitief voltooid hebben, maar we zijn aardig op weg, vind ik. Overal wat elementen gaan halen en bijeenklutsen, ten dienste van de songs. Ik heb in de liedjes veel ritme geschreven. Ik heb het ritme niet nadien aan de songs toegevoegd, maar het er meteen in verwerkt. Dat hóór je. Net zoals je dat hoort op r&b-platen. Voor rock is dat ongewoon, terwijl het voor rock-'n-roll fundamenteel was. Little Richard, Jerry Lee Lewis, tot en met The Beatles eigenlijk. Daar zat ook heel veel ritme in. Ten tijde van The Beatles ging men het beatmusic noemen. Maar daar zit dus het verschil tussen rock en rock-'n-roll. When I Was Cruel is absoluut een rock-'n-rollplaat, geen rockalbum. Nu weet ik het zeker! Costello: Nee, nee, ben je gek? Je moet je nieuwsgierigheid en instinct volgen. Er zijn periodes dat ik luister naar één bepaald soort muziek. Daar leg ik me dan helemaal op toe. Dat deed ik ten tijde van Almost Blue met countrymuziek. Dat is logisch. Maar ik heb ook intens geluisterd naar jazz, en beschouw dat als een grote invloed op mijn hele oeuvre, al lijkt dat niet zo voor de hand liggend. Imperial Bedroom is gemaakt na een intense tocht doorheen jazz en klassieke Franse muziek. Het heeft veel te maken met de mood die je in een plaat legt. Ik blijf ook altijd naar popmuziek luisteren, al weet ik niet wat er in de hitparade staat. Blijkt ook dat de degene die het hardste roept en lawaai maakt, mij het minste opvalt. Ik weet van hun bestaan, maar dat soort groepen interesseert me niet. Costello: Soms moet je op een rustige manier spreken over iets ernstigs. Met de woede tussen de regels. Verwoord het op een serene manier, dat heeft meer effect. Schoonheid bekoort iedereen. Je kunt er alle gevoelens in kwijt. Ik heb geen moeite met lawaai in rock-'n-roll. Daar is het in wezen mee begonnen. Lawaai is inherent aan jong. Maar voor mij is er een groot verschil tussen jeugdig en puberaal. Jong van geest is goed, maar als het puberaal wordt, is het al gauw leeg en klinkt het zogenaamde protest en de agressie bespottelijk. Weet je wat schrikaanjagend is? Ralph Stanley die in zijn eentje tijdens de uitreiking van de Grammy Awards O, Death zingt. Dát was eng! Ik was daar. Die man is 75, hij stond op en zong O, Death, een honderdjarig liedje uit de gospel-bluegrasstraditie, zonder begeleiding, in een afgeladen zaal. Costello: De meesten wisten niet wat er gebeurde, zoiets hadden ze nog nooit gehoord. Ze werden er ongemakkelijk van. Heel die platenbusiness werd in al haar glorie, in haar eigen protserige paleis geconfronteerd met iets waar muziek in wezen om draait: echte emotie. Ralph Stanley pretendeerde niet dat het schrikwekkend was. Het was schrikwekkend! Zo puur. Geen geverfde vogel als Marilyn Manson, maar the real deal. Ralph zingt met ervaring en overtuiging recht uit het centrum van de Amerikaanse muziektraditie, een nummer rechtstreeks gericht aan de dood, met de boodschap: spaar me alstublieft nog een jaar. Noem mij één artiest nu die zulke boodschap met zulke overtuiging en présence zingt. Die man heeft bovendien nooit in zulke omstandigheden, voor 20.000 mensen, gezongen. Verbluffend. Costello: Een briljante film die muziek een heuse filmrol heeft toebedeeld. Ik ben ongelooflijk blij voor T-Bone dat hij met de soundtrack zes Grammies gewonnen heeft. Hij heeft er mensen op bijeen gebracht, waarvan Amerika niet wist dat ze bestonden. Terwijl het over artiesten gaat die het muzikale erfgoed van het land belichamen. The Cox Family, The Whites, Ralph Stanley. Platenmaatschappijen zijn niet bezig met dingen als nationale schoonheid. Schrijnend. Costello: Ja. Het was niet eenvoudig, want mijn oeuvre is uitgebracht bij een reeks verschillende platenfirma's. Het is een helse zoektocht geweest naar onuitgegeven materiaal. Ik ben er al tien jaar mee bezig, maar mijn hoofd stond er lange tijd niet naar. Nu heb ik veel minder moeite om de hoesnotities te schrijven. Ik voel me veel beter in mijn vel dan toen. Er zit veel meer humor in, omdat ik inmiddels een optimistischere kijk op de toekomst van muziek heb dan pakweg tien jaar geleden. Costello: Ik hoop nog altijd dat een deel van de jonge generatie, die niet eens geboren was toen mijn eerste plaat verscheen, geïnteresseerd geraakt in mijn vroegere werk. Die illusie heb ik, omdat ik destijds zelf zo'n actieve ontdekker van oude muziek was. Ik reken dus zowel op de mensen die nog de vinylversie van mijn eerst plaat hebben als op jochies van 18 jaar. Geef toe, het zijn boeiende hebbedingen: elk album is nu een dubbelalbum. Eén cd is de originele plaat, de tweede bevat extra's, demo's, outtakes en rarities. Een document, 15 in totaal. Met geestige notities van Elvis Costello. Wat wil je nog meer? Costello: Ja, hier en daar was ik wel trots op mezelf, en hier en daar kroop ik met rode wangen in een hoekje. Vreemd ook dat ik me van sommige nummers niet kon herinneren dat ik ze had opgenomen. Ik heb nochtans een buitengewoon geheugen. Costello: De drie albums die we tegelijk heruitbrengen moeten telkens toch compatibel zijn. Ik wilde ze niet in chronologische volgorde lossen, dat vond ik maar saai. My Aim Is True, mijn eerste plaat, was eigenlijk een soloplaat. Ik had nog geen vaste groep. Ten tijde van Spike, twaalf jaar later, had ik eigenlijk ook geen band meer. En de derde in het rijtje, All This Useless Beauty, was een duoalbum met Steve Nieve. Bij die drie platen ging het om de songs, niet om het groepsgevoel. Vandaar die combinatie. Bij de volgende drie gaan we uit van de drang naar complexe arrangementen. Zo heb ik er toevallig ook drie. Armed Forces, wat een simpele rauwe plaat lijkt, is bijzonder gesofistikeerd. Aan Imperial Bedroom hebben we zes weken gewerkt, wat voor die tijd belachelijk lang was. En Mighty Like A Rose is een toonbeeld van gepruts in de studio. Costello: God ja...Ik ga Homer rock-'n-rolladvies geven. Na wat ik hier allemaal verkondigd heb, weet ik niet of hem dat verder zal helpen. 'Rock-'n-roll is een eufemisme voor een sexy beat die me méér aanspreekt dan de rockbeat, die de voorbije twintig jaar ontwikkeld is.''Als je iets wil bijleren over sound, dan moet je vooral niet naar rockmuziek luisteren, want daar gebeurt momenteel weinig of niets.'