'Is offline zijn nu zo moeilijk?' briest de kampleider tegen een verse buslading aan smartphones en computers verslaafde jongeren. Ze worden zonder hun speelgoed en in kleine groepen voor een week het bos ingestuurd. Brute pech: daar loopt minstens...

'Is offline zijn nu zo moeilijk?' briest de kampleider tegen een verse buslading aan smartphones en computers verslaafde jongeren. Ze worden zonder hun speelgoed en in kleine groepen voor een week het bos ingestuurd. Brute pech: daar loopt minstens één kolos rond met een kop vol zweren die mogelijk te wijten zijn aan een appetijt voor mensenvlees. Een amateuristische catastrofe is deze Poolse slasher niet. De regisseur en zijn cameraman zijn allebei naar de filmschool geweest en kennen de kern van het subgenre: toekijken hoe een monster zich te goed doet aan de ene pas ontmaagde jongen na de andere geile bimbo of paniekerige nerd, tot er maar één meisje meer overblijft. Afgerukte hoofden vliegen vrolijk door de lucht, tong is een lekkernij en de hakselaar wordt weer eens oneigenlijk gebruikt. Indrukwekkend is het zelden, de acteurs doen het niet al te best en de scenaristen verloren het minimum aan coherentie uit het oog. De truc om toch te genieten is je voorstellen dat er geen Pool met één bijlslag in twee helften wordt verdeeld, maar wel een doordrammende covidiot of onheilsprofeet.